Het sneeuwballengevecht

In 2021 is het 200 jaar geleden dat Napoleon Bonaparte overleed. belicht hem in een serie. Deze keer: een kleine Corsicaan leidt een sneeuwballengevecht – of niet?
Illustratie Roland Blokhuizen

De mooiste anekdote over Napoleons schooltijd is misschien helemaal niet waar. Dit is het verhaal: in de winter van 1783 organiseerde de 14-jarige Napoleone di Buonaparte een sneeuwballengevecht op de militaire school in Brienne, waar hij sinds zijn negende verbleef. Het was niet zomaar een sneeuwballengevecht: Napoleon organiseerde het treffen als een heuse meerdaagse veldslag.

Hij verdeelde zijn kameraden in twee legers, liet forten bouwen en leidde zijn ‘soldaten’ naar glansrijke overwinningen. Als we de latere herinneringen van de aanwezigen mogen geloven, liep het treffen flink uit de hand: leerlingen vulden hun sneeuwballen met stenen, zodat ze harder aankwamen.

Helaas zijn er voor dit verhaal eigenlijk geen betrouwbare, contemporaine bronnen. De Sneeuwslag van 1783 is in de populaire herinnering echter uitgegroeid tot de eerste manifestatie van Napoleons militaire genie; er zijn tal van prenten van gemaakt. Zijn persoonlijke secretaris Louis Antoine Fauvelet de Bourrienne had met Napoleon op de militaire school van Brienne gezeten en in diens memoires uit 1829 komt het gevecht aan bod. Nu wil alleen het feit dat deze passage ontbrak in de persoonlijke aantekeningen die hij aan zijn ghostwriters gaf. Het zou dus kunnen dat zij deze scène verzonnen hebben om zo te kunnen voldoen aan de verwachtingen die er bij het lezend publiek bestonden.

De vraag is of het überhaupt wel voor de hand ligt dat Napoleon zo’n groots gevecht heeft georganiseerd. Hij mocht zijn schoolgenoten namelijk niet erg, en die gevoelens van afkeer waren wederzijds.

De jonge Buonaparte was bijzonder gevoelig als het ging om zijn Corsicaanse komaf. Corsicanen waren voor veel van zijn klasgenoten van goeden huize nauwelijks beter dan wilden, en dat lieten ze hem graag merken. Zijn bijnaam was La Paille-au-Nez (stro in de neus), wat rijmde op Napoleone, als je dat met een dik Corsicaans accent uitsprak. Van de weeromstuit werd Napoleon een overtuigd Corsicaans nationalist.

Het was dus niet zo gek dat hij zich vooral op zijn schoolwerk stortte. Napoleon was zeer goed in wiskunde en ontwikkelde zich daarnaast tot een manisch lezer, vooral van geschiedenisboeken over de Oudheid. Hij verslond Arrianus, Polybius en Plutarchus. Van die laatste schrijver was hij onder de indruk van diens dubbelbiografie van Alexander de Grote en Julius Caesear, twee mannen aan wie hij zich graag spiegelde. Ook Franse literatuur beviel Napoleon goed. Hij las Corneille, Racine, Voltaire en Rousseau, vooral diens Julie ou la Nouvelle Héloïse kon hem bekoren. Volg altijd je diepste gevoelens, was de les die dat boek leerde.

Napoleon deed het goed op school. Hij kreeg in 1784 toestemming om naar de École militaire supérieure in Parijs te gaan. In zijn aanbevelingsbrief stond te lezen: „Zeer goed gedrag, doet erg zijn best bij wiskunde. Deze jongen kan een excellent zeeman worden.”