Vrij zijn is… broodbakken

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur? Deze week: broodbakken.

Foto Folkert Koelewijn

Wie op donderdag wil afspreken met Bas Aarts (31) heeft pech. Zijn brood staat die dag op nummer één. Hij mengt dan het deeg, slaat het op gezette tijden om, en laat het rusten in rijsmandjes die door zijn hele appartement staan. Als hij het deeg niet hoeft te behandelen, kan hij lekker koffiedrinken, de planten op het dakterras verzorgen, of een kaartspelletje doen met vrienden die zich naar zijn deeg willen schikken. Slow life, noemt hij het. „De donderdag voelt nu een beetje zoals het als kind op zondag voelde.”

Hij heeft er de tijd voor. Aarts werkt als creative, vertelt hij, en voorziet onder andere horecagelegenheden en plekken als Carré van planten. Maar die hadden na de tweede lockdown „andere prioriteiten dan hun terras te vergroenen”. Zijn energie zakte in, en zijn goede humeur verdween als sneeuw voor de zon. „Ik was wel actief hoor. Ik wandelde met de hond, ik hield het huis schoon. Maar je wil niet alleen opstaan om je was te doen of te strijken.” En toen gaf zijn moeder hem plots Een boek over brood, van mede-Amsterdammer Issa Niemeijer-Brown. „Ik heb het in één dag uitgelezen.”

Hij haalde meel bij een molen, en bakte er gelijk een brood mee. „Het kwam zingend uit de oven.” De obsessie voor brood was geboren. Desembrood welteverstaan, dat je niet met instant bakkersgist maakt, maar met een zelfgemaakte gistcocktail, de ‘starter’. Er zijn mensen die „neerkijken” op bakkersgist, maar daar is Aarts niet van, zegt hij. Desembrood is gewoonweg ambachtelijker. „De starter is een soort Tamagotchi die je constant moet voeden. Je moet er heel veel liefde in stoppen.”

Over zijn broden zal hij dan ook nooit zeggen dat ze zijn mislukt, maar: „Het kan altijd beter.” Een mooi brood heeft het juiste volume („groot, zonder dat je smaak verliest”), is beweeglijk („het kruim moet terugveren als je op het brood drukt”), en heeft een goeie korst („dun en knapperig”). Daar heb je wel een fatsoenlijke broodoven voor nodig, die op 280 graden kan bakken, in plaats van de oven van een geduldige onderbuurvrouw. Dus kocht hij onlangs een bakbeest op Marktplaats. „Vorige week heb ik er negentien broden in gebakken.”

Nee, die eet hij niet allemaal zelf op. Om de uitgaven van de oven en het meel te compenseren, bedacht hij een abonnementensysteem. Zes vrienden en buurtgenoten krijgen elke week een brood voor 20 euro per maand. En soms doet hij een brood cadeau. Na deegdonderdag is het vrijdag bakdag, en op zaterdag brengt hij wandelend met een mandje de broden langs. „Je zou die gezichten moeten zien. Ze zijn er zo blij mee!” Net zo blij als de eendjes die de overgebleven broden mogen opeten.