Opinie

Volg het klimaat en richt Nederland laag voor laag in

Ruimte Het ministerie van VROM terug? Centraliseer de ruimtelijke ordening niet om het centraliseren, zorg voor een strategie die klimaat centraal zet, betogen en .
Illustratie Hajo

De laatste tijd klinkt een luide roep om ruimtelijke ‘regie’, een ‘nieuwe Vinex’, een ‘masterplan’ of ‘deltaplan’ voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. Allemaal gericht op een herwaardering van de nationale ruimtelijke ordening. Dit zien we ook terug in de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen, van links tot rechts.

Ruimtelijke regie dreigt een soort duizend-dingen-doekje te worden. Er wordt te pas en te onpas om gevraagd, waarbij de redenen waarom de Rijksoverheid zich actiever zou moeten opstellen nogal verschillen. Neem projectontwikkelaars die woningen willen bouwen. Zij roepen om ‘rijksregie’ omdat zij zien dat gemeenten en provincies niet altijd de voor hen profijtelijke bestemming toekennen aan de gronden die zij eerder hebben aangekocht, zoals in de controverse over Rijnenburg bij Utrecht. Voor ordinaire belangenpolitiek is overheidsbeleid echter niet bedoeld.

Het is inderdaad verstandig om de ruimtelijke ordening op nationaal niveau te versterken. Maar hoe stoer ‘regie’ ook klinkt, het is vaak gebaseerd op een overschatting van de kennis en kunde van de Rijksoverheid en een onderschatting van wat decentrale overheden vermogen. Met enige heimwee wordt verwezen naar begrippen als ‘VROM’ (het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) en ‘Vinex’ (Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, een nota over de aanleg van nieuwbouwwijken). Maar dat was helemaal geen gouden tijd. VROM had geen geld en weinig sturingsmacht. Als puntje bij paaltje legde het geld voor infrastructuur of landbouw van andere ministeries meer gewicht in de schaal.

Nieuwe strategie

Een nieuw ruimtelijke-ordeningsbeleid heeft vooral een nieuwe strategie nodig. De roep om nationale regie over de inrichting van Nederland komt voort uit de zorgen over heel concrete problemen: de vraag naar woningen, de stikstofcrisis die het land op slot zet, de ‘verdozing’ van het landschap, de opkomst van grote datacenters van bedrijven als Google en Apple, al dan niet in samenhang met windmolenparken die voor stroom moeten zorgen. Wat burgers zien verschijnen zijn de ruimtelijke consequenties van bestuurlijke beslissingen van vijf jaar eerder. Te lang ontbrak er een strategie, en was het beleid slechts gericht op het accommoderen van wat zich aandiende.

Een nieuwe nationale aanpak van de ruimtelijke ordening moet selectief zijn. Goed beleid richt zich op een beperkt aantal strategische opgaven. De lange termijn moet daarbij nadrukkelijk voorop staan. Ondoordacht lokaal beleid van nu leidt later vaak tot hogere kosten later, die dan vaak door de nationale overheid moeten worden gedragen. Denk aan het opstellen van regionale energiestrategieën zonder een van tevoren duidelijk bepaalde elektriciteitshoofdinfrastructuur, met het gevaar dat het elektriciteitsnet bepaalde decentrale keuzes niet aan kan.

Doel erbij: klimaat

Ruimtelijke ordening is de kunst het land zo in te richten dat we de beste uitgangsposities voor de samenleving, nu en straks, organiseren. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid formuleerde in 1998 de vijf doelen die eigenlijk altijd centraal hebben gestaan in het Nederlandse beleid, en nog steeds actueel zijn: concentratie van verstedelijking (geen brei van bebouwing maar afgeronde steden), ruimtelijke samenhang en differentiatie (zorgen dat niet alles er overal hetzelfde uit komt te zien), een hiërarchie in de mate van verstedelijking (niet elke stad behoeft een intercitystation), en ruimtelijke rechtvaardigheid (te grote achterstanden van wijken en regio’s is aanleiding voor ingrijpen).

Er is één fundamenteel doel bijgekomen. Nederlanders moeten zich realiseren dat ons fysieke fundament niet meer vanzelfsprekend is. Klimaatverandering gaat de vorm en functionaliteit van ons land ingrijpend veranderen. De zeespiegel stijgt, de bodem daalt. En of dat nog niet erg genoeg is hebben we ook al te maken met intense periodes van droogte en extreme neerslag. Dit is geen kwestie die je kunt aanpakken op het niveau van een groenblauw dak of een tegelvrije tuin, het is een nationale opgave. Als we de ruimtelijke ontwikkelingen op hun beloop laten, loopt de landbouw tegen zijn grenzen op, verpietert de natuur en moeten vele ruimtelijke investeringen in infrastructuur en vastgoed vervroegd worden afgeschreven. En zullen de investeringen om straks ‘onze voeten droog te houden’ vele malen hoger zijn.

Lees ook deze column: De verrommeling van het land vraagt om weerwoord

Kies voor de lagenbenadering

Voeg de klimaatverandering dus toe aan de nationale doelen van de ruimtelijke ordening. Gebruik daarnaast weer de zogenoemde ‘lagenbenadering’. Dat betekent dat we de ruimtelijke inrichting afstemmen op het fundament van ons land: de ondergrond. We moeten wel: als we de deltadynamiek niet volgen, zakken we onvermijdelijk in de zompige ondergrond weg. De politiek wil er nog niet aan, maar het wordt onvermijdelijk om bouwen in de diepst gelegen delen van Nederland te vermijden. We zijn hier onszelf op grootse wijze in de problemen aan het helpen. Wie nu woonwijken gaat bouwen op vier meter beneden NAP maakt een keuze voor slechts zestig tot honderd jaar. We moeten voorkomen dat huizen dus straks dubbel onder water staan, fysiek en financieel. Ervaring leert dat dit soort besluiten niet lokaal of regionaal kunnen worden genomen.

Een tweede laag is die van de infrastructurele netwerken. Die hangt direct samen met de ondergrond. Waar liggen de bestaande netwerken van wegen, spoor en – steeds belangrijker – elektriciteit? Waar kunnen we het beste investeren in nieuwe rails en wegen? Met die twee analyses kan vervolgens worden gekeken naar de derde laag, die van de ‘occupatie’: waar kan het beste worden gebouwd? Dit is van belang voor bijvoorbeeld de aansturing van de investeringen uit het nieuwe Nationale Groeifonds. Als daar geen goede ruimtelijk analyse aan ten grondslag ligt, strooien we met miljardeninvesteringen waar we straks wellicht maar weinig aan hebben.

Goed ruimtelijk beleid is in staat om burgers en bedrijven voor ellende te behoeden en om ruimte te maken: denk bijvoorbeeld aan de investering in onze belangrijkste stations de afgelopen periode en hoe die hun omgeving hebben opgetrokken. Ruimtelijke ordening kan nieuwe, eerder onvoorstelbare mogelijkheden creëren waarin ook toekomstige generaties goed kunnen leven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.