De pijn van het afstaan duurde niet maar eventjes

Adoptie Tussen 1956 en 1984 hebben duizenden ongehuwde moeders in Nederland hun kind ter adoptie afgestaan. Vaak onder dwang. Journalist Christel Don wil dat iedereen deze geschiedenis kent.

Foto Spaarnestad

Of ze kleinkinderen had? Iedereen viel stil toen Jeannine van Dijck, te gast op een verjaardag, eerlijk antwoordde dat ze dat niet wist. Als meisje van dertien was ze zwanger geworden na onvrijwillige seks met haar vriendje. Haar ouders, bang voor het oordeel van buren en collega’s, dwongen Jeannine om haar baby direct na de bevalling af te staan.

Lees ook de recensie van Jeroen van der Kris over Afstandsmoeders

Tussen 1956, het jaar dat adoptie juridisch mogelijk werd in Nederland, en 1984, toen abortus legaal werd, vonden 15.000 binnenlandse adopties plaats. Voor het boek Afstandsmoeders interviewde journalist Christel Don tien vrouwen die destijds hun kind afstonden. Ze ontdekte dat deze stap – in deze tien gevallen allemaal onder dwang genomen – het hele verdere leven van de vrouwen heeft beïnvloed.

Neem Van Dijck, nu een vrouw van boven de zestig. De rest van haar tienerjaren verborg ze angstvallig de zwangerschapsstriemen op haar buik en borsten – niemand mocht weten van haar kind. Als volwassene durfde ze niet opnieuw moeder te worden. Lange tijd wilde ze geen contact met haar ouders; ze voelde zich verraden. Met moeite bouwde ze een hechte band op met de kinderen van haar zussen en broer. Ze studeerde af, had banen waar ze van genoot, maar toen haar trauma bovenkwam, raakte ze arbeidsongeschikt. Wel doet ze vrijwilligerswerk.

Een van de mensen die op Jeannine inpraatte dat ze haar kind beter kon afstaan, zei: iemand die een arm verliest heeft er zijn hele leven last van, jij maar even.

„Ja, een bizarre opmerking, zelfs voor die tijd. En hoe anders bleek het te zijn. Alle afstandsmoeders die ik heb gesproken, zijn voor altijd getekend door de gebeurtenis.

„Alsof er op het moment dat ze hun kind afstonden een steen de vijver in ging die alles daarna heeft beïnvloed. Hoe ze in relaties staan, in vriendschappen, of ze later wel of niet een gezin begonnen.”

Waren er ook vrouwen die blij waren met de mogelijkheid tot adoptie?

„Er zijn vrouwen die nog steeds achter hun keuze staan, ja. Maar uit de gesprekken die ik heb gehad, ook buiten de tien die zijn uitgewerkt in het boek, blijkt dat afstand doen voor veel moeders een traumatische ervaring is geweest. Vooral als het onder dwang gebeurde.”

Hoe zag die dwang eruit?

„Ik spreek eigenlijk liever van een gebrek aan vrije keuze. De maatschappij was destijds hardvochtig als je ongehuwd zwanger raakte. Neem Aeltsje uit mijn boek. Zij was al bijna twintig, het huis uit, deed naast haar werk als secretaresse een avondopleiding aan de kunstacademie, haar droom.

„Maar ze had de pech dat ze net haar baan had opgezegd toen ze in verwachting bleek. Zwanger werk krijgen was lastig. Het echtpaar waar ze een kamer huurde, zette haar de deur uit toen ze hoorden dat ze een kindje kreeg. Tot overmaat van ramp werd Aeltsje ziek en bleek haar vriend vreemd te gaan. Bovendien wilden haar ouders dat ze het kind afstond.”

Zonder vangnet zag ze geen andere mogelijkheid?

„Bij alle vrouwen in mijn boek zie je dat ze in een kwetsbare positie zaten. Ze hadden bijvoorbeeld geen ouders die bereid waren de baby op te nemen in het gezin, zoals in die tijd ook gebeurde. Sterker nog, soms dreigden hun ouders alle banden te verbreken als ze hun kindje hielden.”

Hulpverleners stuurden ook vaak aan op adoptie, blijkt uit je boek.

Lees ook ‘Een jongen, zei de non, en toen werd hij weggehaald’

„Dat vind ik misschien wel het kwalijkste. Zij hoorden deze vrouwen te steunen in het maken van een weloverwogen besluit. Die hulpverleners zijn er ongetwijfeld ook geweest. Maar vaak werd bewust ingezet op afstand doen van hun kind. Over alternatieven werd niet of nauwelijks gepraat.

„Aeltsje, die zwanger raakte in 1967 en aanklopte bij Bureau Ongehuwde Moederzorg in Amsterdam, kreeg direct het advies afstand te doen. Terwijl ze daar zat met de biologische vader en van plan was het kind te houden. En geen van de vrouwen die ik heb gesproken is gewezen op hun recht om tot drie maanden na de bevalling een keuze voor adoptie terug te draaien.”

Was het vaak niet beter voor de kinderen, juist omdat hun moeders weinig steun hadden van naasten?

„Dat is moeilijk te zeggen, maar ik heb een aantal afstandskinderen gesproken die eveneens met veel verdriet en grote vragen zitten, ook al zijn ze opgevoed door liefhebbende adoptieouders.”

De meeste kinderen in je boek krijgen weer contact met hun biologische moeder en soms ook hun vader.

„Gelukkig wel. Maar helaas lukt het maar in twee gevallen om blijvend contact te houden. Dat is ook invoelbaar; de situatie is vaak zo complex. Ik vind dat de professionele begeleiding daarom veel uitgebreider moet. Zodat als die eerste tijd voorbij is en het opbouwen van een relatie uitdagender wordt, biologische ouders en kinderen blijvend steun kunnen krijgen als ze dat willen.”

Je boek is een pleidooi voor openheid.

„Ik vind dat iedereen in Nederland moet weten over deze geschiedenis. Het is onderdeel van het levensverhaal van tienduizenden mensen. Niet alleen van de afstandsmoeders, ook van hun kinderen, hun kleinkinderen. Vaders die soms pas veel later horen dat ze een zoon of dochter hebben. Families waarin een tienermeisje opeens een paar maanden verdwenen was.

„De gevolgen zijn enorm geweest voor de betrokkenen. Als je dat weet, kun je er met meer begrip en openheid met elkaar over praten. Zodat niet langer het gesprek stilvalt als iemand vertelt dat ze haar kind af heeft moeten staan, zoals Jeannine overkwam op dat feestje.”

Christel Don: Afstandsmoeders. Over vrouwen die gedwongen hun kind afstonden (1956-1984). Thomas Rap, 224 blz. € 19,99

Anneke van Lingen: Op 24 juli 1969 bevallen van dochter, nadat ze op haar 18de zwanger werd van haar vriend

„De moeder van Martin liet me weten dat mijn kindje eventueel in hun gezin mocht opgroeien, maar toen ik dat aan mijn moeder vertelde, veegde ze die oplossing meteen van tafel. Ze was bang dat ik daardoor alleen nog maar bij Martins familie zou zitten, en bovenal dat ik het kind uiteindelijk toch mee zou nemen naar haar huis, en zij wilde er niets mee te maken hebben. Toen mijn moeder zei dat ik de laatste weken in een tehuis voor ongehuwde moeders zou moeten doorbrengen, dreigde ik dat ik van de Waalbrug zou springen. Ditmaal bond ze in en we spraken af dat ik in het ziekenhuis zou bevallen. ‘Als het kindje er straks is, zeggen we dat het doodgeboren is,’ besloot mijn moeder. Zowel mijn moeder als mijn toeziend voogd hebben meerdere keren op deze dwingende wijze op me ingepraat om afstand te doen, en ik heb ermee ingestemd.”

Irene Essenberg: Werd op haar 16de door haar vriend gedwongen tot seks, beviel op 13 juli 1965 van een zoon

„Wat betreft mijn eigen leven vraag ik me af hoe het eruit zou hebben gezien als ik na de bevalling was opgevangen door meelevende mensen, mensen met een luisterend oor. Die mij hadden geholpen om mijn leven weer op te bouwen. Mensen die een arm om mij heen hadden geslagen en me hadden verteld dat ik niet slecht was, maar juist een slachtoffer van de omstandigheden. Dan had ik niet altijd zoveel moeite hoeven doen om mijn geschiedenis voor anderen te verbergen. Ik verloor alles (na het gedwongen afstand doen, red.). Sindsdien durf ik geen vriendschappen meer aan te gaan. Ik doe veel vrijwilligerswerk en ontmoet daardoor lieve mensen, maar als ze te dichtbij komen, laat ik niks meer van me horen. Ik ben nog steeds bang dat mensen mij de deur wijzen als ze horen dat ik mijn zoon heb afgestaan. Ik weet dat ik niet slecht ben, maar zo voel ik me wel. Dat is me te vaak gezegd en iets in mij gelooft dat nog steeds.”

Ricky Vosters: Beviel op 8 augustus 1970 van een zoon, nadat ze op haar 17de zwanger raakte door verkrachting

„Alex en ik hebben jaren contact gehouden; ik leerde zijn vriendin kennen en ik kwam op kraamvisite na de geboorte van hun zoon en dochter. Alex en Toby (zijn halfbroer, red.) leerden elkaar kennen en kregen langzaam een band. Ze kwamen me regelmatig opzoeken toen ik nog op Mallorca woonde. Tegelijkertijd heeft er altijd iets tussen Alex en mij in gestaan. Als ik hem zie, duurt het niet lang voor iets me terugleidt naar die gruwelijke nacht in 1969. (…) ‘De zwartste dag uit jouw leven was wel het begin van dat van mij,’ zei Alex een van de laatste keren dat we elkaar zagen. Hij had gelijk, maar ik wist niet hoe ik die associatie kon doorbreken. Ik zou willen dat we daar de juiste begeleiding voor zouden krijgen. Sinds 2011 is het helemaal stil tussen ons. Ik ben niet op zijn huwelijk geweest en hun derde kind, ook mijn kleinkind dus, heb ik nooit ontmoet. Met Toby heeft Alex wel contact en daar ben ik blij om.”