Zijn wapen is suggestie, zijn strijd is klassenstrijd

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week een verhalenbundel uit 1907; inspiratiebron voor een hitserie op Netflix.

De grote hitserie op Netflix is Lupin en dus leest iedereen Arsène Lupin, gentleman-inbreker. Daarmee leest een groot publiek niet wat het in de serie ziet, maar wat de held van de serie Assane (gespeeld door de magnifieke Omar Sy) leest. Geïnspireerd door de literaire meesterdief Arsène Lupin, is deze Assane namelijk zelf ook meesterdief geworden. Hij is Arsènes grootste fan.

Daarom stond een verhalenbundel uit 1907, in vertaling een vijf jaar oude sleeper op de planken van de Nederlandse boekhandels, vorige week plotseling op nummer drie van de bestsellerlijst. En er valt meer te halen dan inzicht in de handigheid waarmee de seriescenaristen de oorspronkelijke verhalen inlijfden. Want wat is Arsène Lupin een leuke boef. Ouderwets galant, uitdagend en voor de onmisbare mannetjesputterij voorzien van kennis van Aziatische vechtsport. En wat was Maurice Leblanc een leuke schrijver. Vrolijk, met schalkse zinnen en met oog voor de tragiek van een verstolen traan die even blijft hangen in een grijze snor.

Arsène Lupin, gentleman-cambrioleur is in Frankrijk een klassieker. De eerste in een reeks van drie collecties novellen over een au fond harde crimineel. Maar zijn slachtoffers kunnen het betalen, die bevolken „salons en kastelen”, dus daar zitten we niet mee. Bovendien geeft het Leblanc gelegenheid om zijn lezer zich te laten vermeien in de wufte wereld van de belle époque, waar zijn gewiekst gecomponeerde geschiedenissen uitstekend gedijen.

Arsène Lupin houdt van chic. Zijn uniform bestaat uit avondkleding, de hoge hoed, de witte zijden sjaal en de ‘almaviva’, oftewel de avondcape. Zijn wereld bruist van diamanten en champagne. Zijn beroep betaalt dat. Maar behalve om de buit gaat het hem om het etaleren van zijn schranderheid tegenover arrogante adel en zelfingenomen haute bourgeoisie. Hij is van eenvoudige komaf, zijn moeder werd slecht behandeld. Zijn strijd is de klassenstrijd.

De lezer weet dat hij zich zal redden en er met de poet vandoor zal gaan

In elk verhaal manoeuvreert hij zichzelf met opzet in een onmogelijke positie. De lezer weet dat hij zich zal redden en er met de poet vandoor zal gaan (geld, dure schilderijen, het halssnoer van Marie-Antoinette). De pret zit ’m in het hóe. Want hoe benard zijn positie ook is, het zal hem lukken. En dan staan we gretig paf over zijn onwaarschijnlijke greep op het toeval en vooral over zijn inzicht in de onoplettendheid van de mens. Zijn wapen is suggestie, daar komt het telkens op neer. Leblancs mooiste scènes zijn dan ook die waarin de held zijn slachtoffers confronteert. Hij maakt zich bekend, hoont ze en verdwijnt met wat hij hun afnam. Ze kunnen hem niks maken, of liever, ze wíllen hem niks maken, want dat zou gezichtsverlies betekenen. En als hun klasse ergens niet tegen kan dan is het wel gezichtsverlies.

Ik voel het telkens weer: uiteindelijk is Arsène Lupin uit op een goed verhaal. Welbeschouwd is hij een kunstenaar. En daar kan geen rijke stinkerd tegenop. Status en stamboom leggen het altijd af tegen de kracht van de kunst.

Reacties: boeken@nrc.nl