De economische krimp door Covid verslaat de Grote Depressie én de kredietcrisis

Krimpjaar Voor zover de cijfers teruggaan, kromp de Nederlandse economie in vredestijd nooit zo hard als vorig jaar. Maar dit was uiteraard geen doorsneerecessie.

Winkelend publiek in het centrum van Den Haag eerder dit jaar. De consumptie van huishoudens viel in 2020 terug met liefst 6,6 procent.
Winkelend publiek in het centrum van Den Haag eerder dit jaar. De consumptie van huishoudens viel in 2020 terug met liefst 6,6 procent. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het is een even gedenkwaardig als naargeestig rijtje: in 1931, in het beginstadium van de Grote Depressie, kromp de Nederlandse economie met 3,6 procent. Dat record in vredestijd hield bijna tachtig jaar stand, tot de kredietcrisis er een eind aan maakte. In 2009 kromp de economie met liefst 3,7 procent. Voor ondernemers leek het toen alsof de bedrijvigheid tegen een muur tot stilstand was gekomen. Elf jaar later is dat record opnieuw aan diggelen. De coronacrisis heeft geleid tot een economische krimp van 3,8 procent in 2020, berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag.

De eerste calculaties over het gehele economische jaar laten een ravage zien. De toegevoegde waarde – wat er verdiend wordt – in de verschillende bedrijfstakken heeft een ongekende klap gekregen door het virus, het gedrag van mensen en de maatregelen die zijn genomen. Handel, energie, landbouw en vastgoed wisten er nog een klein plusje uit te persen. Maar in de horeca werd ruim 40 procent minder verdiend dan in 2019. De culturele en recreatieve sector moest het met een kwart minder doen. Vervoer leverde een zesde minder op. Zelfs de gezondheidszorg kreeg een klap. De coronazorg was, en is, ongekend intensief. Maar het uitstel van afspraken en behandelingen voor andere aandoeningen zorgde alsnog voor een daling van de productie met ruim 5 procent.

Stilstand van hogerhand

Zo geeft 2020 een beeld van een economie die niet uit zichzelf in crisis raakte, door speculatie of oververhitting, maar één die door hogerhand gedwongen tot stilstand kwam. Dat had buitengewone effecten. En de meest in het oog springende zijn die op de particuliere bestedingen. De consumptie van huishoudens viel terug met liefst 6,6 procent. Geen vakanties in het buitenland, geen avonden in kroeg of restaurant, niet naar theater of festival. Uitgaven aan bijvoorbeeld elektronica maakten veel goed, maar lang niet alles. Het resultaat, zei CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen dinsdag, is te zien aan hoeveel geld huishoudens overhielden. In de eerste negen maanden van 2020 werd zo’n 60 miljard euro gespaard, het dubbele van diezelfde periode een jaar eerder. Dat er een gering verlies is van 57.000 vaste banen, vooral door steunmaatregelen van de overheid, helpt mee.

Het huidige jaar, 2021, lijkt dan ook veelbelovend. Als alles straks weer mag en al dat geld, al dan niet geparkeerd op de beurs, eenmaal loskomt, kan een forse hausse worden verwacht.

Hier houdt het domein op van het CBS, dat alleen registreert, en begint het territorium van de voorspellers. Maar de indicatoren die het CBS wél verzamelt, over de eerste twee maanden van het jaar, voorspellen niet veel goeds. De nieuwe, strenge lockdown en de angst voor het virus en de gedragsveranderingen die dat met zich meebrengt, verhinderen voorlopig economisch herstel. Medio februari, nu dus, staan elf van de dertien indicatoren die het bureau volgt – van investeringen tot vertrouwen en van gewerkte uren tot vacatures – onder hun langjarige gemiddelde.

Het zou zo maar kunnen dat het eerste kwartaal van 2021 een krimp te zien geeft. En aangezien er ook in het laatste kwartaal van 2020 lichte krimp was, 0,1 procent ten opzichte van het vorige kwartaal, betekent dat technisch gezien een economische recessie.

Lees ook: De economische ontwrichting XXXL gaat dit jaar beginnen

Inhaalgroei

Het jaar begint dus slecht. De Europese Commissie stelde maandag in haar ‘winterprognoses’ dat de Nederlandse economie in 2021 met slechts 1,8 procent groeit. Dat is een tegenvaller ten opzichte van eerdere prognoses. Het terugstuitereffect van de coronacrisis zal later plaatsvinden – pas na de zomer. Eigenlijk kan pas in 2022, met 3 procent, sprake zijn van daadwerkelijke inhaalgroei.

De statistici van het CBS wijzen op de grote onzekerheden bij de vaststelling van de economische grootheden. 2020 was een uitzonderlijk jaar, en zullen er zeker bijstellingen volgen.

De voorspellers hebben het helemaal lastig. Het verloop van het virus, de snelheid en effectiviteit van vaccinaties, het menselijk gedrag – ze zijn bijna onmogelijk te voorzien. Dat geldt ook voor nu nog onbekende ‘littekens’ die de crisis achterlaat, met name de bedrijven die zweven tussen leven en dood.

Had het erger gekund? Wie naar andere landen in Europa kijkt, moet constateren van wel. Vooral het inklappen van het toerisme heeft er hard ingehakt. Frankrijk kampte met een economische krimp van 8,3 procent in 2020, Italië met 8,8 procent, Griekenland met 10 procent en Spanje met 11 procent. Terugveren gaat daar vanzelfsprekend óók heftiger, met groeicijfers van rond de 5 procent dit jaar. Maar wat het afgelopen jaar betreft, is de Nederlandse terugval eigenlijk best bescheiden. Van alle EU-lidstaten krompen alleen Finland en de Baltische staten minder hard. Zodat, hoe schraal die troost ook mag zijn, de voorlopige conclusie mag zijn dat de Nederlandse economie er in 2020 nog relatief goed vanaf gekomen is.