Saxofonist, componist en visueel kunstenaar Celia Swart: „De bevestiging dat andere mensen vertrouwen hebben in wat je doet is heel fijn.”

Foto Karmit Fadael

Interview

‘Extreem vermoeid en tóch op zoek naar contact met anderen’

Celia Swart Componist en visueel kunstenaar Celia Swart neemt donderdag de Keep an Eye Productieprijs in ontvangst. „Met tekeningen en animatie kan ik mijn muziek nog krachtiger uitdrukken.”

‘Ik wil het verhaal vertellen van mijn isolatie”, zegt componist, saxofonist en visueel kunstenaar Celia Swart (1994) over haar nieuwste werk, dat komende zomer in première zal gaan in het klassieke buitenfestival Wonderfeel. Ze moet het nog schrijven, maar voor het idee heeft ze nu vast de Keep an Eye Productieprijs gewonnen, waaraan een geldbedrag van tienduizend euro verbonden is. Na violiste Diamanda Dramm en multi-instrumentalist Akim Moiseenkov is Swart de derde winnaar.

De prijs is opgezet door de Keep an Eye Foundation en festival Wonderfeel om veelbelovende jonge makers de kans te geven hun dromen in de vorm van een complete podiumproductie te gieten. Voorwaarde is wel dat ze daarbij de samenwerking zoeken met andere disciplines – dat zit wel snor bij de veelzijdige Swart, die zelf tekeningen en animaties bij haar composities maakt.

„Mijn ideeën zijn vaak heel verhalend”, vertelt Swart over de telefoon. „Ik schrijf ze eerst op in woorden en dan maak ik een moodboard met Pinterest. Als je daar een woord intypt krijg je allemaal suggesties van plaatjes, en via die plaatjes wordt me duidelijk: deze sfeer, deze kleuren, deze snelheid… Vandaaruit begin ik te componeren. Ik heb een sterk visueel beeld bij mijn muziek en met tekeningen en animatie kan ik dat nog krachtiger uitdrukken. Al is muziek wel mijn hoofdmedium.”

Lees ook: Nederlandse componisten spreken met hun eigen stem

Overdag slapen

Het verhaal van mijn isolatie klinkt als een coronakroniek, maar tussen neus en lippen door laat Swart vallen dat ze „al langere tijd dealt met extreme vermoeidheid”. De oorzaak is onbekend, ze zit in een onderzoekstraject bij het ziekenhuis en verwacht over twee weken een uitslag. „Ik heb van alles geprobeerd. Vandaag had ik weer zo’n aanval, toen ben ik gaan mediteren en dat leek wel wat te helpen. Ik hoop iedere keer dat ik de spreuk heb gevonden, maar het blijft lastig, al kan ik er inmiddels wel beter mee omgaan.”

Alsof iemand je omlaag trekt, alsof je lichaam slaapt terwijl je hoofd helder is – zo voelt het ongeveer. Soms moet ze vier of zes uur slapen overdag. „Iedereen leeft zijn leven, gaat naar buiten, spreekt af, en ik zit veel op mijn kamer. Je zo voelen en tóch op zoek gaan naar contact met anderen, dat is het gevoel waaruit ik voor dit stuk inspiratie haal.”

„Ik vind het fijn als dingen mislopen. Ik heb een voorkeur voor dystopieën”

In haar bekroonde compositieplan plaatst Swart twee doorzichtige kubussen op het podium, die studentenkamers voorstellen. Daarin staan twee percussionisten met de rug naar elkaar toe – Swart is verheugd dat het Lip Stick percussion duo, dat een paar jaar uit elkaar is geweest, heeft toegezegd het stuk te spelen. Tussen de kubussen bevindt zich een scherm waarop Swarts animaties de onlinewereld verbeelden. De dynamiek tussen ‘echt’ en digitaal is een belangrijke motor van het stuk, evenals het contrast tussen akoestische en elektronische klankwerelden. De spelers weten niet van elkaars bestaan: „Maar het lijkt me mooi als ze elkaar ergens gaan ontmoeten. Al vind ik het ook fijn als dingen mislopen. Ik heb een voorkeur voor dystopieën, Black Mirror is een van mijn favoriete series.”

In december zei Swart in NRC dat ze “redelijk ongeschonden” door het “mijnenveld” van de lockdownseizoenen is gekomen. En dat is eigenlijk nog steeds zo, zegt ze. Ze is druk met het onderzoek voor haar researchmaster, dat gaat over het spanningsveld tussen visuele versterking van live muziek door middel van animatie en het visuele spektakel dat musici op een podium zelf bieden. En in december ging een nieuw werk voor het Concertgebouworkest online in première.

Swart: „Ik had dit nooit durven dromen toen ik op mijn negentiende in Den Haag naar het conservatorium ging. Ik maakte me toen weleens een beetje zorgen – er is geen vacature waarop je kunt solliciteren als je bent afgestudeerd als componist. Ik ben dankbaar voor elke opdracht. De bevestiging dat andere mensen vertrouwen hebben in wat je doet is heel fijn.”