Recensie

‘De nieuwe Laura’ roept weerstand en instemming op

Recensie Laura van Dolron kijkt in De nieuwe Laura naar de verhouding tussen theater en het leven buiten. Toch gaat het vooral over de oude Laura.

De nieuwe Laura is een monoloog van stand-up filosofe Laura van Dolron met een imponerende reeks anekdotes en overpeinzingen over hoe te leven.
De nieuwe Laura is een monoloog van stand-up filosofe Laura van Dolron met een imponerende reeks anekdotes en overpeinzingen over hoe te leven. Foto Moon Saris

‘Is dit niet illegaal?”, vraag ik Laura van Dolron voor ze haar voorstelling begint. We bevinden ons in theater Frascati in Amsterdam, waar zij deze week elke middag voor een andere recensent optreedt met De nieuwe Laura. „Er mag gerepeteerd worden, toch?”, antwoordt Van Dolron. Dat recensenten geen repetities recenseren ligt te veel voor de hand om nog hardop terug te zeggen. Waarna ze de kwestie afdoet met een schouderophalend „Nou ja”.

Ik ben de enige toeschouwer, al is ter verzachting van mijn eenzaamheid ook haar muzikant Frank van Kasteren, met wie ze verschillende voorstellingen maakte, aangeschoven op een stoel een paar meter verder. De vloer is leeg, op een tafel en een kist na.

Als Van Dolron haar voorstelling begint, duurt het een tijdje voor ik mijn gezichtsspieren en mijn overmatig zelfbewustzijn onder controle heb. Haar spreekstijl is zo naturel mogelijk en ze kijkt me de helft van de tijd recht aan.

Het voelt alsof iemand tegenover me aan tafel tegen me praat en ik moet de neiging onderdrukken om niet als een idioot de hele tijd aanmoedigend te knikken en te glimlachen, om niet iets terug te zeggen en om niet mijn armen over elkaar te leggen, want dat duidt op een ‘gesloten houding’. En hoe met goed fatsoen een aantekening te maken in mijn notitieboekje? Het is zweten, een eenpersoonspubliek zijn.

In De nieuwe Laura gaat het vooral over de oude Laura. Van Dolron staat in de pauzestand, zegt ze, en kijkt terug op wat ze heeft gedaan, met haar vertrouwde thema’s, via beginzinnen van vroegere voorstellingen en bezoeken aan tbs-klinieken en opvanghuizen die ze eerder maakte ter inspiratie. Zoals gebruikelijk is deze monoloog een imponerende reeks anekdotes en overpeinzingen over hoe te leven. Zoals een NRC-recensent eerder schreef: „Sommige ideeën raken, sommige zijn vluchtig uitgewerkt.”

Theater en leven

Het onuitgewerkte valt in De nieuwe Laura meer op dan anders, net als haar neiging om te vertellen hoe het zit, zonder nog een vraag te stellen. Vrijelijk meandert ze van relatiecrisis en opvoeden naar huilen, rugzakjes en de houding van publiek, critici en collega’s. Terugkerend onderwerp is de verhouding tussen theater en het leven buiten. Ze onderscheidt een Laura privé en een werk- of theater-Laura. De privé-Laura zou graag net zo goed weten wat te moeten doen als de werk-Laura, terwijl de privé-Laura de theater-Laura alleen maar “imposant” vindt.

Weinig opzienbarend is haar vaststelling dat theater niet zonder het leven buiten kan, wel dat ze interrupties door het publiek idealiseert, alsof dan pas het echte leven het theater binnendringt.

Kitsch

Zo was er meer dat prikkelde om er tegenin te denken. Waarom verongelijkt stellen dat ze nooit „meester-verteller” wordt genoemd, terwijl ze toch over lovende adjectieven niet te klagen heeft? Goed dat ze zich verdiept in de outsiders van deze maatschappij, maar moet alles wat ze doen „supertof” zijn? Waar eindigt zelfspot en begint koketterie? Waarom nu nog komen met uitgesponnen commentaar op de misogynie van Youp en het dedain van Freek?

Freek noemde haar „te onnadrukkelijk”, een soort Wim Helsen. Een bizar verwijt natuurlijk, maar door zich op haar onnadrukkelijkheid te laten voorstaan, valt des te meer op hoe gekunsteld haar optreden is. Alles is tenslotte van tevoren uitgedacht: van de retorica van de tekst, via die eeuwige pose met een ‘gezellige’ kop thee in haar handen tot aan de voordracht, met verstikte stem bij emotionele passages. En als ze magie ontwaart in het onweer dat losbarst als een verslaafde man de tatoeage van zijn dochters naam aanraakt, de dochter die zichzelf van het leven beroofde, dan wordt het zelfs kitsch.

Oog voor onrecht

De stand-up filosofie van Van Dolron ontwikkelde zich de laatste jaren in een documentaire richting, met verhalen over en inbreng van mensen in de marge: tbs’ers, vluchtelingen, verslaafden, psychiatrisch patiënten.

Over die ontmoetingen en mensen kan ze emotionerend en innemend (en ja, noem het „meesterlijk”, als dat woord zo gewild is) vertellen. Haar empathie, haar positivisme en haar oog voor onrecht zijn vaak genoeg bemoedigend. Maar de poging om deze keer de relatie tussen leven en theater te problematiseren, wil niet uitgroeien tot een boeiend vraagstuk.

In De nieuwe Laura roept Van Dolron weerstand en instemming op. Het is ‘en-en’, de levenshouding die ze zelf propageert. Met een positieve balans. Dwars door de rafelige stukjes heen beklijft toch het gevoel dat ze in haar doel slaagt om zowel een ode aan het theater als aan het leven te creëren. Zeker als aan het einde de toeschouwer de kans voor een eigen inbreng krijgt, en spel en werkelijkheid voor zichzelf moet scheiden.