Familierechter Cees van Leuven: „Er moet gestructureerder worden opgetreden als ouders hun kind bij de ex-partner weghouden.”

Foto: Merlin Daleman.

Interview

‘Als er contactverlies is tussen een kind en een ouder moet er een rood lampje gaan branden’

Experts ouderverstoting

Duizenden kinderen verliezen na een scheiding het contact met een ouder. Een schadelijke situatie, zeggen drie experts.

Scheiden is in Nederland ingeburgerd. Tussen de 30.000 en 35.000 echtparen en nog eens duizenden ongehuwde stellen gaan jaarlijks uit elkaar. Zo’n vijf- tot zevenduizend kinderen komen ernstig in de knel omdat het hun gescheiden ouders niet lukt goede afspraken over de omgang te maken. In extreme gevallen kan het komen tot ouderverstoting, waarbij een kind een van de ouders, vaak de vader, niet meer ziet.

Vanaf 2019 deed een expertteam – bestaande uit ondermeer orthopedagogen Jurjen Tak en Gerda de Boer en familierechter Cees van Leuven – onderzoek naar hoe ouderverstoting kan worden voorkomen en hoe ermee om te gaan. Van Leuven, voorzitter van het team, behandelt zo’n zes keer per week in het gerechtshof in Den Bosch zaken van ruziënde ouders. De Boer begeleidt al 20 jaar gezinnen waarvan de ouders uit elkaar gaan. Tak, docent pedagogiek aan de Hogeschool Amsterdam, werkte bij verschillende jeugdzorginstanties. „Bij het Jeugdzorgadviesteam in Amsterdam-West zijn we eens gaan turven. Bij 80 procent van de gezinnen die we begeleidden waren de ouders niet meer samen.”

Ze zien in hun werk hoe complexe scheidingen druk leggen op de (jeugd)zorg en het rechtssysteem. Contactverlies tussen een ouder en kind brengt ook emotionele schade met zich mee. Veel kinderen die te maken hebben gehad met ouderverstoting hebben later professionele hulp nodig.

De rol van de vader in de opvoeding wordt onderschat

Gerda de Boer, orthopedagoog

Ouderverstoting is een ingewikkeld vraagstuk, benadrukken jullie in het rapport dat deze maand verscheen. Wat maakt het zo complex?

Van Leuven: „In de maatschappij wordt heel divers gedacht over scheiden en hoe je daarmee om moet gaan. En er is weinig kennis over de problematiek en goede onderzoeksdiagnostiek ontbreekt.”

Tak: „Zorg en recht gaan nu hun eigen weg. Hulpverleners werken vaak naast of na elkaar.”

De Boer: „Er is nooit één oorzaak, ook dat maakt het lastig. Aan contactverlies kunnen duizenden dynamieken ten grondslag liggen.”

Zaterdag publiceerde NRC een verhaal over een 14-jarig meisje dat door haar vader om het leven werd gebracht. In de periode daarvoor wilde zij haar moeder niet meer zien – de kinderrechter stemde daarmee in. Hoe kijken jullie naar die casus?

Tak: „Ik mag niet van een afstand diagnosticeren. Het is gelukkig zeer zeldzaam dat zo’n drama gebeurt.”

Van Leuven: „Het komt helaas af en toe voor. We sluiten er niet de ogen voor. De zaken die wij hebben onderzocht waren echter niet van dit kaliber.”

Lees ook: Iedereen wist dat het niet goed ging met Famke

Het is belangrijk dat kinderen gehoord worden, volgens het rapport. Hoe weegt een rechter op een goede manier de stem van een kind?

Van Leuven: „Een kind heeft er recht op gehoord te worden door de beslisser. Maar dat moet wel een gespecialiseerd iemand zijn, die kan zien: welke signalen geeft een kind af? Bij sommige familierechters ontbreekt de expertise. Ons advies is: schakel die dan in.”

De Boer: „In het algemeen bepleiten we dat als een kind een ouder niet wil zien, je grondig moet onderzoeken waarom dat zo is. Je moet niet zeggen: we kiezen voor rust, we laten het zo. Dan verergert het contactprobleem.”

Tak: „Zeker wanneer er al langer problemen zijn kun je niet uitsluitend afgaan op de behoefte van het kind.”

Ouderverstoting wordt nu nauwelijks herkend. Wanneer moet er een rood lampje gaan branden?

Tak: „Als er contactverlies is of dreigt tussen een kind en de ouders.”

Van Leuven: „Het kan ook subtieler zijn, bijvoorbeeld wanneer een kind aangeeft: ‘Ik zie mijn vriendjes daar niet.’”

De Boer: „De afgelopen jaren heb ik veel scheidingen begeleid waarbij er een ouderschapsplan moest worden gemaakt. Soms zie ik ouders daar niet uitkomen, omdat de ene ouder de aanwezigheid van de ander eigenlijk niet belangrijk vindt. Dat is ook een signaal.”

Jullie pleiten voor de inzet van scheidingsadviesteams. Wat is hun rol?

Van Leuven: „Die teams kunnen bestaan uit gespecialiseerde hulpverleners en verbonden zijn aan wijkteams. Bij een lastige scheiding moeten zij de regie nemen: de ernst van het conflict inschatten en zo nodig hulp inschakelen.”

In de hulpverlening en rechtspraak staat de vader op achterstand, constateren jullie. Hoe komt dat?

Van Leuven: „Scheiden was lange tijd een juridisch proces. Pas in 1990 kregen vaders wettelijk recht op omgang met hun kinderen en pas sinds 2009 is gelijkwaardig ouderschap de norm. Nog altijd heeft een ongehuwde vader niet vanzelf het gezag over zijn kind.”

Tak: „Het heeft ook te maken met de diepgewortelde opvatting dat moeders betere opvoeders zijn.”

De Boer: „We vinden het nog steeds doodnormaal dat moeders met de kinderen naar de dokter of een schoolgesprek gaan. De rol van de vader in de opvoeding wordt onderschat. Ook in de hulpverlening.”

Lees ook: Twintig jaar co-ouderschap, hoe is dat eigenlijk voor de kinderen?

De aanbeveling eerder en harder op te treden tegen ouders die na een scheiding de kinderen weghouden bij de ex-partner, is overgenomen door demissionair minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD).

Van Leuven: „Er moet niet zozeer harder, maar beter en sneller worden opgetreden. Ouders moeten nu zelf regelen dat ze hun kind kunnen zien. Dat willen we veranderen. Als een ouder de omgangsregeling niet nakomt of hulp weigert, dan heeft het adviesteam de mogelijkheid de politie of de rechter erbij te halen.”

Welke veranderingen zouden jullie het komende jaar graag zien?

Van Leuven: „Onlangs is unaniem een motie aangenomen over de inzet van politie in het voorkomen van ouderverstoting. Dat is mooi, maar ik hoop dat de overheid aan de slag zal gaan met ons advies in z’n geheel. Ik ben ervan overtuigd dat ouders minder snel naar de rechter stappen en procedures korter worden als er eerder passende begeleiding is. Het afhandelen van een complexe zaak duurt nu vijf tot zeven jaar. Veel te lang in het leven van een kind.”