BAM maakt groot verlies over 2020 bekend

Jaarcijfers BAM maakte afgelopen jaar 122 miljoen verlies. De divisies in België en Duitsland verkopen, behoort nu ook tot de mogelijkheden. Het bouwbedrijf wil zich gaan concentreren op onderhoud en op duurzaam bouwen.

Topman Ruud Joosten van BAM kondigde vlak na zijn aantreden een groot bezuinigingsprogramma aan
Topman Ruud Joosten van BAM kondigde vlak na zijn aantreden een groot bezuinigingsprogramma aan Lex van Lieshout/ANP

BAM gaat terug naar de basis. Het bouwbedrijf wil zich gaan concentreren op duurzaam bouwen. Vorig jaar meldde het al dat het zijn internationale tak, met projecten in onder andere Dubai afbouwt. Nu is ook de divisies in België en Duitsland verkopen een optie, zo blijkt uit de donderdag gepubliceerde jaarcijfers. Daarnaast wil BAM zich nog meer gaan toeleggen op het onderhoud van bouwprojecten. Dat moet afgezien van een meer duurzame bouw ook voor stabielere inkomsten zorgen.

In een jaar waarin de bouw in sommige landen weken stil lag, haalde het bouwbedrijf uit Bunnik toch nog een nettowinst van ruim 112 miljoen euro in de tweede helft van het jaar. Dat is echter onvoldoende om de dramatische cijfers van het eerste semester te compenseren. Daardoor sloot BAM het jaar af met een verlies van ruim 122 miljoen euro.

Het leeuwendeel van dat verlies, 110 miljoen euro, is afkomstig van de internationale tak. Behalve door de lockdowns komt dat volgens BAM door tegengevallen resultaten en de extra kosten van twee projecten in het Midden-Oosten. Bij BAM International ontbreekt het aan „positieve vooruitzichten” buiten Europa.

Schikking met Keulen

Dichter bij huis schikte het bouwbedrijf afgelopen juni voor 200 miljoen euro met de Duitse stad Keulen en het ov-bedrijf daar. Door fouten bij ondergrondse werkzaamheden voor de aanleg van een metrolijn stortte in 2009 het Keulse stadsarchief in, waarbij twee doden vielen. Van de schikking moet BAM 36 miljoen euro uit eigen zak betalen, de rest betaalt de verzekeraar.

Lees ook: Bouwen met hout? Dat is niet duurzaam, zegt de norm

Het is al langer bekend dat BAM veel last heeft van de coronacrisis en van tegenvallende bouwprojecten in onder meer Duitsland, Dubai én in Nederland – de zeesluis in IJmuiden kostte het bedrijf al ruim 100 miljoen euro. Daarnaast had de bouwsector eerder te kampen met vertraagde projecten door stikstof- en PFAS-beleid.

Topman Ruud Joosten, die sinds afgelopen september aan het roer staat, begon zijn nieuwe baan dan ook met het aankondigen van een groot bezuinigingsprogramma. Dat moet jaarlijks 100 miljoen euro opleveren.

Veel aandacht gaat in het jaarverslag uit naar het nieuwe strategische plan voor de komende drie jaar: ‘Building a sustainable tomorrow’. Dit houdt onder meer in dat het rendement op projecten in België en Duitsland hoger moet worden.

Als dat niet genoeg blijkt, is verkoop van deze twee divisies mogelijk. BAM-projecten in België en Duitsland draaiden de afgelopen jaren namelijk beduidend minder goed dan die in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

Inkomsten uit onderhoud

Het verbeteren van de bedrijfsresultaten moet samengaan met het halen van de in het Klimaatakkoord gestelde klimaatdoelen en duurzaamheidseisen. Net als andere bedrijven moet BAM in 2030 de helft minder CO2 uitstoten en twintig jaar later volledig circulair werken. Dit betekent dat al het materiaal uit een pand later opnieuw gebruikt moet kunnen worden.

Deze verduurzamingsslag is een grote kluif voor de bouw, die in Nederland verantwoordelijk is voor het meeste afval van alle sectoren.

Hoe ziet BAM dat voor zich: betere resultaten behalen en tegelijk inzetten op nieuwe materialen en technologieën om duurzamer te bouwen? „Het is belangrijk dat we niet alleen iets bouwen en dat afleveren, maar ook betrokken blijven bij het onderhoud”, legt topman Joosten uit aan de telefoon. „Dat zorgt ook voor inkomsten, en dus voor een voorspelbaardere kasstroom. Zo is lifecyclemanagement op meerdere aspecten goed voor ons.”

Het is belangrijk dat de overheid de rol van katalysator op zich neemt

Ruud Joosten bestuursvoorzitter van BAM

Sinds een paar jaar werkt BAM al met zogeheten ‘materialenpaspoorten’. Die bevatten informatie over de kwaliteit en levensduur van de materialen die bij een project zijn gebruikt. Later kan zo’n paspoort van pas komen. Bijvoorbeeld als een gebouw aan het einde van zijn levenscyclus gedemonteerd wordt, en moet worden uitgezocht welke delen herbruikbaar zijn en welke niet.

Volgens Joosten is vooral de overheid in het Verenigd Koninkrijk erg actief met het bevorderen van duurzame bouw. „Zij zijn veel bezig met het opstellen van richtlijnen en het stellen van eisen. Dan doen ze meer dan andere landen – ook dan Nederland.”

Joosten ziet dat de Britse overheid bereid is om te betalen voor duurzame oplossingen. „Als de overheid het goede voorbeeld geeft en daarin wil investeren, kan het hard gaan. Het is heel belangrijk dat de overheid de rol van katalysator op zich neemt.”

Lees ook: Matrassen en bouwmateriaal – hoe maak je die afvalbergen circulair?