Directeur Eike Schmidt in de Uffizi: „We moeten een museum zijn dat openstaat voor iedereen.”

Foto Roberto Serra - Iguana Press/Getty Images

Interview

Selfies met Botticelli: hoe de Uffizi verjongt

Interview | Eike Schmidt, directeur Uffizi De Duitse directeur van de Uffizi in Florence vernieuwt het museum, in de zalen en online. „Teenagers en twens hebben te weinig contact met traditionele instellingen.”

Florence. Zit je op je mobieltje naar Man met appel te kijken, een prachtig schilderij van Rafaël, begint-ie ineens uit te leggen hoe het is om single te zijn. Scroll je verder, dan blijken Romeinse standbeelden in staat tot hilarische dialoogjes. Of barst de veertiende-eeuwse dichter Petrarca, smoorverliefd op zijn Laura, uit in een tophit van twintig jaar terug: Laura non c’è, Laura is er niet meer. En heeft u wel eens een putto, zo’n klein engeltje, horen proberen ‘sunscreen’ te zeggen?

Dit gebeurt allemaal onder regie van de Uffizi, het eerbiedwaardige museum in Florence met het hoogste bezoekersaantal van Italië. Met de coronapandemie als aanleiding, maar de wens om een jonger publiek aan te trekken als drijfveer heeft het museum het afgelopen jaar een reeks digitale initiatieven genomen die veel kunstliefhebbers de wenkbrauwen hebben doen fronsen.

De korte filmpjes op Tiktok bestaan al een paar maanden. De nieuwste vondst heet Uffizi-om-te-eten: beroemde chef-koks uit Italië laten zich inspireren door werken uit het museum. Op Facebook is te zien wat een schilderij uit begin zeventiende eeuw van de Florentijnse schilder Jacopo Chimenti losmaakt bij Dario Cecchini, de besnorde slager uit de Chianti die wereldberoemd is geworden omdat hij tijdens het hakken van de biefstuk verzen van Dante citeerde. Met veel verve laat hij zien hoe een ‘costata’ te bereiden, een variant op de Florentijnse biefstuk – en natuurlijk wordt er eerst een glas rode Toscaanse wijn gedronken. Zo komen twee Italiaanse specialiteiten bij elkaar: kunst en eten.

„We moeten van ons podium af komen”, zo vat Eike Schmidt, de directeur van het museum, zijn filosofie samen. Er is veel ophef ontstaan over zijn samenwerking met een paar veelgevolgde jonge influencers. Zoals Chiara Ferragni, die zich in allerlei poses voor de schilderijen van Botticelli liet fotograferen. Haar selfies met de ‘Geboorte van Venus’ is de meest bekeken post op het Instagramaccount van de Uffizi.

„Teenagers en twens hebben te weinig contact met traditionele instellingen als musea, en daarom moeten we ons voor hen openen”, zegt Schmidt. „We moeten een taal spreken die voor hen relevant en interessant is. We moeten van ons voetstuk komen om op dezelfde ooghoogte contact met hen te kunnen hebben.” In enkele gevallen heeft hij dat letterlijk genomen: een ruim twee meter breed verhalend schilderij van Fra Angelico is op ooghoogte van jonge kinderen gehangen, omdat die graag blijken te kijken naar alle details op dat doek.

Nog zo’n stap die veel geleerde wenkbrauwen heeft doen fronsen: de verwerving begin deze maand van street art, een zelfportret van de Engelse artiest Endless in gemengde techniek, met een foto van het kunstenaarsduo Gilbert & George. Bij de presentatie daarvan zei Schmidt dat dit past in de traditie van de familie van de De’ Medici, de grondleggers van de Uffizi-collectie. „Die waren buitengewoon geïnteresseerd in contemporaine stromingen in de kunst.” Het werk, door Endless geschonken aan het museum, is bedoeld voor de speciale zaal met zelfportretten die later dit jaar moet worden geopend.

Achterstand van decennia

Schmidts lengte, zijn helblauwe ogen en een enkele langgerekte klinker in zijn verder perfecte Italiaans verraden zijn Duitse afkomst. Hij was ruim vijf jaar geleden een van de zeven buitenlanders in een groep van twintig nieuwe museumdirecteuren. Zij moesten vorm en inhoud geven aan een hervorming van het museumbeleid, waarmee Italië „een achterstand van decennia” (woorden van de minister) wil inlopen. Hoewel Italië de helft van het culturele erfgoed ter wereld heeft, trekken grote musea in andere landen veel meer mensen.

De Italiaanse musea kregen meer autonomie en mochten een groter deel van hun inkomsten zelf houden. Het zorgde voor nieuwe initiatieven (veel musea hadden geen eigen shop), en ook voor een nieuwe blik. „Het bestaande idee was dat de directeur van een museum vooral moest communiceren met andere kunsthistorici, professoren vooral”, zegt Schmidt. „Als mensen iets niet begrepen, was dat hun probleem. De inrichting in het museum en zelfs de titelkaartjes bij de werken werden gemaakt door gespecialiseerde kunsthistorici voor gespecialiseerde kunsthistorici. Maar we moeten een museum zijn dat openstaat voor iedereen, niet alleen voor de mensen die toch wel komen.”

Ik zie het als een van mijn belangrijkste taken om de jongere generaties te betrekken bij ons culturele erfgoed

Toen hij aantrad was er behoorlijk wat scepsis. In de media protesteerden rechtse politici dat met de aanstelling van buitenlanders in leidende musea in Florence, Mantua, Milaan, Napels, Paestum en Urbino Italiaanse kennis en kunde werden genegeerd. Daar hoor je nu niemand meer over. De tijd van ironische of stekelige opmerkingen is grotendeels voorbij. De hervorming van vijf jaar geleden heeft bijna overal geleid tot een stijging van de bezoekersaantallen en meer inkomsten. In de Uffizi is het aantal bezoekers in vijf jaar met 33 procent gestegen, naar 4,4 miljoen in 2019. De inkomsten zijn meer dan verdubbeld, naar 35 miljoen euro in 2019.

Daarom haalt Schmidt nu zijn schouders op over het gebrom van wat hij parrucconi noemt, ouderwetse pruikdragers die weinig ophebben met popularisering via sociale media. De 607.000 volgers op Instagram bevestigen zijn gelijk, vindt hij. En Schmidt is extra trots op het succes bij jong publiek op TikTok, waar het museum half februari ruim 69.000 volgers had – net iets minder dan het Rijksmuseum in Amsterdam. De reacties bij de korte filmpjes zijn ook zeer positief. Zo schreef TikTokker Bruh enthousiast: „Het weinige geloof dat ik nog heb in mijn natie is bijna helemaal gebaseerd op de figuur die het TikTokprofiel van de Uffizi beheert.”

Fris het museum in

De Duitse directeur is op veel fronten aan het moderniseren: minder rijen, meer zalen, andere presentatie, vrije en makkelijke toegang ook tot de wetenschappelijke publicaties. Invoering van een reserveringssysteem was een van zijn eerste maatregelen. In vroeger jaren moest je soms uren in de rij staan en was het in de zalen vaak dringen. „Nu geven we mensen een precies tijdstip waarop ze naar binnen kunnen, en hoeven ze niet of hooguit vijf minuten te wachten. Voor de bezoekers is het beter, mensen komen nu fris het museum binnen en kunnen zich beter concentreren. Als je lang in de rij hebt moeten staan, kom je al een beetje boos het museum binnen. Voor ons is het voordeel dat we met dit systeem juist meer mensen kunnen ontvangen, niet minder.”

De beschikbare ruimte is vergroot met ongeveer vierduizend vierkante meter, en ook de presentatie is veranderd. Op de eerste verdieping, die wegens uitbreiding van de zalen daar tijdelijk niet toegankelijk is voor het publiek, is dat het beste te zien. De Caravaggio’s en andere kopstukken zijn tegen een wand gehangen die is geverfd op basis van zestiende-eeuwse kleurenpaletten: vermiljoenrood, Venetiaans groen, Toscaans grijs. In sommige zalen van de tweede verdieping, die sinds half januari weer open is, worden een witachtige variant en speciale belichting gebruikt die publiekstrekkers als de Tondo Doni van Michelangelo en de Annunciatie van Leonardo da Vinci nog beter doen uitkomen.

Lees ook: Wereldwijd dwalen door virtuele museumzalen

Afgelopen maandag moest het museum weer dicht, maar half januari kon het even open. Op een winterdag in deze korte openingsperiode is het nog prettig rustig in het museum. Per zaal zijn er niet meer dan vijftien mensen. Iedereen draagt een mondkapje. Schmidt zegt dat de sluiting wegens de Covid-pandemie grote financiële gevolgen heeft gehad: in 2020 had het museum 8 miljoen aan inkomsten, tegen 35 miljoen in het jaar daarvoor – de noodhulp van de staat kwam tot nog toe neer op ongeveer 14 miljoen euro.

„Gelukkig hebben we de afgelopen jaren erg goed gewerkt en hebben we brede schouders”, zegt Schmidt. „We kunnen dit jaar doorgaan met de meeste strategische projecten, omdat we daarvoor in 2018 en 2019 fondsen opzij hebben gezet.”

Stripfestival

De pandemie heeft hem ook gesterkt in twee belangrijke lijnen in zijn beleid. „We hebben nog lang niet alle gevolgen van de pandemie in kaart kunnen brengen, maar een paar dingen zien we al. Zoals het voordeel van een polycentrisch museum. We willen ons nog sterker en systematischer verbinden met kleinere steden in Toscane, dorpjes soms, die schilderijen van ons willen lenen omdat een kunstenaar er heeft gewoond of gewerkt.” ‘De verspreide Uffizi’, zo heeft Schmidt dit project gedoopt. Doel: op zeker zestig plaatsen in Toscane schilderijen uit de enorme verzameling van de Uffizi te laten zien. „We willen kunstwerken die nu niemand kan zien, bijna thuis bij de mensen brengen”, aldus Schmidt.

Maar vooral wil Schmidt verder op de lijn van meer raakvlakken met de belevingswereld van jongeren. Vandaar bijvoorbeeld plannen voor samenwerking met het jaarlijkse Lucca Comics-festival, een van de belangrijkste stripfestivals ter wereld. „De realiteit is dat veel mensen nu naar ons komen simpelweg omdat we beroemd zijn, een bezienswaardigheid die je één keer moet doen. Wij willen dat verdiepen. Ik zie het als een van mijn belangrijkste taken om de jongere generaties te betrekken bij ons culturele erfgoed. Alleen als we erin slagen om hen echt van onze kunstwerken te laten houden, zullen zij er goed voor zorgen als het hun moment daarvoor is.”