Aanzoek Jesse Klaver aan linkse partijen leidt vooral tot wrevel

Stembusakkoord Wat GroenLinks betreft hoort ook D66 thuis in zijn gedroomde progressieve alliantie. Maar andere linkse partijen zien dat niet zo.

Lilian Marijnissen (SP), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (Groenlinks) bij het Noordelijk Lijsttrekkersdebat op 8 februari. Foto BART MAAT/EPA
Lilian Marijnissen (SP), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (Groenlinks) bij het Noordelijk Lijsttrekkersdebat op 8 februari. Foto BART MAAT/EPA

Er rust maar geen zegen op linkse samenwerking. Elke keer als de grootste pleitbezorger daarvan, GroenLinks-leider Jesse Klaver, daartoe een publieke oproep doet, zijn de reacties van de gedroomde partners afhoudend of zelfs afwijzend. Achter de schermen groeit bij andere progressieve of linkse partijen de irritatie.

Lees ook: Jesse Klaver wil een progressief blok tegen Rutte

Zondagmiddag publiceerde Klaver het essay Keerpunt 21, waarin hij nogmaals opriep tot een „progressieve alliantie”. Die zou dan nog voor de verkiezingen van 17 maart een ‘stembusakkoord’ moeten sluiten. De GroenLinks-leider richtte zich vooral op de PvdA en D66. Met PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen deelt Klaver „een positief mensbeeld”, en de overtuiging „dat we de ongelijkheid moeten aanpakken”. D66 en GroenLinks hebben „een vrijzinnige en open kijk op de samenleving” gemeen, schrijft Klaver.

Het bondje met de SP, die Klaver bij eerdere versies van zijn oproep tot linkse samenwerking nog nadrukkelijk noemde, is kennelijk wat bekoeld. Klaver schrijft dat hij de SP er graag bij heeft, maar dat de socialisten er nu eenmaal weinig voor voelen. Bovendien schrijft Klaver „dat de klimaatstandpunten van de SP en hun visie op Europa progressieve samenwerking soms net moeilijker maken”.

Vrijdag, toen Klaver het idee al opperde in een gesprek met de Volkskrant, reageerden D66 en PvdA afwijzend op een stembusakkoord.

D66 liet in dezelfde Volkskrant-editie weten weliswaar een „zo progressief mogelijk kabinet” na te streven maar zei het door Klaver voorgestelde stembusakkoord af te wijzen. „Het is niet goed voor Nederland als de politiek nu in blokken tegenover elkaar gaat staan”, zei een woordvoerder van lijsttrekker Sigrid Kaag.

De reactie van PvdA-lijsttrekker Lilianne Ploumen was al even afwijzend: ja, samen optrekken op links is een goed idee, maar niet met D66. „SP en GroenLinks zijn onze bondgenoten”, zei Ploumen via een woordvoerder. „Daarom willen we ook alleen samen met een van deze twee partijen in een nieuw kabinet.” Subtiel verschil: waar Ploumen het heeft over samenwerking met de SP of GroenLinks, of allebei, praat Klaver alsof hij er al uit is met de PvdA. „Met de PvdA trekken we samen op, die afspraak staat.” Dat zien ze in de PvdA-fractie anders.

Klaver zegt nauw overleg te voeren met zijn bondgenoten, maar ook dat blijkt anders te liggen. Hij moest erkennen dat de opmerkingen van SP-leider Lillian Marijnissen twee weken geleden hem hadden overvallen. Marijnissen zei toen in de Volkskrant dat politieke samenwerking wat haar betreft niet per se met GroenLinks of de PvdA hoeft te zijn. Ze zei ook prettig zaken te kunnen doen met het CDA en de ChristenUnie.

Driehoeksverhouding

Een jaar geleden zag de driehoeksverhouding tussen PvdA, GroenLinks en SP er nog aanmerkelijk liefdevoller uit. Op een gezamenlijke bijeenkomst in Amsterdam, kort voor het land voor de eerste keer op slot ging wegens de uitbraak van de Covid-19-epidemie, kondigden de drie linkse oppositiepartijen „een gezamenlijke boodschap” aan om de voorgenomen belastingplannen van het kabinet-Rutte III te dwarsbomen.

Het was een opmerkelijk initiatief, omdat nog geen half jaar eerder na Prinsjesdag 2019 GroenLinks-leider Klaver van de andere twee partijen juist grote kritiek had gekregen omdat hij blind de begroting en fiscale plannen van hetzelfde kabinet steunde.

Vorige maand, bij de aftrap van zijn verkiezingscampagne, verbreedde Klaver zijn ideale links-progressieve machtsblok met D66. „Onze idealen, van deze progressieve beweging, moeten de opdracht zijn voor een nieuw kabinet en de kern zijn van een nieuw regeerakkoord.”

Dat initiatief werd en wordt bij de andere drie nauwelijks serieus genomen. Bij D66 is bijvoorbeeld te horen dat zij echt niet met de EU-kritische SP in een kabinet gaan zitten. De SP en PvdA willen graag samenwerken met linkse partijen, maar vinden D66 gewoon geen linkse partij. „Wel progressief, niet links”, zegt een SP-Kamerlid.

Lees ook: Tijd voor een progressieve volkspartij, de democratie staat op het spel

Daarbij is men bij de PvdA Klavers vorige politieke statement nog steeds niet te boven. Met zijn aankondiging op 10 januari in tv-programma Buitenhof dat GroenLinks bij het toen aanstaande debat over de Toeslagenaffaire een motie van wantrouwen zou gaan indienen, als het kabinet niet uit eigen beweging zou opstappen, zette hij onmiskenbaar druk op collega-oppositieleider Lodewijk Asscher. De PvdA-voorman was in het vorige kabinet immers medeverantwoordelijk voor het toeslagenbeleid geweest.

Politieke moordaanslag

Asscher, ook onder druk gezet binnen zijn eigen partij, besloot kort hierop het lijsttrekkerschap op te geven en liet de PvdA verbouwereerd achter. Binnen de Tweede Kamerfractie is Klavers stoere taal bijzonder slecht gevallen. Dat was „een politieke moordaanslag op onze partijleider”, klinkt het daar.

Over Klavers meest recente oproep schudt men, bij zowel PvdA als D66, opnieuw met onbegrip het hoofd. „Hij verandert elk halfjaar van strategie”, zegt een PvdA-Kamerlid. „Eerst met de SP, dan weer zonder. Soms met z’n vieren, nu weer met z’n drieën. Wat wíl hij nou?”

Ook voor D66 is niet helemaal duidelijk welke kant Klaver nu precies op wil. Bovendien neemt men het hem daar kwalijk dat hij zijn formatiestrategieën zo opzichtig prijsgeeft. Hij zegt dan wel intensief met zijn collega’s leiders op links te overleggen, maar dat wordt door zowel SP, PvdA als D66 weersproken.