Opinie

Politierechter blijkt bij straffen gevoelig voor politiek, samenleving

Avondklokrellen

Commentaar

Hoe gaat de strafrechter om met de verdachten van de ‘avondklokrellen’, die Nederland zo heftig deden schrikken? Snel en streng, zo lijkt het. De rellen zélf gingen even vlot liggen als ze waren ontstaan – op de hielen gezeten door een golf publieke verontwaardiging over annex sympathie voor geplunderde winkeliers. Het bevestigt de indruk dat de rellen impulsief waren en opportunistisch. Uitingen van frustratie en polarisatie.

Politie en Openbaar Ministerie zaten er bovenop, zo blijkt nu. NRC telde verdeeld over het land 84 zaken tot nu, met hoofdzakelijk veroordelingen. Het merendeel betrof opruiing. Dat spoort met de wijze waarop het OM eerder optrad tegen de 25 Facebookbedreigers van journalist/columnist Clarice Gargard. Bestrijding van toetsenbordterreur staat dus op de agenda van het gezag. In de marge van de avondklokrellen werden via internet fantasieën over strijd en burgeroorlog verspreid, met plaatsen waar het zover moest komen.

Lees ook: Het geloof in strenger straffen is hardnekkig

De politierechter bleek, na een terughoudend begin, mee te gaan met de hogere eisen die het OM indiende. Er werden grif gevangenisstraffen opgelegd, als ‘signaal’ naar de samenleving. Ook daar waar eerder voor vergelijkbaar geweld, maar dan ongeorganiseerd, met een taakstraf werd volstaan, zo stelden advocaten vast. Dat zal dus leiden tot meer hoger beroepen en mogelijk een ander evenwicht. Tijd laten verstrijken en daden herbeoordelen is in de rechtspraak een belangrijk correctiemechanisme. Het schept psychologisch afstand en ruimte voor reflectie. Als het sindsdien rustig bleef – en de verdachte zich gedroeg – relativeert dat onwillekeurig de ernst van de inbreuk op de rechtsorde. Of al die gevangenisstraffen dus blijven staan moet nog blijken. Lik op stuk heeft traditioneel twee kanten. Snel recht kan ook snel krom blijken.

Tegelijk toonden de politierechters in het land zich bij hun straftoemeting gevoelig voor geluiden uit politiek en samenleving. Daarin wordt na incidenten haast ritueel repeterend aangedrongen op steviger sancties. De rechter volgt dat dus, in grote lijnen, op afstand en met verstand. Zich vermoedelijk bewust van de gewekte verwachtingen over vergelding en repressie en de behoefte om daarbij aansluiting te houden. Tegelijk wordt er ook maatwerk geleverd, waarbij de persoon van de verdachte centraal blijft staan. Er werden deze week óók vrijspraken en taakstraffen opgelegd, die qua recidive een hoger slagingspercentage hebben dan korte celstraffen.

De ironie wil dat de Kamer deze maand een wetsvoorstel aannam dat de rechter juist in z’n vrijheid wil beperken. Minister Dekker (rechtsbescherming, VVD) wenst het verbod op de ‘kale taakstraf’ uit te breiden van zware gewelds- en zedenmisdrijven naar geweld tegen publieke functionarissen. De nieuwe norm: wie een agent/ ambulancebroeder/ beveiliger aanvalt ‘krijgt altijd celstraf’. Dus ook als die straf niet passend is, niet effectief of niet proportioneel. Zo’n wet is overbodig, niet effectief en vooral symbolisch. Het is bovenal een antwoord op een probleem dat niet of nauwelijks bestaat. In hooguit honderd gevallen legt de rechter jaarlijks inderdaad alleen een taakstraf op. De minister had ook het vertrouwen kunnen uitspreken dat daar dan wel reden voor zou zijn. In vele duizenden zaken doet de rechter immers, net als deze week, vrij trouw wat de burger aan bestraffing verwacht. Maar nee dus. Dit voorstel doet maar één ding – celstraf als de politiek meest gewenste sanctie onderstrepen. Dat is een aanwijzing die strafrechters niet nodig hebben – zie de avondklokzaken.