Dokter Van der Poel houdt spreekuur in een portocabin

Huisartsen op zoek naar ruimte Rotterdam heeft een tekort aan huisartsen. Eenderde van de huisartsen heeft een inschrijfstop, voor driekwart is de praktijk te klein en ze zijn vrijwel allemaal ontevreden over (noodzakelijke) uitbreidingsmogelijkheden.

Huisarts Matthijs van der Poel in zijn nieuwe spreekkamer
Huisarts Matthijs van der Poel in zijn nieuwe spreekkamer Foto David van Dam

Op de hoek van de Rotterdamse Vierambachtsstraat met de Heemraadssingel staat, pal voor de hoge singelhuizen, een container met ramen. Binnen staan een tafel, twee stoelen en een privacybestendig kamerscherm, van buiten is het beklad met graffiti. Erg vindt de eigenaar dat niet. „Ik was al lang blij dat het niet in de hens vloog met Oud en Nieuw”, lacht huisarts Matthijs van der Poel. Als preventiemateriaal diende een tiental insteekhoesjes met A4’tjes met teksten als ‘Op naar een gezond 2021’ en ‘Huisarts van der Poel’ op de zijkanten.

Een elektriciteitsdraad – water is in de portocabin niet aanwezig – leidt naar de praktijk van Van der Poel. Hij was al even op zoek naar uitbreidingsruimte, niets lukt. Bíj́na had hij iets. Aan de Jagersstraat, ook in West, gingen scholen die in bezit waren van de Gemeente Rotterdam in de verkoop. Tegen de investeerders kon hij niet opbieden en de gemeente wilde hem geen voorrang geven, zegt Van der Poel.

Terwijl de huisartsen in West wel wat extra ruimte kunnen gebruiken. „Ik heb een stop op inschrijvingen, maar toen ik die onlangs even ophief, meldden zich al snel 200 patiënten.” Van der Poel houdt praktijk in een hoog singelhuis met nauwe gangetjes. Achter elke deur die hij opentrekt zit een assistent (met patiënt die hij bij naam kent). Om toch extra behandelruimte te creëren kocht hij de portacabin. „Ik ontvang er coronapatiënten, in de praktijk is anderhalve meter afstand houden bijna onmogelijk.”

Intussen dik een jaar geleden stuurden huisartsen brandbrieven naar het College en de gemeenteraad. Onder meer huisarts Thao Nguyen op Blaak dreigde zijn praktijkruimte kwijt te raken vanwege een aflopend huurcontract, schreef hij. Ook Van der Poel stuurde filmpjes en deelde Linkedin-noodkreten waarin hij wethouders tagde. Raadsleden stelden vragen en wilden spoedig antwoord. Nu, anderhalf jaar later, ligt er een rapport, als eerste reactie op de vragen en zegt de gemeente stappen te ondernemen. „We wilden het eerst goed uitzoeken”, zegt wethouder Sven de Langen (CDA, zorg).

Foto David van Dam

Het onderzoek, dat onder meer bestaat uit een enquête onder Rotterdamse huisartsen, is uitgevoerd door de Gemeente Rotterdam in samenwerking met de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) en zorgverzekeraar Zilverenkruis. Wat blijkt: een derde van de Rotterdamse huisartsen heeft een inschrijfstop. Ook vindt 74 procent van de huisartsen de praktijk te klein en is 90 procent ontevreden over uitbreidingsmogelijkheden. Het ruimtetekort doet zich volgens de wethouder vooral in het centrum en in Delfshaven voor. Portocabins als behandelruimte is ‘gelukkig’ nog uitzondering, zegt Murid Siawash, bestuurder bij de LHV-tak in Rotterdam en huisarts op Blaak. „Daarvan zijn er vijf in Rotterdam.”

Van dat ruimtegebrek hebben ook zorgbehoevenden al last, ziet Siawash. „Bijna dagelijks dienen zich schrijnende gevallen voor: mensen die zich niet hebben ingeschreven. Vaak blijven ze te lang rondlopen met hun problemen. Onlangs had mijn assistent een huilende, eenzame studente aan de lijn met suïcidale klachten. De studente had tien huisartsen gebeld, maar kon nergens terecht. Ik heb een eed afgelegd, dus dan help ik haar toch maar.”

Deels komt het ruimtegebrek door de verplaatsing van taken vanuit de tweedelijnszorg (het ziekenhuis bijvoorbeeld) naar de huisarts, de eerstelijnszorg, zegt Siawash. „Het team rond een huisarts is daarom uitgebreid met praktijkmanagers, verpleegkundigen en praktijkondersteuners.” En meer medewerkers betekent: meer behandelkamers en dus meer benodigde vierkante meters.

Verder zien de huisartsen dat de nieuwe collega’s vaker vrouw zijn en vaker parttime werken. Arjan Hartog, zorginkoper namens verzekeraar Zilverenkruis: „De huisartsen van nu willen niet alleen huisarts zijn. Ze willen ook onderzoek doen, onderwijs geven, meer vrije tijd.” Siawash: „Het is een mentaliteitsverandering. Als één huisarts stopt, nemen twee parttime vrouwen de zaak over. Ze hebben wel allebei eigen werkruimte nodig, voor dubbelende dagen.” Een tweede reden waarom meer vierkante meters nodig zijn.

En juist daaraan is een groot tekort, zodat prijzen stijgen. Dat is voor een huisarts – sinds invoering van de marktwerking in de zorg officieel ‘ondernemer’ en verantwoordelijk voor zijn eigen bedrijfsvoering – steeds minder betaalbaar, omdat de inkomsten per patiënt vaststaan. Of je nou in een krimpregio in Zeeuws-Vlaanderen zit, of in Rotterdam.

Huisartsen mogen wél zelf bepalen waar ze zich vestigen. En het wordt met de stijgende vastgoedkosten onaantrekkelijker een praktijk te openen in Rotterdam. Van der Poel, geboren en getogen in Rotterdam-West, vindt het er geweldig. „Toen mijn vrouw beviel van ons derde kind kregen we van Kaapverdiaanse moeders een cadeautje, zo lief. Maar voor beginnend huisartsen is het vanwege de kosten niet te doen. Ook moet een huisarts in een wijk waar bewoners het sociaal-economisch niet altijd even goed hebben, harder werken.” Siawash: „Armoede creëert meer zorg.”

‘We zijn vooral bezig met geruststellen’

Door die hoge vastgoedprijzen is het bovendien als jonge huisarts lastig een eigen praktijk op te zetten. „Het eerste jaar moet je nog een patiëntenbestand opbouwen, maar betaal je al wel de volledige huurprijs en de huren zijn ontiegelijk hoog. Dat ziet de bank als een risico en dus krijg je moeilijk de financiering rond.”

Als gevolg van het rapport gaat de gemeente Rotterdam ingrijpen in de markt van huisartsen. „We zijn één van de eerste gemeenten die dit doet”, zegt wethouder De Langen. „Sinds begin 2020 werkt mijn collega Bas Kurvers met referentiewaarden voor nieuwbouw in de stad, waarbij in buurten percentages van het vastgoed bestemd moet zijn voor een maatschappelijke functie. Dat percentage is ten opzichte van de gehele buurt, niet alleen van de nieuwkomers, maar wordt wel in de nieuwbouw ingetekend. Begin deze maand nam de gemeente Den Haag die werkwijze over.”

Foto David van Dam

Ook heeft de gemeente een ‘loket’ geopend dat gaat dienen om de vraag naar vastgoed en aanbod ervan bij elkaar te brengen. Huisarts Siawash: „Het is moeilijk de weg te vinden in het ambtenarenapparaat. Velen verdwaalden. Fijn dat we bij iemand kunnen aankloppen.” De Langen: „Dit is niet alleen een persoon achter een bureau. We gaan ook meer en regelmatig overleggen met Zilverenkruis en huisartsen.”

Zo moet ook in kaart worden gebracht waar het in de stad precies knelt. Echt duidelijk is dat nog niet, blijkt na rondvragen. De wethouder en het rapport verwijzen naar een getal van Zilverenkruis waarbij gemiddeld zo’n 45 mensen geregistreerd staan als zoekend naar een huisarts. Fractievoorzitter Lies Roest van GroenLinks vraagt zich af wat dat zegt: „Dat huisartsen met een stop die de praktijk even openstellen direct 200 aanmeldingen hebben, suggereert iets anders. En toen ik hier studeerde stond ik de eerste drie jaar nog in het dorp bij mijn ouders ingeschreven, ik zal niet de enige zijn.” Huisartsen bevestigen dat: „Er gaat maar een kleine groep zoekenden naar de zorgverzekeraar als ze geen huisarts kunnen vinden.”

Hartog (Zilverenkruis): „Hoeveel zoekenden er zijn is lastig vast te stellen, daarvoor zou je een kwantitatief en kwalitatief onderzoek moeten doen onder Rotterdammers. Wat het, naast die studenten die uit gemak bij ouders ingeschreven blijven, compliceert: als men eenmaal bij een fijne huisarts zit, neigt men daar te blijven hangen, ondanks verhuizingen.”

Van der Poel had zijn hoop gevestigd op gemeentelijk vastgoed, dat werd voor zijn neus weggekaapt door investeerders met een diepere buidel. Ook daaraan wil De Langen met collega Kurvers iets doen. Bij het van de hand doen van maatschappelijk vastgoed (vastgoed in bezit van de gemeente, één van de collegedoelstellingen is om veel daarvan van de hand te doen) willen ze voordat het de markt op gaat ruimte te creëren voor huisartsen.

De Langen: „Vlak voordat het de markt opgaat, kunnen wij het intern van de hand doen en kunnen we de voorkeur geven aan zo’n maatschappelijke functie, als dat in het belang van de stad is. Verwacht daar alleen niet teveel van. Ongeveer de helft van het maatschappelijk vastgoed is grond en niet alles kan een maatschappelijke functie krijgen. En dan moet het ook nog in een buurt zijn waar het knelt.”

De Langen (ook sportwethouder) doet alvast een voorzet in de creatieve oplossingen, die de gemeente óók wil bedenken. „Binnenkort komt een voetbalvereniging in Delfshaven in aanmerking voor een nieuw complex. Dat kan een gezondheidscentrum worden plus kantine en kleedkamers.” In het rapport gaat het ook over het herbestemmen van vrijgekomen winkelruimtes in de stad, vanwege de coronacrisis die de vlucht naar online versnelt.

Wethouder De langen verwacht dat in de toekomst steeds meer gezondheidscentra zullen komen, met meerdere zorgaanbieders onder één dak. Huisartsen, maar ook fysiotherapeuten, logopedisten en psychologen. „En ook ziekenhuizen kunnen daar bij, zodat ze dichter bij de burger zijn. Zo ontlast je de ondernemer ook bij al hun ondernemerstaken: ze kunnen in loondienst bij de overkoepelende stichting.”

Huisartsen hebben daar zo hun vraagtekens bij. Van der Poel: ,,Dan moet je wel voorkomen wat je nu ziet bij die centra: een enorme doorloop van de huisartsen. Patiënten waarderen dat slecht, logisch. Je meerwaarde is namelijk juist: Op één plek zitten en daar de mensen en de buurt kennen en een band opbouwen. Echt die gezinshuisarts zijn en naast het kind wat daar komt zitten, ook de ouder kennen. Zo vang je nog eens wat op.”

Met deze maatregelen moet het lukken, denkt De Langen. GroenLinks-raadslid Roest moet het nog zien. „Ik wil graag de oplossingen doorgerekend zien, zodat we kunnen beoordelen hoeveel elke aangekondigde maatregel helpt. Daar heb ik de wethouder ook om gevraagd.”

Volgens Siawash van de LHV is het huisvestingsbeleid van de gemeente een goed begin, maar er moet meer gebeuren, wil Rotterdam niet met te weinig huisartsen komen te zitten over een paar jaar. „Huisvesting faciliteren is één ding, maar: 15 procent van de huidige huisartsen gaat met pensioen de komende jaren, met de vergrijzing groeit de groep zorgbehoevenden en de het aantal Rotterdammers stijgt naar verwachting met 60.000. Dus we zullen de komende jaren ook veel nieuwe artsen moeten werven, terwijl er landelijk tekort is. In Zeeland lokken ze met vakantiehuisjes, wat doet Rotterdam ?”

50plus diende deze week moties in die het belang van een goed vestigingsklimaat voor huisartsen moeten onderstrepen. Voor het zomerreces komt de gemeenteraad nog een keer samen om te kijken wat de maatregelen concreet opleveren, zo belooft wethouder De Langen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.