Beschermende snuif tegen het coronavirus

Geneeskunde Een nieuwe virusremmer toegediend via de neus beschermt fretten tijdelijk tegen coronabesmetting. „Een heel andere invalshoek om de coronapandemie te bestrijden.”

Fretten zijn heel gevoelig voor luchtwegvirussen.
Fretten zijn heel gevoelig voor luchtwegvirussen. Foto Getty Images

Even een pufje uit een verstuiver opsnuiven en je kunt veilig en onbezorgd in het vliegtuig stappen, naar een festival gaan of een theatervoorstelling bezoeken. Een antiviraal middel in de spray beschermt je tijdelijk tegen besmetting met corona.

Sciencefiction? Misschien wel, maar de eerste stap richting zo’n futuristische antivirale neusspray is gezet. Onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam hebben samen met Amerikaanse collega’s overtuigend aangetoond dat het in ieder geval werkt bij fretten. De resultaten verschenen deze week in Science.

Fretten zijn zeer bevattelijk voor luchtwegvirussen zoals corona. Als één dier besmet is, lopen alle andere fretten in dezelfde kooi binnen de kortste keren ook de infectie op. Hoewel ze er niet ernstig ziek van worden, activeert het virus wel hun immuunsysteem en maken ze antistoffen. Het maakt fretten geschikt als ‘kanaries in een kolenmijn’ om zelfs het kleinste risico op besmetting met corona te kunnen bestuderen. Met dat gegeven in het achterhoofd is de uitkomst van het onderzoek spectaculair: zes fretten die vooraf het antivirale middel in hun neus gedruppeld kregen waren 24 uur volledig beschermd tegen infectie. De zes controledieren die het middel niet kregen raakten allemaal wel besmet.

Staart die zich verankert

„Dit middel biedt, naast vaccins en medicijnen, een heel andere invalshoek om de pandemie te bestrijden”, zegt hoofdonderzoeker Rik de Swart, viroloog aan het Erasmus MC. „Op dit moment is het grootste probleem dat het virus zich maar blijft verspreiden ondanks de ingrijpende maatregelen. Met een antiviraal middel als dit zou je op een andere manier de verspreiding van het virus kunnen remmen.”

De werkzame stof in het experimentele middel is een lipopeptide. Het centrale ‘lipo’-gedeelte van het molecuul fungeert als een staart die zich verankert in de celmembraan van oppervlaktecellen in de luchtwegen. Dat zijn ook de doelwitcellen van het virus; de plaats waar infectie kan worden geblokkeerd.

Het eigenlijke werk doen de twee korte stukjes eiwit (peptiden) op de uiteinden van het lipopeptide. Ze wachten het virus letterlijk met open armen op. De volgorde van aminozuren in de peptiden is zo gekozen dat ze exact passen op een cruciaal onderdeel van het fusie-eiwit van het virus. Zodra het geactiveerde virusdeeltje in de buurt komt van de vangarmen, wordt het in een houdgreep genomen die de truc saboteert waarmee het virus de cel probeert te enteren.

Ik ben eigenlijk mazelenonderzoeker

Rik de Swart viroloog

Het virus maakt daarbij gebruik van een soort moleculaire ritssluiting in zijn spike-eiwit, met twee helften die precies op elkaar passen. Daarmee kan het zich tot zo dicht in de buurt van de gastheercel trekken dat de celmembranen vanzelf versmelten. Het lipopeptide is zo ontworpen dat het precies op de ene helft van de rits past, waardoor die blokkeert. Het virus wordt letterlijk op afstand gehouden en kan niet versmelten met de cel.

„Ik ben eigenlijk mazelenonderzoeker”, zegt De Swart. Samen met een groep van Columbia University ontwikkelde hij eerder zo’n middel tegen het mazelenvirus. Die ervaring kwam nu goed van pas, vertelt De Swart: „Direct toen de pandemie uitbrak vroegen de Amerikanen of wij ook mee wilden werken aan de ontwikkeling van soortgelijke middelen tegen corona.”

Anders dan bij een vaccin is de bescherming van dit antivirale middel slechts tijdelijk. Hoe lang het precies standhoudt, moet nog worden uitgezocht. In de eerste proeven met fretten werkte het in ieder geval ten minste 24 uur, maar was het effect na drie weken verdwenen.

Zorgelijke varianten

Het lipopeptide bleek in celkweken ook bescherming te bieden tegen de zorgelijke varianten van het coronavirus, met mutaties die er mogelijk voor zorgen dat ze ontsnappen aan de bestaande vaccins. De Swart: „De nieuwe varianten blijken allemaal minstens zo gevoelig voor dit middel en sommige leken zelfs gevoeliger.”

Het team onderzoekt ook nog of een behandeling met een lipopeptide zin heeft kort nadat een besmetting heeft plaatsgevonden. „Bij andere virale infecties werkt dat soms wel”, zegt De Swart. „Bij een verse infectie is de hoeveelheid virus in je lichaam nog zo laag dat je de virusvermeerdering zodanig kunt remmen, dat je niet ziek wordt. En zo zou je ook de verspreiding naar anderen mogelijk weg kunnen nemen.”

De nood aan middelen tegen corona is hoog. Hoe snel kan dit middel bij mensen toepasbaar zijn? De Swart durft het niet te voorspellen: „Wij hebben het fundamentele onderzoek gedaan en hopen nu partners te vinden die het verder kunnen ontwikkelen. Dat is nog een heel traject. Maar het kan snel gaan, dat heeft het vaccinonderzoek wel laten zien. Ik bedoel: een jaar geleden hadden we het niet voor mogelijk gehouden dat we nu goed werkende en goedgekeurde rna-vaccins zouden hebben.”