Nepalezen houden Nederlandse webshop bij. Liefdadigheid of een goed verdienmodel?

Outsourcen Sinds de coronacrisis besteedt groothandel in sanitairsystemen Plieger werk uit aan een Nepalese onderneming. Goedkoper én goed voor de lokale arbeidsmarkt.

Nepalese studenten in Kathmandu, Nepal. Plieger-directeur Koert Huisman over de coronacrisis in het land: „Afgestudeerde studenten vonden nauwelijks nog banen.”
Nepalese studenten in Kathmandu, Nepal. Plieger-directeur Koert Huisman over de coronacrisis in het land: „Afgestudeerde studenten vonden nauwelijks nog banen.” Foto Adeel Halim / Bloomberg

Toen Koert Huisman vorig jaar na twee decennia Nepal weer bezocht, viel hem vooral de vooruitgang op. „Houten huizen hadden plaatsgemaakt voor cementen huizen. En ik heb op een verlaten berg zitten facetimen met het thuisfront. De verbinding was er uitstekend!” De karakteristieke tempels, tuktuks en de loslopende koeien waren er nog wel om hem te herinneren aan het land waar hij in 2001 vrijwilligerswerk had gedaan.

Huisman is directeur van groothandel in sanitairsystemen Plieger uit Zaltbommel, met zo’n 730 medewerkers. In die hoedanigheid reisde hij begin 2020 naar Nepal. Plieger was zojuist honderd jaar geworden. Om dat te vieren besloten Huisman en zijn medebestuurders tot een gift aan de organisatie waarvoor hij als twintiger vrijwilligerswerk had gedaan: Stichting Vajra, die zich richt op onderwijs, gezondheidszorg en ecologie.

Ook nadat het coronavirus was uitgebroken, hield Huisman contact met de stichting en haalde de banden met Nepal verder aan. Plieger richt zich nu via Vajra ook op outsourcing: uitbesteden van werk aan een onderneming in Nepal. Is dat liefdadigheid, of gewoon een goed verdienmodel?

De wereldwijde coronacrisis heeft ook Nepal, al vóór de uitbraak een van de armste landen ter wereld, hard geraakt. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van de Verenigde Naties becijferde in mei vorig jaar dat zo’n kwart van de Nepalese banen erdoor geraakt wordt. Mogelijke effecten: lagere salarissen, minder uren werk of volledig baanverlies.

Huisman belde in die tijd met zijn Nepalese contact Damodar Paudel, oprichter van een lokaal consultancy- en accountancybedrijf. Dat deed hem inzien hoe ernstig de situatie er was. „De Nepalese overheid trof geen maatregelen”, zegt Huisman. „En afgestudeerde studenten vonden nauwelijks nog banen.”

Ook Paudel had het zwaar. „Zijn klanten droogden allemaal op”, zo drukt Huisman het uit. Hij besloot diens bedrijf werk van Plieger te gunnen, voornamelijk rondom dataverwerking, de webshop bijwerken met nieuwe informatie, bijvoorbeeld. „Het ging vooral om het opschonen van vervuilde data. Dat wordt voor alle bedrijven belangrijker naarmate je meer digitaliseert.”

De prille samenwerking was een succes, zegt Huisman. „Het zijn allemaal hoogopgeleide jongens en meiden, die goed Engels kunnen en weten hoe ze met Word, Excel en databases om kunnen gaan”, vertelt hij. „En van oorsprong zijn het accountants, dus ze gingen ook erg secuur te werk.”

Hij noemt de samenwerking nu een „win-winsituatie”: een jaar na het begin van de crisis werkt het Nepalese bedrijf nog steeds voor Plieger. Het sanitairbedrijf betaalt zo’n 8 euro per uur en doet los daarvan donaties aan Vajra. Dat is minder dan het minimumloon van 9,72 euro per uur in Nederland voor werknemers boven de 21 bij een veertigurige werkweek.

Banenverlies

Uitbesteden van werk naar minder ontwikkelde landen is niet nieuw. Het is volgens critici één van de problemen van toenemende globalisering: ontwikkelde economieën zetten werk uit in landen waar arbeid goedkoper is, met verlies van banen in ontwikkelde landen tot gevolg. Daarnaast ligt uitbuiting op de loer vanwege schimmige controle op arbeidsomstandigheden.

Maarten Olthof, oprichter van Stichting Vajra, erkent dat er nadelen aan de constructie zitten. „Je zult altijd mensen hebben die zeggen: ze jatten onze banen”, zegt hij. Toch ziet hij in de coronacrisis noodzaak voor soortgelijke partnerschappen. „In Nederland vergeten we wel eens dat de situatie in de derde wereld nog veel slechter is dan bij ons. In het algemeen, maar tijdens de coronacrisis al helemaal. Een land als Nepal heeft geen stabiele overheid, de gezondheidszorg is krakkemikkig en ondersteunende maatregelen zijn er nauwelijks.”

Hoewel Olthof het stimuleren van arbeidsmarkten in andere landen aanmoedigt, is het volgens hem een slecht idee op de bonnefooi een partner in een ontwikkelingsland te zoeken. „In landen waar veel corruptie is, kan het heel moeilijk zijn zo’n partnerschap aan te gaan. Er bestaan overal ngo’s die veel geld binnenhalen, maar nauwelijks wat doen.” Ook gebrek aan zicht op arbeidsomstandigheden, met mogelijk uitbuiting als gevolg, is een probleem, zegt hij.

Extra handen

Zijn stichting zet zich daarom sinds vorig jaar in als bemiddelaar tussen Nederlandse en Nepalese bedrijven. Inmiddels heeft zich een tweede gegadigde gemeld: marketingbedrijf Dept uit Amsterdam (550 medewerkers in Nederland) werkt sinds afgelopen voorjaar ook samen met het accountancybedrijf van Paudel. Dept besteedt eveneens voornamelijk dataverwerking uit. Een succes, zegt projectmanager Sander Hendriks van Dept.

Voor het marketingbedrijf was de coronacrisis de belangrijkste reden om met het project te beginnen. „Aangezien iedereen bij ons nu digitaal thuiswerkt, is het contact met de andere kant van de wereld makkelijker gelegd”, zegt Hendriks.

Lees ook: Nederland wil na coronacrisis dubbel zo lang thuiswerken

„En het is superfijn dat we nu extra handen hebben voor sommige projecten. Die waren anders uitgesteld of helemaal niet gebeurd.”

Hendriks benadrukt de maatschappelijke bijdrage aan Nepal. Daarnaast is de constructie óók commercieel interessant. „Verrijken van data met extra informatie is vooral handmatig werk”, zegt hij. Dat werk duurt relatief lang. „Het is financieel en commercieel bijna niet voor elkaar te krijgen om dat in Nederland te laten doen. Bezien vanuit de business is het ook echt een goede keuze.”

Ook directeur Huisman van Plieger geeft toe: „Het soort werk dat wij in Nepal laten doen, is gewoon geen sexy baantje in Nederland. Opschonen van data is een heidens karwei, eentonig en saai. In Nederland is het te duur om dat soort werk te laten doen.”

Vajra-oprichter Olthof ziet de constructie als kans voor Nederlandse bedrijven om zich van hun beste kant te laten zien. Dat ze daarbij geld besparen, vindt hij niet problematisch. „Het is gewoon een feit dat werk daar goedkoper is en dat is misschien ook een motivatie voor sommige bedrijven”, zegt Olthof. Daarbij mag niet worden vergeten dat zo’n samenwerkingsverband realiseren veel tijd kost. „Ik denk daarom dat de constructie met name interessant is voor mensen die niet alleen op geldbesparing uit zijn.”