Opinie

Magisch spektakel

In 010

Vlak voordat de winterkou inviel was ik getuige van een magisch spektakel aan de Statensingel. Een enorme zwerm spreeuwen streek tegen het eind van de middag neer in een boom en kwetterde er lustig op los. Even snel verdween de kolonie weer, om kort daarop in een sierlijke sliert terug te keren. Passanten hielden verwonderd stil, wat was dit voor schoons?

Omwonenden verschenen op de balkons en vertelden dat ze het gekwinkeleer zelfs binnen konden horen. Zwart zag de boom van de spreeuwen, wel honderden bij elkaar. Totdat ze, als op commando, voor de laatste maal naar boven dansten. We bleven nog een kwartiertje naar de hemel staren, hopend op een wederkomst, maar helaas.

In het belendende Statencafé hoorde ik die avond dat het spreeuwencircus al om drie uur in première was gegaan. Wie weet zouden ze, terwijl wij op onze afhaalmaaltijd wachtten, de voorstelling heropenen?

De volgende dag, zondag, was de stad bedekt met een dik pak sneeuw. Ik wandelde opnieuw naar het Statencafé, waar het ditmaal geurde naar glühwein en warme chocolademelk. Begerig keek ik naar de boom, waar slechts één vogel in zat, en dat was geen spreeuw.

Foto Willem Pekelder

In de wijk was de kolonie inmiddels het gesprek van de dag. Een natuurminnende buurvrouw wist dat spreeuwen graag samenklitten om te overnachten, en dan plots kunnen wegfladderen omdat het koud wordt of er een roofvogel op komst is. Kauwtjes doen het ook, vertelde ze.

Maar wie geeft dan het startschot voor vertrek, vroeg ik me af, en hoe kan het dat de vogels niet chaotisch alle kanten uitvliegen? Ik belde natuurgids Marius Huender, met wie ik ooit voor NRC broedvogels observeerde in het Kralingse Bos. Huender vertelde me: „Er is geen leider in de groep. De spreeuwen letten op zeven soortgenoten in hun omgeving, en die imiteren ze. Vergelijk het met atoombolletjes die onderling verketend zijn. Dreigt er gevaar dan rijgen al die bolletjes van telkens zeven spreeuwen zich aaneen, en tekent zich een zwerm af in de lucht, waarbij het mooie patroon ontstaat door vertraging in de staart.”

De hele week bezocht ik ‘mijn’ boom, verlangend naar een ‘nieuw wonder’. Tevergeefs. Ik dacht aan The sheltering sky van Paul Bowles. Het leven, zo waarschuwt de romancier, is geen onuitputtelijke bron waarin prachtige ervaringen zich telkens herhalen.

„Alles gebeurt maar een aantal keer, een beperkt aantal keer. Hoe vaak herinner je je een dag uit je jeugd? Een dag zo belangrijk dat je je leven niet kunt voorstellen zonder. Vier of vijf keer. Misschien zelfs niet zo vaak. Hoe vaak zie je de volle maan? Twintig keer misschien. En toch lijkt het eindeloos.”