Natuurwijn: heel populair, maar lastig te definiëren

wijn ‘Natuurwijn’ is booming. Het probleem is alleen dat we nooit precies weten of een wijn wel écht ‘natuurlijk’ is. Meer transparantie is wenselijk, vindt Esmee Langereis.
Foto Getty Images, bewerking NRC

‘Voor we beginnen”, zegt de moderator van het webinar over natuurwijn, „wil ik even duidelijke afspraken maken over de terminologie.” De 1.500 internationale wijnmakers, journalisten, handelaren en onderzoekers die zich hebben aangemeld voor dit online symposium in december vorig jaar, weten dat het praten over natuurwijnen doorgaans zorgt voor verwarring en lange discussies. Vooral als ze vergeleken worden met andere soorten wijnen.

„Wij zullen het hier hebben”, vervolgt de moderator, „over ‘natuurwijn’ enerzijds, en ‘klassieke wijn’ anderzijds. We zijn ons ervan bewust dat niet iedereen het hiermee eens is…”

Als dit een fysiek symposium was geweest, dan was de eerste stoel nu wel door de zaal gevlogen. Wat voor de hobbymatige wijndrinker misschien een speelse nieuwe trend lijkt, is al jaren een fel omstreden topic onder professionals. Natuurwijn is de splijtzwam van de wijnwereld.

Natuurwijn is wijn van biologische druiven, waar in de kelder niets aan toe is gevoegd of uit is gefilterd. Door de gevestigde wijnorde is natuurwijn decennia lang genegeerd, of weggezet als wangedrocht, enkel gewaardeerd door ‘onwelriekende, Birkenstock dragende hippies’, zoals een wijnjournalist ooit schreef.

Anno 2021 kan niemand er meer omheen: natuurwijnen zijn booming. Je vindt ze in avant-gardistische wijnbars en in de beste restaurants ter wereld. En in overvloed op Instagram, niet in de laatste plaats door de fotogenieke etiketten, versierd met kleurrijke, soms pikante cartoons.

Wat veertig jaar geleden begon als een persoonlijke keuze van de jonge wijnmaker Marcel Lapierre in Beaujolais, is uitgegroeid tot een mondiale beweging. Een beweging die álle wijnen die we drinken tegen het licht houdt.

Liever de wijn van pa

Vin naturel, zoals de Fransen natuurwijn noemen, is een reactie op vin industriel. Of zoals de moderator van ons webinar het noemt: een reactie op ‘klassieke wijn’. Dat is inderdaad verwarrend. Wat men nu ‘klassiek’ noemt, werd in de jaren zeventig als ‘modern’ beschouwd. In die tijd was Lapierre, net als veel andere wijnboeren, begonnen de biologische wijngaarden van zijn vader op een nieuwe, moderne manier te bewerken, met kunstmest en pesticiden.

„Hij was twintig toen hij het domein overnam en had weinig zin om net zo hard te zwoegen als zijn pa”, vertelt Lapierres weduwe Marie aan de telefoon. „Hij wilde liever naar de bar-dancing dan steeds met het paard die hele wijngaard door. Maar als Marcel zelf wat lekkers wilde drinken, pakte hij altijd de wijn van zijn vader uit de kelder. Gemaakt zonder additieven. Op een gegeven moment viel het kwartje.”

Niet alleen in de wijngaarden, ook in de kelders had men inmiddels een uitgebreidere chemische trukendoos voorhanden dan de vooroorlogse generatie wijnmakers. Middeltjes om vinificatiefoutjes en bederf tegen te gaan, maar ook om de smaak, kleur en textuur van wijnen op te krikken. Dit alles resulteerde in hogere marges en stabiele wijnen met minder risico op afwijkingen. In principe hoorde je wijnboeren ook niet klagen.

Tot ze hun wijnen zelf moesten drinken.

Lapierre en een clubje bevriende wijnboeren gooiden in de jaren tachtig radicaal het roer om. Op aansporing van de scheikundige Jules Chauvet, die er al mee aan het experimenteren was, stopten ze met het gebruik van sulfiet en andere toevoegingen in de wijn, en keerden bovendien terug naar biologische wijnbouw.

De wijnen van de ‘Bende zonder Zwavel’ druppelden langzaam door in Europa en de rest van de wereld. Wie ze proefde, ging voor de bijl: de wijnen waren ongenadig lekker. Sappig, puur overdadig fruitsap, vol energie en leven. Dat laatste kun je letterlijk nemen: leg een druppel natuurwijn onder de microscoop en je ziet een levendige janboel van feestende gisten en micro-organismen. In een doorsnee supermarktwijn heerst daarentegen een steriele stilte.

Behoefte aan echt

De wijnen van de Bende en door hen geïnspireerde wijnmakers, waren een druppel op de gloeiende plaat. Slechts 3 procent van alle wijnboeren wereldwijd werkt biologisch, biodynamisch of au naturel. Al die andere wijnen worden gemaakt met chemische en synthetische hulpmiddelen, in de wijngaard, in de kelder, of allebei. Dat kun je klassiek noemen, maar ‘conventioneel’ lijkt een betere term.

Een beroemde wijnproducent uit Barolo zei ooit: „Hoe meer nep er is, hoe meer behoefte aan echt”. Volgens sommigen verklaart dit principe de opkomst en het succes van natuurwijn.

Al in de jaren negentig hadden natuurwijnen, dankzij een aantal toegewijde importeurs, een kleine fanbase in de grote steden van Europa, de VS en Japan. Een exclusieve groep, die zich vooral bezighield met het drinken van de wijn. Sinds 2010, niet toevallig het geboortejaar van Instagram, is de aandacht voor natuurwijn exponentieel gestegen. De nieuwe generatie liefhebbers blogt en post met liefde over die wijnen, geheel in lijn met de populariteit van biologisch en ambachtelijk eten, en een groeiend bewustzijn van duurzaamheid en gezondheid in het algemeen.

En de smaak, vraagt u zich misschien af? Is die bijzonder?

„Natuurwijnen zijn gewoon wijnen, en die heb je in alle kwaliteiten. Maar ze zijn vaak wel extra uitgesproken”, legt Florien Kleine Snuverink uit. In 2014 vertrok ze naar de Jura om wijn te maken. „Als ze slecht zijn, zijn ze uitgesproken vies. Als ze goed zijn, zijn ze goddelijk.”

Kleine Snuverink: „Wijn maken zonder additieven en weinig of geen sulfiet is geen kwestie van laissez faire. Wij moeten juist veel hygiënischer werken en analyseren onze wijnen tot vermoeiens toe. Het verschil is dat als er iets fundamenteel niet correct blijkt te zijn in de wijn, wij niet aan de wijn gaan sleutelen, maar veranderingen doorvoeren in de gaard. Als de wijngaard uit balans is, zul je in de kelder altijd toevoegingen nodig hebben.”

Om in een seminar over natuurwijn conventionele wijnen ‘klassiek’ te noemen, mag een gotspe heten. Bij ‘klassiek’ denk je aan een kromgetrokken boer die met zijn knol de gonzende wijngaard ploegt. Precies hoe de wijnindustrie zich wil profileren. Maar als dit idyllische beeld al ergens mee correspondeert, dan met een biodynamische wijngaard en niet met een conventionele, waar doorgaans de verdelgtractor regeert.

Geen ingrediëntenlijst

Mensen hebben soms een geromantiseerd beeld van hoe wijn gemaakt wordt. Wat daarbij niet helpt is dat we volledig in het duister tasten over wat onze fles wijn precies bevat. Als uitzondering binnen de voedsel- en warenwet zijn wijnproducenten niet verplicht om een ingrediëntenlijst te vermelden, en de meesten willen dat graag zo houden; de enorme lijst met additieven zou weleens kunnen afschrikken.

Het CEEV (Comité Européen des Entreprises Vins) is al jaren bezig om dit verplicht te laten stellen en mikt nu op aanpassingen in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor 2023. Eventueel in de vorm van een QR-code of e-label.

Geconfronteerd met de term ‘natuurlijke’ wijnen vragen mensen zich af wat dat ze dan al die tijd gedronken hebben – onnatuurlijke wijnen? Verwarring die voortkomt uit onduidelijkheid, en die bij consumenten het verlangen naar openheid van zaken aanwakkert.

Transparantie in het productieproces van alle wijnen zou de hele wijnwereld op zijn kop zetten. Maar vooral voor de massaproducerende, conventionele wijnindustrie kan het vervelend uitpakken. Berg je maar als mensen erachter komen hoeveel chemicaliën er worden gebruikt in hun favoriete fles. Biodynamisch producent Nicole Sierra Rolet noemde de situatie een tikkende tijdbom: „Een schandaal is bijna onvermijdelijk, en het zal de hele wijnwereld meesleuren in zijn val.” Het is tijd dat producenten verantwoording nemen voor hun omgang met wijngaarden, wijnen en consumenten. Iedereen met de billen bloot dus.

Transparantie zou ook direct korte metten maken met faux-naturels: imitaties van natuurwijnen, in een hippe fles met vage claims als ‘no nonsense natural wine’. Bij nadere inspectie blijken die wijnen half of niet te voldoen aan de richtlijnen van organisaties als de Association des Vins Naturels en Vins S.A.I.N.S. (Sans Aucun Intrant Ni Sulfite). Maar omdat er geen wettelijke regelgeving is voor de categorie, komen ze daar gewoon mee weg. Voor consumenten biedt de term dus geen garantie.

Bijkomende complicatie: een aantal natuurlijk werkende producenten voelt zich ook niet senang bij de term ‘natuurwijn’. Wijn maken zonder sulfiet en andere kunstgrepen is een stuk lastiger en riskanter, en het label heeft in de loop der jaren wat imagoschade opgelopen. Om niet geassocieerd te worden met de mislukte exemplaren, kiezen sommigen voor termen als ‘ancestraal’, ‘minimal intervention’ of, wat suggestiever, ‘naakte’, ‘wilde’ en ‘levende’ wijnen. Voor de wijndrinker wordt het er allemaal niet duidelijker op.

Risky business

In ieder geval is je ambachtelijker voordoen ten bate van het romantische plaatje risky business voor alle producenten. Wie door de mand valt, wordt genadeloos afgestraft. En niemand is gevrijwaard. Vooral de makers van natuurwijnen niet. In juli viel de populaire Italiaanse natuurwijnproducente Valentina Passalacqua van haar voetstuk, toen bleek dat het land van haar vader bewerkt werd door zwaar onderbetaalde, illegale werknemers. Binnen een mum van tijd hadden haar belangrijkste Amerikaanse importeurs officieel afstand van haar genomen.

Als we de wijndrinker willen helpen, dan schieten termen als ‘klassiek’, ‘conventioneel’ en ‘vin naturel’ tekort. Bovendien zijn ze onderhevig aan inflatie en ziet het er niet naar uit dat er op korte termijn een wettelijke regelgeving komt om die termen te definiëren.

De oplossing?

Niet terminologie, maar transparantie is cruciaal. Bij álle wijnen. Niet alleen wat betreft sulfiet en kunstmest, maar ook over energieverbruik, verpakkingsmateriaal en arbeidsvoorwaarden. Om te beginnen zou er een ingrediëntenlijst op het etiket moeten komen.

Wat een wijn ons waard is, kunnen we dan bepalen aan de hand van smaak, emotie en kennis over waar, hoe, door wie en waarmee hij gemaakt is. De manier waarop we denken en praten over wijn moet niet geregeerd worden door labels en categorieën. Er is maar één categorie en dat is ‘wijn’, natuurlijk.