Houtstoken zorgt voor kwart van fijnstofemissie

Luchtvervuiling Door een nieuwe rekenmethode van het RIVM blijken openhaarden en houtkachels nog veel vervuilender te zijn.

Afgelopen zomer riep de SER het kabinet op om het gebruik van oudere houtkachels en open haarden te ontmoedigen. Foto: Richard Brocken/HH

De wandelaar die zich tijdens de recente vorstperiode ergerde aan de alom aanwezige rooklucht in zijn wijk, heeft er een reden bij om zijn buurtgenoten kritisch aan te spreken. De uitstoot door houtkachels blijkt voor veel meer vervuiling te zorgen dan eerst gedacht.

Eerder deze week maakte het Rijksinstituut voor Volksgezondheid & Milieu (RIVM) bekend dat houtkachels maar liefst 23 procent veroorzaken van alle Nederlandse fijnstof. Tot deze week leek de particuliere schoorsteen slechts voor 10 procent de bron te zijn van de uitstoot.

De ruime verdubbeling is volgens het RIVM een gevolg van een nieuwe rekenmethode. Behalve de vaste fijnstofdeeltjes, zoals roet, worden ook de kleinere gasdeeltjes meegeteld die pas na het verlaten van de schoorsteen vaste vorm aannemen. Bij de vaste deeltjes gaat het om een omvang tot 10 micrometer (0,01 millimeter) en de gasvormige deeltjes zijn niet kleiner dan 2,5 micrometer.

De uitstoot van die gasdeeltjes, vaak teerachtige stofjes, zijn het gevolg van de onvolledige verbranding van hout. Net als in veel andere Europese landen tellen deze gasvormige fijnstofdeeltjes voortaan ook mee bij de uitstoot door ‘sfeerverwarming’.

Dat particuliere houtkachels zo’n groot aandeel hebben in de Nederlandse fijnstofuitstoot is ook een gevolg van goed gedrag in andere sectoren. Verkeer en industrie hebben door nieuwe technologie en strengere regels hun uitstoot de afgelopen jaren aanzienlijk verminderd. Die vermindering bij houtstook was er ook, maar veel minder. Dankzij modernere kachels ging de uitstoot – inclusief de condenseerbare deeltjes – in dertig jaar van 6,6 naar 4,1 kiloton. In diezelfde periode liep de fijnstofemissie in het verkeer bijvoorbeeld met bijna twee derde terug.

Terwijl de uitstoot van houtkachels terugliep bleef de hoeveelheid opgestookt hout min of meer gelijk. Het RIVM gaat uit van 1,2 miljard kilo dat jaarlijks in vlammen opgaat in ruim 1 miljoen huishoudens.

Stookalert

Terwijl de nationale overheid verkeer en industrie steeds strengere regels oplegde, krijgt de particuliere houtstoker alleen te maken met voorlichting van het Rijk. Een zogeheten stookalert van het RIVM roept tijdens windstille dagen op om af te zien van haardvuur. Dat signaal bereikt dan vooral de mensen die zich voor deze mailservice hebben aangemeld. Veel meer nationaal beleid is er niet. Tot 2019 stelde de overheid zelfs nog subsidie beschikbaar bij de aanschaf van een pelletkachel, waarin geperst hout wordt verbrand. Als er beperkingen door een overheid worden opgelegd, dan gebeurt dat in de praktijk door gemeenten.

Afgelopen zomer riep de Sociaal Economische Raad, in zijn rapport over biomassa, het kabinet nog op om het gebruik van oudere houtkachels en open haarden te ontmoedigen. Die kachels zorgen immers voor 250 maal meer vervuiling dan een moderne cv-ketel. Tot veel politieke reacties leidde het niet.

Een jaar eerder had toenmalig klimaatminister Eric Wiebes (VVD) nog de draak gestoken met de passiviteit van de Kamer. Hij vroeg zich tijdens een debat af of er een verbod in de maak was „voor de allerergste luchtverpesters”, namelijk houtkachels en barbecues. Hij wist zelf het antwoord al. Niemand wil daar zijn „politieke handen aan branden”, aldus de minister. „Nee, dat durft u niet”.