Landbouwgrond blijft toch gewoon landbouwgrond

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal civiel recht.

Foto Rob Voss

Een ondernemer die zijn pensioen goed wilde regelen, kocht in 2008 twee lappen landbouwgrond. Een perceel in Dedemsvaart en een in Blaricum. Beide stukken grond kocht hij van dezelfde partij. Die had voor de percelen brochures opgesteld met wervende teksten die de ondernemer overtuigden dat dit een goede belegging was. In beide brochures stond: „Steeds meer Nederlandse agrariërs kunnen ondanks vele subsidies hun werkzaamheden niet meer voortzetten en zijn gedwongen te stoppen met hun bedrijf. De grond die vrijkomt, komt vaak in aanmerking voor een bestemmingswijziging. […] Een bestemmingswijziging naar bedrijventerrein of woningbouw leidt tot een grote waardestijging van deze grond.” En daarna volgde nog een betoog waarom juist dat stuk grond de ideale plek was voor de gemeente om woningbouw te overwegen.

Twee jaar later steekt de Autoriteit Financiële Markten een stokje voor de verkoop van landbouwgrond als beleggingsobject. In 2019 schrijft Het Financieele Dagblad over de handel in landbouwgrond. „Na maanden onderzoek vindt het FD geen enkele plek waar een (...) perceel grond is veranderd in een woonwijk of bedrijventerrein.”

De ondernemer voelt zich dan misleid. Ook zijn grond heeft na ruim tien jaar nog geen andere bestemming. Hij meldt zich bij de grondhandelaar en geeft aan te hebben gedwaald. „Deze dwaling is uitsluitend te wijten aan de (onjuiste) inlichtingen van uw zijde.” Hij wil de koop ongedaan maken. Als de grondhandelaar daar niet in wil meegaan, stapt de ondernemer naar de rechter. Rechtbank Amsterdam noemt de teksten in de brochures „veelbelovend en optimistisch van toon”, maar acht ze niet feitelijk onjuist of misleidend. De koop hoeft niet te worden teruggedraaid.