Opinie

Een cijfer van Rutte en de avondklokminister

Petra de Koning

Hugo de Jonge bleef glimlachen. De coronapersconferentie van het Jeugdjournaal, dinsdagavond, was bijna voorbij en nu kreeg hij van Mark Rutte een cijfer voor zijn werk als coronaminister. „Een zeveneneenhalf tot een acht”, zei Rutte. „Hij doet het heel erg goed, vind ik. Maar er zijn ook een paar dingen niet goed gegaan. En die zet hij dan weer recht.”

De Jonge bewoog alleen zijn vingers, hij trommelde op zijn katheder. Voordat hijzelf iets kon zeggen zei Rutte nog: „Dat hebben we dan samen niet goed gedaan, want we doen alles met zijn tweeën.” Dat was precies wat De Jonge daarna zei: natuurlijk maakten ze „met elkaar” weleens fouten. Het leek een bevestiging van Ruttes héle verhaal.

De Jonge noemde ook andere ministers die meededen aan de coronabestrijding: VVD’er Tamara van Ark voor Medische Zorg en Ferdinand Grapperhaus van Justitie, net als De Jonge van het CDA. Het was volgens De Jonge „heel mooi om het als team te doen”.

Maar ze kregen niet met z’n allen die ruime 7,5 van Rutte met een aantekening over ‘dingen’. Veel meekijkende ouders zullen hebben geweten waar het om ging: gebrekkig bron- en contactonderzoek van de GGD’s in het najaar, het tekort dat er toen was aan testcapaciteit, de trage vaccinaties, het datalek bij de GGD. Ruttes „diepe buiging” voor De Jonges „inzet voor Nederland” veranderde daar niets meer aan.

Die ochtend had een rechter beslist dat er een eind moest komen aan de avondklok. De wet waarop die was gebaseerd was volgens hem bedoeld voor grote, acute rampen of oorlog, niet voor een maatregel waar het demissionaire kabinet al langer over nadacht. Rutte wilde, toen dat nieuws bekend werd, net beginnen aan een crisisberaad over corona, samen met andere ministers. Grapperhaus had met zijn juridische adviseurs een eigen crisisoverleg over de avondklok.

In de persconferentie daarna kreeg hij van Rutte snel het woord. Het was aan Grapperhaus om uit te leggen waarom voor de rampenwet was gekozen, en wat er nu zou gebeuren: een hoger beroep en een spoedzaak om de beslissing van de rechter op te schorten.

Een week eerder, op maandag, was de avondklok nog verlengd en op de persconferentie na die beslissing stond Grapperhaus er als eerste, en in zijn eentje. Rutte en De Jonge kwamen pas daarna. En het bijzondere is: dat wilde Grapperhaus graag zélf.

Aandacht is leuk als de steun voor zo’n maatregel toeneemt en de besmettingen dalen. Maar niet meer als De Telegraaf en het AD op hun voorpagina’s schrijven over ‘paniek’ en ‘chaos’ rond de avondklok, en Grapperhaus volgens analyses „overrompeld” was door de uitspraak van de rechter.

Net als het hele kabinet. Maar wat heb je aan een ‘team’ in campagnetijd? VVD-lijsttrekker Rutte weet vast nog wel een cijfer voor de avondklokminister.

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) schrijft elke donderdag op deze plek een column.