Reportage

'Zorg voor afleiding', horen rokers op de rookstoppoli

Roken Op de rookstoppoli in Beverwijk komen verstokte rokers die willen ophouden. De coronapandemie geeft soms een extra zetje.

Iedere stopper krijgt tien gesprekken met een coach op de rookstoppoli in Beverwijk. „Het is normaal dat het een keer mislukt. Dan moet je toch doorzetten.”
Iedere stopper krijgt tien gesprekken met een coach op de rookstoppoli in Beverwijk. „Het is normaal dat het een keer mislukt. Dan moet je toch doorzetten.” Foto Olivier Middendorp

Hij rookt sinds zijn elfde, vertelt de man. Hij kijkt ondeugend. „Ik stal sigaretten van mijn vader.” Na een leven lang werken bij Hoogovens bij IJmuiden – nu Tata Steel – wil hij stoppen met roken. Om er te zijn voor zijn zeven kleinkinderen.

In de rookstoppoli in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk helpen twee coaches per jaar ongeveer 440 verstokte rokers. Na één week is 95 procent gestopt. Maar dat telt niet. Na een jaar is de helft nog steeds gestopt, vertelt longarts en antirookactivist Pauline Dekker, die in het ziekenhuis werkt. Dat telt wel.

De corona-epidemie wijst de samenleving er hard op dat langdurig ongezond leven het lichaam verzwakt. Mensen met fors overgewicht en rokers zijn gevoeliger voor de gevolgen van de besmetting. Zoals ze ook meer risico lopen op hartklachten, longproblemen, kanker, diabetes en andere ernstige ziektes.

In een kritische brief aan minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) wees artsenorganisatie KNMG er onlangs op dat Nederland jaarlijks 40 miljard euro uitgeeft aan ziekenhuiszorg, waaronder operaties, tests, bestraling en medicijnen, en een schamele 70 miljoen euro aan preventie. „Veel zorgvragen komen voort uit leefstijl. Twintig procent van de ziektelast is gerelateerd aan ongezond gedrag en ongezonde leefstijl”, schrijft KNMG. De medici pleiten voor een investeringsplan van twintig jaar rond armoedebestrijding en voor wetgeving om het gebruik van alcohol, vet, suiker en tabak terug te dringen.

Borduren

Toen ík stopte met roken, zegt coach Pauline Haasbroek tegen de man die bij Hoogovens werkte, ging ik borduren om iets om handen te hebben op de moeilijke momenten. „Borduren? Dat ga ik niet doen”, zegt de man, die als patiënt anoniem blijft. Nee, zegt Haasbroek, maar de man moet iets bedenken om afleiding te hebben op de momenten dat hij heel erg verlangt naar een sigaret. Dat moet iedereen doen die het stop-programma volgt. Want een stopper moet eerst van de verslaving af.

De lichamelijke verslaving duurt hooguit tien weken, de psychische verslaving duurt veel langer. „Als u rookt, gaat er een stofje naar uw hersenen, waar dopamine vrijkomt. Dat voelt lekker en is verslavend.”

„Gaat het niet naar mijn longen?”, vraagt de man. Ja, dat ook – de longen worden beschadigd met elke sigaret.

De man rookt 25 tot 30 sigaretten per dag, vertelt hij. Al 57 jaar. „Ik wil morgen stoppen! Mijn vrouw stopt ook, als ik stop.” Hij heeft COPD.

Stoppen moet niet te snel gaan, legt Haasbroek uit, want je moet een plan hebben voor de moeilijke momenten. En zelfs voor als je een keer terugvalt en tóch weer een sigaret pakt. „Dan denk je dat het stoppen mislukt is en begin je weer. Terwijl het normaal is als het een keer mislukt. Dan moet je tóch doorzetten.”

Lees ook: ‘Stoppen is rouwen’

Hij wás al eens gestopt, zeven maanden lang. Maar toen zat hij op een avond in de kroeg met zijn vrienden. „Ik deed stoer. Ik zei: ‘Eén sigaret kan ik wel aan’. Ik was meteen weer verslaafd.”

Een derde van de rokers wil stoppen uit angst voor corona, bleek uit een enquête van verslavingsinstituut Trimbos onder duizend rokers. Het instituut licht de rokers expliciet voor: „Roken verstoort het functioneren van het immuunsysteem, zowel algemeen als specifiek in de longen. Bij rokers werken de trilhaartjes van het slijmvlies in de luchtwegen minder, waardoor verontreiniging makkelijker de longen in komt. Roken verhoogt ook ontstekingsreacties. Bovendien kan door roken de longfunctie al verminderd zijn, waardoor rokers minder ‘reservecapaciteit’ hebben.”

Moeilijk

Veel dokters vinden het moeilijk tegen te zware of rokende patiënten te zeggen dat ze moeten afvallen of moeten stoppen met roken, zegt rookstopcoach Pauline Haasbroek. „Veel patiënten wéten dus ook niet dat hun verslaving voor een groot deel bijdraagt aan hun ziekte.”

Zo had ze eens een roker op de poli die in een rolstoel zat. Beide onderbenen waren geamputeerd wegens verwoeste vaten (een gevolg van het roken) én hij had een herseninfarct gehad. „Hij zei: ‘Als ik één signaal had gekregen dat roken slecht voor mij zou zijn, dan zou ik meteen stoppen’.” Haasbroek: „Ik dacht echt ‘waar moet ik beginnen?’”

Lees ook: 8 vragen over het verband tussen corona en leefstijl

Hans (70) loopt ook bij de rookstoppoli en is al negen maanden gestopt. Hij rookte sinds zijn zestiende. Rookverslaving, zegt hij, zit in je onderbewustzijn. Hij werkte als psychiatrisch verpleegkundige. Hij wíst dat roken heel ongezond is, maar kon niet stoppen. De praatgroep van stoppers – een soort AA voor rokers – hielp hem. Hij mist de andere stoppers sinds de tweede coronagolf, want de sessies zijn alleen online.

Waarom hij gestopt is na 54 jaar roken?

„Ik ben opa geworden.”

Het nut van het intensieve programma van de rookstoppoli is met 50 procent definitieve stoppers wel bewezen, zegt longarts Dekker. De zorgverzekeraars vergoeden dan ook de afspraken met de rookstopcoach. Gemiddeld zijn dat 10 gesprekken per patiënt, ofwel 4.400 gesprekken per jaar voor de twee coaches. Lichtere stopprogramma’s via de huisarts worden ook wel vergoed. Maar vanzelf gaat het niet, zegt Dekker. „We moeten elke jaar opnieuw knokken om dit vergoed te krijgen.”