Recensie

Recensie

Bellingcat: wereldkampioen digitaal speuren

Burgerjournalistiek Onderzoekscollectief Bellingcat deed grote ontdekkingen bij dossiers als MH17. In zijn boek Wij zijn Bellingcat geeft oprichter Eliot Higgins een kijkje achter de schermen.

Eliot Higgins begon uit verveling op zijn werk online te speuren.
Eliot Higgins begon uit verveling op zijn werk online te speuren. Foto ANP REMKO DE WAAL

Het begon tien jaar geleden in Leicester. Eliot Higgins, een gesjeesde student journalistiek die bij gebrek aan emplooi maar kantoorklerk was geworden, volgde in dat jaar van de Arabische Lente vanaf zijn bureau in de Midlands het Midden-Oosten.

Het internet werd in die dagen overspoeld met beelden van de opstanden tegen de zittende machthebbers en de repressie ervan. Het viel Higgins op dat er over de opstand in Libië allerlei beelden de wereld werden in geslingerd zonder dat die waren geverifieerd. Klopte de claim van de Libische rebellen dat ze de stad Brega hadden veroverd? Met Google Maps analyseerde de Higgins de beelden van de opstandelingen en concludeerde dat ze alleen het oosten van de stad in handen hadden.

Hij bond de kat de bel aan met een bericht op het liveblog van The Guardian. „In mijn kantoor in Midden-Engeland had ik de frontlinie ontdekt van een oorlogsgebied, duizenden kilometers ver weg”, zou Higgins een decennium later memoreren in Wij zijn Bellingcat.

In de tussentijd is Bellingcat een mondiaal collectief geworden van burgerjournalisten die zich niet meer door de (staats) media van (autoritaire) regeringen met een kluitje in het riet laten sturen. Ook de traditionele journalistiek moet zich nu rekenschap geven van deze nerds, die vanachter hun beeldschermen het internet afspeuren. Met deze werkwijze heeft Bellingcat zich geduchte tegenstanders op de hals gehaald. Bijvoorbeeld in het Kremlin, dat de afgelopen zeven jaar menigmaal te kijk is gezet.

Dat begon met de MH17-ramp. Het was Bellingcat dat aan het licht bracht dat de BUK-raket, waarmee het passagiersvliegtuig in juli 2014 was neergeschoten, afkomstig was van de 53ste brigade van de Russische luchtafweer bij Koersk. Aan de wieg van dit onderzoek stond Iggy Ostanin, een 25-jarige Russische student uit Izjevsk (de stad waar de Kalasjnikov wordt geproduceerd) die in 2014 toevallig wegens een vriendinnetje in Nederland woonde. Eindeloos beelden zoekend op internet vond hij de vrachtwagen nummer 232 die op de dag van de ramp in Oost-Oekraïne met een BUK-installatie was gefotografeerd.

Bellingcat bedrijft intussen ook traditionelere journalistiek. De onderzoekers schrikken niet meer terug voor het ouderwetse voetenwerk. De impuls daarvoor gaf Roman Dobrochotov, een Russische journalist die voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang is en werkt voor de Russische nieuwssite The Insider. Dankzij hem werd bekend welke geheim agenten van de militaire inlichtingendienst GROe vermoedelijk betrokken waren geweest bij het transport van de BUK.

De onderzoekers trekken nu ook hele torrent-sites met data als telefoonboeken en paspoortgegevens leeg. Dit soort piratensites tiert welig in Rusland. Dankzij slimme programmatuur kun je in dit soort databestanden achterhalen op wier naam een simkaart is afgegeven en hoe het telefoonverkeer liep. Met deze ‘reverse search’ vinden ze weliswaar niet dé ‘smoking gun’ –gesprekken afluisteren doen ze niet – maar zo vallen wel heel veel puzzelstukjes op hun plaats. De Nederlander Max van der Werff, die campagne voert tegen het internationale MH17-onderzoek, kwam zo in het vizier als maatje van een Russisch journaliste die in feite wordt gerund door de GROe.

Voor publiciteit heeft Bellingcat eveneens meer aandacht. Een hoogtepunt beleefde Bellingcat begin dit jaar toen Aleksej Navalny onder een valse naam vanuit Berlijn kon bellen met de FSB-man, die hem in augustus met novitsjok had willen vermoorden. Telefoonnummer en adres van deze geheim agent stonden op bestanden die Bellingcat op de zwarte markt had gekocht bij een corrupte leverancier genaamd Oma. Deze bronnen lijken onuitputtelijk. Zo kon het collectief vorige week onthullen dat de FSB een paar jaar geleden ook een andere oppositionele Rus, Vladimir Kara-Moerza, had proberen te vergiftigen.

Bij het zien van het filmpje, dat het Navalny-team van de pijnlijke ontmaskering had gemaakt, kneep Christo Grozev zich in de handen van opwinding. Grozev is een van de meest onverschrokken medewerkers van Bellingcat en daarnaast ook iemand die goed kennis kan overdragen. Vroeger dienden de nerds de feiten zo onopgesmukt op dat de lezer zelf de rode draad moest zien te ontdekken. Nu is het verhaal helderder en de impact groter.

Daarmee is het laatste woord echter niet gezegd. In het genre van Bellingcat is een wapenwedloop gaande met oplichters die, al dan niet van staatswege, met ‘deep fake’ verwarring zaaien en technisch zo bedreven zijn dat ze premier Rutte online dingen kunnen laten zeggen die hij helemaal niet in de mond heeft genomen. De consequenties zijn groot. Wie niet bedacht is op dit soort bedrog, stinkt er in.

Higgins denkt dat media literacy (media geletterdheid) een remedie is. „Als mensen sceptisch worden (in plaats van cynisch) over wat ze online zien, is dat een publiek goed,” schrijft Higgins. Geloven in mediawijsheid is een naïeve gedachte. De Amerikaanse goeroe Nicolas Negroponte zong medio jaren negentig eenzelfde liedje in zijn boek Being Digital. Binnen een kwart eeuw zou internet een betere wereld hebben bevorderd, voorspelde hij in 1995. „Net als een mottenbal (...) zal de natiestaat vervliegen […] voordat de een of andere wereldomvattende cyberstaat de politieke ether overneemt. Zonder twijfel (...) zal er net zo weinig ruimte zijn voor nationalisme als voor de pokken.”

Nu weten we dat Negroponte een kletsmajoor was. Op internet is al decennia een spijkerharde machtsstrijd gaande. Bellingcat heeft die op een hoger plan gebracht, maar de media-oorlog zelf is nog onbeslist. De memoires van Higgins zijn nog lang niet geschreven.