Jeff Koons geeft een masterclass vertrouwen

Wereldkunst #16 ‘Art and Creativity’ heet de online cursus van Jeff Koons, een van de meest controversiële kunstenaars ter wereld. „Aankomende kunstenaars: de wereld heeft jullie nodig.”

Jeff Koons tijdens zijn masterclass ‘Art and Creativity’
Jeff Koons tijdens zijn masterclass ‘Art and Creativity’

Jeff Koons kijkt me recht aan, met staalblauwe ogen. Hij zegt: „Jouw herinneringen, jouw ervaringen zijn allemaal perfect. Je moet alleen het zelfvertrouwen hebben om je belangstelling te volgen en die te delen met andere mensen. Aankomende kunstenaars: de wereld heeft jullie nodig.” Nu moet ik eerlijk zeggen, Jeff, dat ik niet echt de behoefte voel om kunstenaar te worden. Maar dat ik perfect ben is fijn. En dat mensen op mijn perfectie zitten te wachten al helemaal.

Zal ik dan toch maar naar je cursus gaan kijken?

Het begon, natuurlijk, met advertenties, op Facebook. Daar lachte Jeff Koons me steeds frequenter toe (cookies), naast de tekst ‘Jeff Koons Teaches Art and Creativity’ – wat ik natuurlijk negeerde, ongetwijfeld mede omdat Koons altijd iets heeft van een tweedehandsautoverkoper. Maar hé, het was corona-tijd, ik zat de hele dag al achter de laptop, en dus klikte ik na een aantal weken alsnog. Zo kwam ik op de website Masterclass waar Koons een cursus ‘kunstenaar-worden’ geeft. Dertien afleveringen van gemiddeld tien minuten, waarin, zo werd me beloofd, hij onder andere vertelt over de basisbegrippen van het kunst-maken („formaat, kleur, vorm, textuur”), over hoe je het witte doek te lijf gaat, over de traditie van de ready-made en hoe hij zelf kunstenaar werd. Koons zwaait daarvoor enthousiast met een roze opblaaskonijn en een groene opblaasplant, zet beide op twee spiegels et voilà: zijn klassieker Inflatable Flower and Bunny (1979) – zo makkelijk gaat dat dus.

Controversieel

Natuurlijk was ik toen al om. Artistieke ambities had ik weliswaar nog steeds niet, maar ik werd wel nieuwsgierig hoe Koons over zijn eigen werk zou vertellen. Jeff Koons is al jaren een van de meest controversiële kunstenaars ter wereld, hoe vreemd dat ook klinkt voor een onvervalste wereldster. Die omstreden status komt vooral doordat hij zich niks aan lijkt te trekken van het idee dat hedendaagse kunst gelaagdheid, complexiteit, verdieping moet scheppen. Koons scheert juist al vier decennia over de oppervlakte, feilloos, met beelden van stofzuigers, basketballen en opblaaspoppen die gretig de banaliteit van alledaagsheid vieren, of met metershoge ballonbeesten en tulpenbossen die juist opvallen doordat ze buitensporig glimmend en glanzend zijn. Koons is er zéér succesvol mee: sinds enkele jaren wisselt hij regelmatig stuivertje met David Hockney als houder van het veilingrecord voor levende kunstenaars – op dit moment leidt Koons met Rabbit (1986), dat in 2019 werd geveild voor net wat meer dan 91 miljoen dollar. Ondertussen staat de ‘serieuze’ kunstwereld (anders dan bij Hockney) tandenknarsend aan de zijlijn: iedereen ziet wel dat Koons heel slim hoge en lage cultuur vermengt en daar ook nog eens een interessante meta-draai aan geeft, maar zijn beelden zijn tegelijk zo opzichtig en gelikt dat Koons toch vooral als een sell out wordt gezien, een kunstenaar die alleen denkt aan commercie en verkoop, vervaardiger van patserkunst voor witte proleten. En dat Koons daarbij zelf zoveel op zijn doelgroep lijkt, maakt de verwarring alleen maar groter. Wat wil Jeff Koons nou eigenlijk? Waar staat hij voor? Precies dat maakte me nieuwsgierig naar zijn cursus: stel je voor dat je de kans zou hebben gehad twee uur lang te worden ingewijd door vergelijkbare kunstenigma’s als Marcel Duchamp of Andy Warhol. Dus hop, daar ging mijn 200 euro voor een Masterclass-jaarabonnement – als Koons tegenviel kon ik altijd nog basketbalster worden met Stephen Curry, astronaut worden met Chris Hadfield of bloemkool roosteren met Yotam Ottolenghi.

Maar Koons valt niet tegen. Dat begint al met de opzet, briljant in zijn eenvoud. Gedurende de hele cursus zit Koons op een blauw krukje in zijn studio, gekleed in simpele blauwe broek, blauwe trui, blauw jasje en kijkt ons recht aan, waardoor je ondanks alles het gevoel hebt dat Jeff twee uur lang speciaal tegen jou zit te praten. Zijn ogen staan levendig, hij gebaart en gesticuleert en wringt er met zijn handen op los – hij heeft er zin in. Op het tafeltje naast hem verschijnen voortdurend nieuwe objecten die betrekking hebben op zijn betoog (een opblaaskonijn, een computer-gefreesd stuk marmer), in de verte glanst zijn grote Metallic Venus als een belofte aan de horizon (inderdaad gaat hij in het hoofdstuk ‘Art Innovation’ uitgebreid in op de vervaardiging van het beeld).

Toch blijkt al snel dat het belangrijkste kunstwerk van de cursus Koons zelf is

Dominee

Toch blijkt al snel dat het belangrijkste kunstwerk van de cursus Koons zelf is. Hij blijft voortdurend gefocust en enthousiast, strooit met oneliners (‘Alles in je leven is bronmateriaal’, ‘Je zelf gaat je nooit teleurstellen’, ‘Hoe meer je jezelf openstelt, des te meer ideeën je krijgt, en des te meer betekenis je vindt in alles wat je doet’), vertelt anekdotes, vouwt achteloos een ballonhond en filosofeert over zijn nieuwe Gazing Balls, waarvoor hij blauwgekleurde ballen, die Amerikanen normaal in hun tuin leggen om een blik van 360 graden over hun eigendom te hebben, op nageschilderde meesterwerken plakt, ‘zodat je volledig in de plaats en het moment zit’. Maar vooral: hij maakt jou als kijker voortdurend belangrijk. Hij blijft je maar aankijken, benadrukt keer op keer dat je je inspiratie moet halen uit je eigen leven en je eigen fascinaties – en dat daar alles zit. Daarbij verzwakt hij geen moment – Koons heeft wel iets van een dominee, bedenk ik, de leider van een sekte. Ondertussen valt het me ook weer op hoe goed zijn beelden zijn: of het nu het opengebarsten verrassings-ei is, de serie glanzend gekleurde ballon-dieren, of mijn favoriet, Play-Doh (2014): een gigantische, veelkleurige kopie van een stapel kinderboetseerklei die zowel onhandig en aanstekelijk is als pijnlijk perfect.

Play-Doh, sculptuur van Jeff Koons

Donald Trump

En dan besef ik ineens wat het is, met Jeff. Vlak voor de Amerikaanse verkiezingen zag ik een documentaire over Donald Trump, waarin werd beweerd dat je Trumps aantrekkingskracht tot twee kenmerken kon terugvoeren: hij twijfelt nooit en geeft nooit fouten toe. Daarbij zit zijn kracht in de reikwijdte van dat ‘nooit’: bij Trump betekent nooit ook echt nooit – hij toont nimmer ook maar een glimp, een spat, een fractie van twijfel of zelfkritiek: de koers is kaarsrecht. En kijk nu naar Koons: die doet precies hetzelfde. Hoewel iedere toeschouwer wéét dat zijn werk wordt bekritiseerd, dat zijn smaak als dubieus geldt, doet hij net alsof die kritiek in zijn wereld niet bestaat – en dat is in zekere zin nog wáár ook.

Maar natuurlijk moet dat zelfbeeld wel worden geschraagd. Dat doet hij allereerst door opvallend veel verbanden te leggen tussen zijn eigen werk en de kunstgeschiedenis: de Venus van Willendorf, Goya, Michelangelo. Maar nog belangrijker is Koons’ voortdurende streven naar perfectie. In de cursus legt hij uitgebreid uit dat hij voor al zijn werken een bestaand beeld als uitgangspunt neemt. Dat laat hij op verschillende manieren scannen, zowel het oppervlak als in drie dimensies, zodat hij het makkelijk op een veel groter formaat kan reproduceren, tot in de perfectie. Die perfectie, zegt Koons, daar gaat het hem om: die is voor hem niet simpelweg een teken van ambachtelijkheid, maar van vertrouwen: „Een van de belangrijkste dingen voor mij is om vertrouwen op de toeschouwer over te brengen.” En even later: „Ik wil aan andere mensen laten merken dat ik om ze geef, dat ik ze respecteer, en dat ik ze precies zo wil behandelen als ik zelf behandeld wil worden, zodat ze ernaar kunnen kijken en een ervaring kunnen hebben die zo rijk is als maar mogelijk, in plaats van dat ze in de steek gelaten worden.” Zo komen we uiteindelijk bij Koons’ allereenvoudigste omschrijving van een kunstwerk: „Something that can be trusted in.”

Kunst als teken van vertrouwen, en dat uit de mond van Jeff Koons – toegegeven, daar heb ik wel even over nagedacht.

Jeff Koons tijdens zijn masterclass

Want geloof je Koons, en wil je aannemen dat zijn werk over vertrouwen gaat, dan snap je ineens heel veel over de aantrekkingskracht van zijn werk. Dan gaat het allemaal over geloof, en is Koons zo beroemd omdat hij erin slaagt banale voorwerpen met een lage status (kitsch-beelden, stofzuigers, ballonnen) op te tillen naar de status van schoonheid en vertrouwen – juist de banaalste voorwerpen. En verdomd: ik kijk nog eens naar Play-Doh en moet toegeven dat het briljant is: een beeld van een mislukt beeld dat zo perfect is uitgevoerd dat het alsnog een geweldig beeld wordt. Je zou het Koons’ filosofie in een notendop kunnen noemen. Een soort koning Midas, die alles wat hij aanraakt in goud verandert.

Precies dat maakt zijn cursus ook zo onweerstaanbaar – voor even. Het is alsof Jeff Koons van de Olympus is afgedaald om gewone stervelingen te laten geloven dat zijn Midas-touch ook voor hen is weggelegd. Dat is een geweldige illusie, die bovendien perfect past bij de illusie van maakbaarheid en beheersbaarheid die mensen die zich Koons werk kunnen veroorloven graag in stand houden. Koons’ Masterclass is de instap-versie van deze illusie, en hij weet ’m perfect op te dienen – zolang we maar in hem geloven.

Jeff Koons teaches art and creativity. Inl. masterclass.com
Lees ook dit interview met Jeff Koons