Opinie

Mechanische wind in de rug

Wilfried de Jong

Hij was een paar dagen nagenoeg weg, hooguit matig of zwak. Wie buiten schaatste of de voeten behoedzaam op de stoep plaatste, voelde hem nauwelijks. De wind speelde geen rol. Drones keken met de ogen van een sperwer naar beneden; ze overzagen het landschap waar schaatsers over bevroren sloten en plassen gleden.

In de namiddag kwam er bericht van het KNMI: ‘De wind steekt op. Het gaat dooien. Ga van het ijs af!’

Ging dat natuurverschijnsel Nederlanders van hun grootste winterhobby afhelpen? Doorschaatsen. Nog snel een bruggetje onderdoor, een kilometerpaaltje aantikken. In een paar uur tijd verschenen vlekken op de ijshuid. De wind blies de dooi als snelle pest over het land.

De schaatsende natie werd naar binnen gejaagd. De vergeten lockdown zat meteen weer in de hersenpan. In Thialf werden de WK afstanden verreden. Irene Schouten was liever buiten op natuurijs geweest, bekende ze eerlijk. Maar het professionele binnenwerk riep. Na een mislukte ‘putsch’ op het onderdeel massastart – ze werd derde – stond ze getergd aan de start van de vijf kilometer.

Schouten is op haar best als ze boos is. Heerlijk, die felle ogen, het vuur in het hoofd dat haar konen doet gloeien. Ze won goud, op eigen kracht.

Toen stak er een stormpje op.

De commentatoren Rintje Ritsma en Erben Wennemars keken vanaf de kant toe hoe de Zweedse stayer Nils van der Poel het wereldrecord op de tien kilometer kaapte. De bekken vielen open: een wereldrecord op een Nederlandse laaglandbaan?

Van der Poel had zich al eerder laten zien als een zonderling die er zo zijn eigen methodes op nahoudt. Alle profschaatsers zweren bij trainingskilometers maken op de fiets, Van der Poel gelooft veel meer in zeventig kilometer ultralopen.

Ritsma en Wennemars konden niet vatten waarom er de laatste maanden zo hard gereden werd op de baan in Heerenveen. Ze voelden al een tijdje ‘een veranderende wind’ in de hal.

Ritsma: „Kou op mijn rug, hij komt van achteren.”

Wennemars: „Er waait hier een mechanische wind.”

Het duo zocht het geheim in een nieuw ventilatiesysteem waardoor het lijkt of je het hele rondje wind mee hebt. Maar goed, dat voordeel hadden andere schaatsers ook en die bleven ver achter bij Van der Poel.

De Zweedse winnaar ging naar een televisiecamera en schreeuwde van dichtbij in de lens: „Eet meer vis, jongens.”

Kilometers verderop ploegde Henk Angenent over het parcours van de Elfstedentocht. De melancholische poging van de laatste winnaar deed me enigszins geforceerd aan. Een paar steden waren vanwege slecht ijs niet meer te halen, soms moest hij zelfs een stukje met de auto.

Terwijl de gemorste snert als reigerstront op het smeltende ijs plakte, kwam Angenent aan op de Bonkevaart. Tien uur deed hij over de tocht van zo’n 140 kilometer. Kapot, was hij. Begrijpelijk. Hij kreeg geen zetje in de rug. Onderweg was de mechanische wind in geen velden of wegen te bekennen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.