David Byrne (rechts) in zijn concertfilm ‘American Utopia’.

Foto Universal Studios

Interview

David Byrne: ‘Ik zit niet meer vast in mijn hoofd’

Interview | David Byrne Zanger David Byrne viert de diversiteit van de VS in zijn concertfilm ‘American Utopia’, die geregisseerd is door Spike Lee. „Ik wil niet preken, ik wil laten zien wat ik belangrijk vind.”

Voor zijn theatrale muziekvoorstelling American Utopia verzamelde David Byrne elf veelal jonge muzikanten om zich heen van uiteenlopende pluimage. Ze hebben allemaal blote voeten en gaan gekleed in grijze pakken. Alle instrumenten zijn draadloos versterkt. Daardoor is er een wervelende choreografie mogelijk, waarbij alle musici betrokken zijn. Zelfs de drummers zijn mobiel.

Regisseur Spike Lee legde de voorstelling virtuoos vast op Broadway in New York, nog net voor de uitbraak van corona. Byrne wisselt nieuwe nummers af met klassiekers van zijn legendarische band Talking Heads, zoals ‘Slippery People’ en ‘Once in a Lifetime’. Tussendoor neemt Byrne de tijd om tegenover het publiek zijn zorgen uit te spreken over de toestand van Amerika en de wereld.

Byrne tekent zo met American Utopia niet voor het eerst voor een buitengewone concertfilm. Als zanger van Talking Heads maakte hij in 1984 met regisseur Jonathan Demme Stop Making Sense – een klassieker in het genre. Ook toen droeg Byrne overigens al een grijs pak. Dat kan haast geen toeval zijn.

Byrnes concertfilm komt uit op een moment dat in de meeste landen geen popconcerten mogelijk zijn. De vraag ligt voor de hand of een film de ervaring van een live-concert kan vervangen. David Byrne, over de telefoon uit New York, heeft zijn twijfels. „We hebben ongelooflijk geluk gehad dat we de film nog net konden draaien voordat de pandemie toesloeg. Zo kunnen we de show toch aan mensen laten zien. Maar een echte vervanging van een live-concert blijft onmogelijk.

„Bij een concert beleef je iets met veel mensen tegelijk op hetzelfde moment. Die ervaring kun je eigenlijk op geen enkele andere manier benaderen. Misschien dat je in een bioscoopzaal die ervaring enigszins kan oproepen, maar bioscopen zijn helaas ook gesloten.”

Heeft u altijd belangstelling gehad voor een nieuwe theatrale vorm voor het popconcert?

„Die interesse heb ik inderdaad al heel lang. Maar ik liep er altijd tegenaan, dat ik het heel lastig vond om dat te vertalen in een echt goed concept. Dat heeft me jaren gekost. Ik wilde iets zeggen over de toestand van de wereld, maar ik wilde niet prekerig overkomen. Ik wil mensen niet voorhouden wat ze moeten denken of doen.

„Uiteindelijk bedacht ik dat ik mensen iets zou kunnen laten zien van mijn eigen ervaringen en ontwikkeling. Dan laat je het publiek ergens getuige van zijn, zonder ze iets te willen voorschrijven.

„Het utopische idee van Amerika is dat mensen van verschillende afkomst en seksuele geaardheid in harmonie met elkaar kunnen samenleven. Dat wil ik laten zien door de choreografie, maar ook door de diverse samenstelling van de groep muzikanten. Je kunt gewoon zien dat de musici van elkaar verschillen in huidskleur, geslacht en seksuele oriëntatie. Maar we komen toch samen en dat werkt.

„Aan het begin van mijn carrière was ik iemand die behoorlijk opgesloten zat in zijn eigen hoofd. Dat is langzaam veranderd. Eerst vond ik een gemeenschap van andere muzikanten waar ik mee samenwerk en waar ik me thuis bij voel. De laatste jaren ben ik me ook steeds meer betrokken gaan voelen bij de grotere wereld om me heen. Dat is een lang proces geweest.”

Lees ook een eerder interview met David Byrne over het album ‘American Utopia’: David Byrne verzamelt hoop en optimisme

Is het moeilijk om uw oude fans daarin mee te nemen? Zij voelen zich misschien meer verbonden met uw oude eenzelvige ‘ik’.

„Daar loop ik wel eens tegenaan. Maar die persoon ben ik gewoon niet meer. Niemand is nog steeds dezelfde persoon als tientallen jaren geleden. Mensen veranderen, maken een ontwikkeling door, groeien. Voor sommigen is wat ik nu maak misschien minder scherp en spannend. Maar ik heb het gevoel dat ik niet stil kan blijven staan.”

Zonder de draadloze techniek was dit concert niet mogelijk geweest. Wat kwam eerst: de techniek of het idee voor de voorstelling?

„Ik was al vrij vertrouwd met draadloze microfoons en gitaren. Maar ik wist niet precies wat er draadloos mogelijk was voor andere instrumenten, zoals percussie en toetsen. Ik wilde graag meerdere percussionisten laten spelen, want ik ben een enorme fan van drumkorpsen. Vervolgens was de vraag of ik dat allemaal financieel rond kon krijgen.”

Dit moet met zoveel techniek en zoveel musici een dure show zijn.

„Dat was vooral een kwestie van rekenen en een begroting maken: wat zou ik kunnen vragen voor een show en wat zouden de kosten zijn? Je moet binnen een budget kunnen werken. Dat is soms misschien lastig, maar dat hoort erbij. Ik zie dat niet als een probleem. Je hebt niets aan dromen die alleen maar in het hoofd van de kunstenaar kunnen bestaan.”

U werkt met jonge musici. Inspirerend?

„Absoluut. Omdat de musici wat jonger zijn dan ik zelf hebben ze een enorme bereidheid om nieuwe dingen uit te proberen. Maar toen ik aan de drummers vertelde dat ze hun instrumenten zouden moeten dragen en dat er een choreografie zou komen, stuitte ik toch op twijfels. Sommigen begonnen zich af te vragen waar ze aan waren begonnen. Maar door stap voor stap te werk te gaan kon ik veel van die zorgen wegnemen.”

Lees hier de recensie van ‘David Byrne’s American Utopia’

Het moet hels zijn om zo’n complexe choreografie in te studeren.

„We hebben ontzettend veel gerepeteerd. De eerste try-outs in kleine theaters verliepen tamelijk rampzalig. Iedereen was zich voortdurend aan het afvragen wat ze op welk moment ook alweer moesten doen. Maar na verloop van tijd ontstaan bepaalde automatismen. Dan komt er ook ruimte voor emoties, omdat je niet meer aan al die mechanische handelingen hoeft te denken.”

Hoe kwam u terecht bij Spike Lee?

„Een voordeel als je al zo lang meeloopt als ik, is dat je veel mensen kent. Ik heb Spike gewoon opgebeld. Ik heb hem gevraagd of hij in ieder geval een keer naar de show zou willen komen kijken. Hij is gekomen en hij heeft ‘ja’ gezegd tegen de film. Dat was spannend, want daarna hadden we nog precies een maand om de financiering rond te krijgen.

„Spike heeft eerder concertfilms gemaakt. Een concertfilm maken is echt iets anders dan een speelfilm. Bij een concertfilm kun je een scène niet keer op keer overdoen. Als de cameraman een bepaald moment heeft gemist, is het voor altijd verdwenen. Spike is ook iemand die begrijpt dat de verwijzingen in de show naar thema’s als Black Lives Matter echt belangrijk zijn. Daarin staan we dicht bij elkaar.”

Hing de schaduw van ‘Stop Making Sense’ over de film?

„Spike was zich buitengewoon bewust van die film. Zelf was ik dat ook. Op een zeker moment tijdens het draaien keek Spike naar het plafond van het theater en vroeg hij Jonathan Demme om zijn zegen. Je wilt natuurlijk graag hetzelfde niveau halen als in die eerdere film. Op een zeker moment konden we de hoop gaan koesteren dat we daarbij in de buurt zouden komen.”