Recensie

Recensie Theater

Dansers als bezopen Britse kostschooltieners en kwetsbare individuen

Dans Hofesh Shechter schetst in From England with love een natie die zichzelf nog altijd associeert met de stiff upper lip en de splendid isolation. Een illusie – de stapjes vooruit en weer terug en het aarzelende gewuif (Brexit?) zijn veelzeggend.

Denkend aan Engeland zie ik zware mistbanken, vaak door eindeloze regenstromen onderbroken… Iets dergelijks moet Hofesh Shechter hebben gedacht tijdens het maken van zijn nieuwe choreografie From England with love. Voor de nieuwe livestream van het Nederlands Dans Theater creëerde hij een stuk waarin hij iets (maar niet te veel) wil vertellen over het land waarnaar hij achttien jaar geleden vanuit Israël emigreerde.

Wat hij door die mist zag – en de kijkers dankzij hem weer prachtig: een volk, opgegroeid in schooluniformen, geglazuurd met een dun laagje beschaving. Tien dansers staan op een kluitje in de mist, zelfde rokjes, korte broekjes, jasjes, dasjes en rugzakjes. Op de lyrische klanken van Elgars Nimrod (uit Enigma Variations) voeren ze fraaie, trage port de bras uit. Gaandeweg begint onder die harmonie van alles door te schemeren: verdriet, onrust, jeugdig verzet.

Tijdens een onweersbui beginnen de barsten in de eenheid door te scheuren. Als bezopen hooligans gaan de kostschooltieners los, op de manier die soms zelfs hier het journaal haalt: uniformen aan flarden, dassen overal behalve om de hals. In hun aardse, uitdagende bewegingstaal zit kracht, maar ook zachtheid. De voeten zijn stevig in de grond geplant boven diep doorgebogen knieën, de rompen hellen gespannen voorover of in extase achterover, de passen zijn enorm, maar soms fladderen de armen los en wiebelen de hoofden. En af en toe lost de wirwar op in een eensgezind ‘folksy’ dansje. Typisch de taal waarmee Shechter een kleine vijftien jaar geleden de wereldpodia veroverde, en soms een beetje té typisch: From England with love bestaat voor een aanzienlijk deel uit stoplappen. Ondersteund door schitterende muziek van Britse componisten en prachtig in beeld gebracht door cameraregisseur Ennya Larmit is het óók een subtiele karakterisering van een natie die zichzelf nog altijd associeert met stiff upper lip en splendid isolation. Een illusie – de stapjes vooruit en weer terug en het aarzelende gewuif (Brexit?) zijn veelzeggend.

Baby don’t hurt me van Marne en Imre van Opstal mist een dergelijke focus, maar de nieuwe creatie van de choreograferende broer en zus gaat dan ook over individuen, en over ruimte en acceptatie voor die individualiteit. Meer in het bijzonder: de identiteit van de zeven dansers. Ze spreken over angsten, behoefte aan liefde en erkenning, hun bijzondere genderidentiteit, over moederschap en leeftijd, over bruin zijn in ‘white spaces’, et cetera. Ieder van hen heeft solomomenten, er zijn synchrone delen, waaronder een Bauschiaans wiegend gebarenreidans. Het mooist is het duet van Donnie Duncan Jr. met Chloé Albaret. Zij laat zich langdurig door hem in alle mogelijke lifts en grepen tillen en manipuleren. Het is een beeld van zorgzame liefde, als belichaming van de in vervormde versie klinkende titelsong.