Oeigoeren voelen zich niet meer beschermd in Turkije

Uitleveringsverdrag Turkije was altijd een veilige haven voor Oeigoeren. Nu brengt toenadering tussen Erdogan en China hun positie in gevaar.

Een tiental Oeigoerse demonstranten zit al ruim een week opgesloten in een hotel in Ankara. Ze zijn naar de hoofdstad gekomen om te protesteren bij de Chinese ambassade. Maar van de Turkse politie mogen ze niet naar buiten, tenzij ze linea recta terugkeren naar hun woonplaats Istanbul. Voor het hotel staan vier politieauto’s en agenten, deels in burger, die iedereen tegenhouden. De Oeigoeren mogen het hotel alleen verlaten om te bidden in de moskee.

„We hebben onze kamers voor vijftien nachten betaald”, zegt de Oeigoerse activist Ihsan Ismail aan de telefoon vanuit Ankara. „Dit is dag negen. Maar we mogen nog steeds het hotel niet uit om te protesteren, we zijn niet vrij om te gaan en staan waar we willen. Dit is een schending van onze rechten. Tenzij we uit het hotel worden gezet, weigeren we naar Istanbul te vertrekken.”

Er heerst grote onrust onder de vijftigduizend Oeigoeren in Turkije, die voornamelijk in enkele wijken in Istanbul en de Anatolische stad Kayseri wonen. Terwijl de betogers in Ankara zijn opgesloten in hun hotel, worden protesten in Kayseri ook in de kiem gesmoord. Oeigoerse vrouwen in hemelsblauwe nikabs, die voor een moskee aandacht vragen voor het lot van hun familie in China, worden onder zachte dwang door vrouwelijke agenten afgevoerd. Er volgen enkele aanhoudingen.

De reden voor de onrust is de angst voor deportaties. Sinds november zijn er volgens advocaten zo’n 25 Oeigoeren opgepakt en naar deportatiecentra gebracht – een plotselinge stijging. Hoewel geen van hen is gedeporteerd, hebben de detenties koude rillingen door de Oeigoerse gemeenschap gejaagd. Turkije was altijd een veilige haven voor Oeigoeren, een etnische minderheid in China die cultureel, religieus en taalkundig verwant is aan de Turken.

Oeigoerse demonstranten die niet van hun familieleden in China hebben gehoord protesteren op 9 februari bij het Chinese consulaat in Istanbul. Foto Tolga Bozoglu / EPA

„We zijn teleurgesteld in de regering en voelen ons niet meer beschermd”, zegt Nursiman Abdurasid, een Oeigoerse activiste uit Istanbul. Zoals veel Oeigoeren vermoedt ze dat de recente detenties te maken hebben met een oud uitleveringsverdrag tussen Turkije en China, dat China eind vorig jaar ineens heeft geratificeerd. Haar grootste angst is om gedeporteerd worden naar het land waar één miljoen Oeigoeren, onder wie vier van haar familieleden, in detentie- en heropvoedingskampen zitten.

Lees ook deze reportage: Komt dat zien! Het exotische land der Oeigoeren!

‘Radicale verandering’

„Dit is een radicale verandering in de houding van de regering ten opzichte van de Oeigoeren”, zegt Ilyas Dogan, een adocaat uit Ankara die zes Oeigoeren vertegenwoordigt die in een deportatiecentrum zitten. Al zijn cliënten zijn opgepakt om terreurgerelateerde aanklachten. Maar in hun dossier kon Dogan daarvoor geen bewijs vinden. „De politie concludeert juist dat er geen bewijs is dat ze banden hebben met terroristen. Ik vermoed dat ze na enkele maanden weer worden vrijgelaten.”

Dogan denkt dat de detenties de basis moeten leggen voor ratificatie van het uitleveringsverdrag met China, want dat ligt zeer gevoelig in Turkije, waar de Oeigoeren veel steun en sympathie genieten. „De opgepakte Oeigoeren dienen als argument vóór ratificatie: kijk, er zitten terroristen tussen.” Dit zal volgens hem niet meteen leiden tot massale deportaties, maar het risico op individuele uitzettingen neemt wel toe. „China zal een lange lijst overhandigen van Oeigoeren die in Turkije wonen.”

Ik vrees dat de Oeigoeren onderdeel zijn van de deal over een vaccin tussen Turkije en China

Nursiman Abdurasid activiste

De angst voor uitzetting wordt aangewakkerd door de Turkse aanschaf van het Chinese coronavaccin Sinovac. „Ik vrees dat de Oeigoeren onderdeel zijn van de deal over een vaccin tussen Turkije en China”, zegt Abdurasid. „ China prees Turkije niet alleen voor de aanschaf van Sinovac, maar ook voor de samenwerking op het gebied van terreurbestrijding.”

Toen de eerste zending van Sinovac in december vertraagd was, rezen er vermoedens over een deal tussen Ankara en Beijing. Volgens de regering was er een probleem met vergunningen. Maar de oppositie zag een verband met de recente detenties en beschuldigde de regering ervan de Oeigoeren uit te verkopen in ruil voor het vaccin. Bewijzen hiervoor zijn tot nu toe niet gevonden.

Niets meer vernomen

Meral Aksener, leider van de nationalistische IYI Partij, nodigde Abdurasid uit om een toespraak te geven in het parlement. „Ik wilde aandacht vragen voor het lot van de Oeigoeren in China, en de situatie van mijn familie”, zegt Abdurasid. Sinds 18 juni 2017 heeft ze niets meer van haar vader, moeder en twee broers vernomen. „Mijn enige bron van informatie is de Chinese ambassade. Maar die heeft alleen bevestigd dat ze gevangenzitten. Verder willen ze geen informatie verstrekken. Ze willen niet eens zeggen of ze nog leven. Mijn grootste angst is dat ze dood zijn.”

De uitzending van haar toespraak werd door de staatszender TRT afgebroken op het moment dat Abdurasid het woord nam. De zender gaf geen verklaring, maar het ging viraal op sociale media onder de hashtag ‘AKPsilenceUigh’. „Ze vertellen je dat ze de grootste verdedigers van moslims zijn. Maar ze luisteren niet naar de kreten van onze broeders en zusters die worden gemarteld omdat ze moslim-Turken zijn”, verklaarde Aksener.

Een groep Oeigoeren die hun hotel in Ankara niet mogen verlaten, gefotografeerd op 11 februari. Burhan Ozbilicig / AP

Het voorval illustreert hoeveel moeite de Turkse regering doet om China niet voor het hoofd te stoten. Erdogan presenteerde zich in het verleden juist als bondgenoot van de Oeigoeren. Toen hij in de jaren negentig burgemeester van Istanbul was, vernoemde hij een deel van de Blauwe Moskee naar Isa Yusuf Alptekin, de leider van de Oeigoerse onafhankelijkheidsbeweging. En in 2009 noemde hij de Chinese behandeling van de Oeigoeren „een soort genocide”.

Maar in jaren daarna veranderde Erdogans opstelling. Hij wist Beijing ervan te overtuigen dat hij geen bedreiging vormt voor het beleid in Xinjiang en China’s territoriale integriteit. Dit leidde tot betere relaties, zeker na de mislukte coup in 2016, die Erdogan vervreemdde van het Westen. China vulde het vacuüm en investeerde miljarden dollars in Turkije. Sindsdien houdt Erdogan zijn kritiek op de repressie van de Oeigoeren voor zich.

De economische malaise in Turkije is volgens advocaat Dogan de reden dat Erdogan zich harder opstelt tegenover de Oeigoeren. „Als hij geld wil lenen van instellingen als het IMF, zijn daar allerlei voorwaarden aan verbonden. De financiële steun die hij krijgt van Qatar is beperkt, daarom klopt hij aan bij China. Dat stelt ook geen lastige vragen over democratie en mensenrechten.”

Interieur van een Oeigoers restaurant in Istanbul. Foto Erdem Sahin / EPA