Recensie

Recensie Muziek

John Luther Adams: componeren in de kou

Alaska Componist John Luther Adams vond zijn muzikale stem in de wildernis van Alaska. In het boek ‘Silences So Deep’ doet hij verslag van zijn bijna veertigjarige poolavontuur.

De Mendenhall gletsjer bij Juneau, Alaska
De Mendenhall gletsjer bij Juneau, Alaska Foto Wolfgang Kaehler/ LightRocket/ Getty Images

Juli 1975. Eerste trip naar Alaska. Bij de landing in hoofdstad Juneau glijdt de gigantische Mendenhall-gletsjer aan het vliegtuigraam voorbij. Nog diezelfde middag ploetert de componist voort over de kobaltblauwe ijsmassa. In zijn oren het glasachtige getinkel van smeltwater dat in een rotsspleet druppelt.

Een meimiddag in 1979, een berkenbos nabij Fairbanks. Een voorjaarsbries ritselt in het pas ontloken groen, terwijl een heremietlijster haar zwierige lijnen fluit. Jaren later bivakkeert hij aan de oevers van de Yukon-rivier, luisterend naar een percussieconcert van krakende ijsschotsen.

Klinkende natuur. Hoewel de titel op het eerste gezicht anders doet vermoeden, zit het er vol mee in Silences So Deep. De man die de akoestische plaatsbepalingen optekende heet John Luther Adams (1953). Ooit verdiende hij zijn brood als natuuractivist en paukenist van het Fairbanks Symphony Orchestra. Inmiddels is hij de internationaal gevierde componist van een oeuvre waarin de soundscape van de aarde resoneert. Zijn grote doorbraak kwam in 2014, toen zijn orkestwerk Become Ocean (2013) werd bekroond met een Pulitzer. De cd-opname won prompt een Grammy.

Verwar hem niet met zijn naamgenoot John Coolidge Adams. Terwijl laatstgenoemde in de jaren zeventig het post-minimalisme smoel gaf met stukken als Phrygian Gates en Shaker Loops, verkoos John Luther een bestaan in de muzikale marge. Na een compositiestudie bij James Tenney aan het California Institute of the Arts (CalArts) voerden groene idealen hem naar Alaska. Wist hij veel dat een uit de hand gelopen backpacktrip zou uitgroeien tot een bijna veertig jaar lang poolavontuur.

In Silences So Deep doet Adams met soepele pen verslag van die alles bepalende decennia. We lezen over de gedreven natuuractivist die samen met zijn toekomstige vrouw Cynthia actie voert tegen stuwdammen, pijpleidingen en mijnprojecten. Luizen in de pels van het petrochemische grootkapitaal.

Wernher von Braun

Ondertussen laat Adams zijn levensverhaal uitwaaieren naar zijn jeugd. Naar de stroeve relatie met zijn drinkende ouders. Naar die platenwinkel in New York waar hij via Zappa uitkwam bij Varèse, Cage, Feldman en Partch. Naar zijn vroege huwelijk met Margrit von Braun, dochter van de omstreden NASA-ingenieur Wernher von Braun, die in een eerder leven raketgeleerde was voor de nazi’s.

Rotsvast in zijn overtuiging dat kunst even veel verschil kan maken als activisme en politiek, neemt hij zich voor een eigen toontaal op te graven uit het arctische landschap

Even openhartig schrijft hij over zijn warme band met de dichter John Haines en zijn boezemvriendschap met Gordon Wright: dirigent, organisator van wekelijkse sauna-sessies, verzamelaar van exquise single malts, maar vooral soul mate en muzikaal klankbord.

Want mettertijd kruipt het bloed waar het niet gaan kan, en kiest Adams na jaren van eco-lobby alsnog voor het componeren. Rotsvast in zijn overtuiging dat „kunst even veel verschil kan maken als activisme en politiek”, neemt hij zich voor een eigen toontaal op te graven uit het arctische landschap. Elementaire muziek wil hij schrijven: kruiende texturen en uitgestrekte klankvelden, doortrokken van ecologisch engagement. ‘Sonic geography’ heet het in het hoofdstuk waarin hij zijn belangrijkste werken toelicht.

In de wijze waarop Adams vanaf de jaren tachtig zijn artistieke zelfonderzoek bedrijft, herkennen we de robuuste vrijbuitersgeest van Henry David Thoreau. In het midden van de negentiende eeuw betrok de schrijver-filosoof een afgelegen hut nabij Concord, New England. Naar analogie vertoeft Adams tien jaar in de wildernis rondom Fairbanks. In zijn ‘own private Walden’ deelt hij zijn spaarzame meubilair (stoel, tafel, slaapbank) met een meute eekhoorns die zijn spouwmuurisolatie elke winter een beetje verder uithollen. Stromend water of een werkend toilet? Onmogelijk bij minimumtemperaturen van min vijftig.

Toegegeven, de zwart-rood geblokte houthakkersromantiek ligt er soms wat dik bovenop in Silences So Deep. En toch voel je aan alles dat het hier geen pose betreft, maar een uitvloeisel van een diepgevoelde levens- en kunstfilosofie. Adams’ streven naar een hernieuwde verbondenheid met de aarde voelt bovendien des te urgenter in tijden van ecologische rampspoed. Een realiteit die Alaska bovengemiddeld treft, zo lezen we tussen de regels door.

Mexicaanse woestijn

Met het verdwijnen van de winterse diepvrieskou en de komst van massale zomerbranden, verruilde Adams de toendra tien jaar geleden voor een studio in New York en een parttime nomadenbestaan in Midden-Amerika. Componeren bleek hij ook daar te kunnen. In de Mexicaanse Sonorawoestijn schreef hij onder meer Become Desert, een werk voor groot orkest en koor dat in 2019 zijn Europese première beleefde in de Rotterdamse Doelen.

John Luther Adams Foto John Luther Adams

In het slothoofdstuk van Silences So Deep keert Adams nog een keer terug naar zijn componeerhut van weleer. Met het dooien van de permafrost verdwijnt het bouwsel langzaam maar zeker in de zompige bosbodem. Overpeinzing bij gebarsten ruiten en een scheef gezakte voordeur: „Hier in deze bossen droomden we ervan de wereld te veranderen. Nu verandert de wereld op een manier die we ons niet hadden kunnen voorstellen.”

Lees ook deze bespreking van Become Desert