Opinie

Kinneging en de archeologie van goed en kwaad aan de Leidse universiteit

De ombudsman

Telkens als ik mijn telefoon opende, piepte een lading meldingen binnen. Tientallen twitteraars maakten zich druk om het NRC-artikel over de Leidse hoogleraar Andreas Kinneging, die het middelpunt was geworden van een handvol klachten over zijn gedrag.

Niet eerder wierp een stuk over klachten tegen een docent zoveel digitaal stof op, contra én pro. Ook NRC-columnisten mengden zich in de commotie, acht studenten van Kinneging zwaaiden hem in een brief lof toe. Overigens meldde ook het gewraakte artikel dat hij „geldt als een begenadigd docent”, die voor sommige studenten een „openbaring” is.

Het stuk beschreef hoe negen klachten van studenten over Kinneging waren ingediend (vier gegrond, een over seksuele intimidatie niet) en er verwarring was ontstaan over zijn beoordelingscijfer, dat werd opgekrikt van een vier naar een zes. Zakelijk, niet opgeschreven als dagvaarding, en met wederhoor van betrokkenen. Geen grof schandaal, maar wel lezenswaardig (conform Tommy Wieringa nu een disclaimer: niet mijn vrouw, maar ikzelf schreef ooit een zuinige recensie van een van Kinnegings boeken).

Veel bezwaren die ik las tegen de werkwijze van de krant snijden geen hout. Scheidend rector Carel Stolker twitterde dat de journalisten hem „onder druk” hadden gezet en inzage hadden „geëist” in het „personeelsdossier van de hoogleraar” (de tweet kreeg 430 likes). Maar het eerste lijkt me een andere manier om te klagen dat je vasthoudend bent ondervraagd. Het tweede wordt bestreden door de auteurs van het stuk. Zij vroegen inzage in het rapport achter het wisselende beoordelingscijfer van de hoogleraar; dat is een vertrouwelijk document, maar niet zijn „personeelsdossier”.

De Leidse decaan Joanne van der Leun twitterde op haar beurt dat zij erg haar best deed, dat het NRC-stuk „niet helpt” en haar werk „alleen maar moeilijker” maakt. De krant is dan ook niet in dienst van de Leidse universiteit.

Ook Kinneging zelf daalde af naar Twitter, om vast te stellen dat „ze” bij NRC, na „twee pagina’s vuilspuiterij” kennelijk „nog nooit van hoor en wederhoor” hadden gehoord, hij kreeg daar maar 250 woorden voor. Ook dat is deels onjuist, deels een kwestie van definitie. Wederhoor is Kinneging herhaaldelijk en ruim op tijd geboden (de eerste keer een kleine twee weken voor publicatie). Hij volstond met de mededeling die in het stuk is opgenomen.

Na publicatie nam hij alsnog contact op en bood de chef Opinie hem een brief aan of een langer opiniestuk over een aspect van het verhaal („het feminisme”, of „veiligheid op universiteiten”). Geen verweer en detail, want die kans was de hoogleraar vooraf al geboden. Je kunt moeilijk weigeren te antwoorden op vragen maar dan achteraf op de opiniepagina uitgebreid je gram halen.

Het werd een allegorische brief, te lezen in deze bijlage.

Blijft de vraag waarom juist dit artikel zoveel pennen in beroering bracht. Het antwoord lijkt me dit: omdat Kinneging, een markante self made conservatief, in rechtse kringen geldt als denker van formaat, leermeester, zelfs als idool. Geen wonder, een filosoof die de moderne cultuur ontspoord vindt en zó overtuigd is van zijn eigen gelijk, krijgt vanzelf iets van een goeroe.

Zijn bewonderaars verdenken de krant dan ook van een jacht op „andersdenkenden”, in lijn met de puriteins-Amerikaanse cancel culture. Een vreemde verdenking, want alle eerdere, veel heftiger artikelen over wangedrag betroffen docenten aan de Universiteit van Amsterdam, toch geen bolwerk van rechts-conservatief denken.

Het echte verhaal achter zulke onthullingen lijkt me dan ook een ander. Dat is niet de ideologische oorlog tussen ‘oikofielen’ en ‘cultuurmarxisten’ of zoiets, maar eerder een bureaucratische afrekening van studenten met universiteiten die niet of onvoldoende optreden tegen docenten die zich heer en meester wanen.

Dat moet haast wel een gevolg zijn van de nieuwe demografie van universitair Nederland. Het aandeel vrouwelijke studenten ligt nu rond of boven de vijftig procent. En zoals échte marxisten al wisten: kwantiteit kan omslaan in kwaliteit. Je kunt vermoeden dat vrouwelijke studenten, nu ze niet langer in de minderheid zijn, zich ook minder laten welgevallen. Massa maakt macht – ook een les van de #MeToo-beweging.

Dat is niet voor het eerst. In de jaren zestig en zeventig zagen de universiteiten een toestroom van jonge mannen, veelal eerste-generatie academici uit de middenklasse, die collectief de ‘hooglerarenuniversiteit’ op de schop namen. Nu is de beurt inmiddels aan vrouwen – en aan mannen die geen prijs stellen op ongevraagde bijscholing in machismo.

Je kunt dat natuurlijk allemaal afdoen als gezanik van tere zieltjes die al in huilen uitbarsten bij een rechtse mening. Maar feit is dat de tijden zijn veranderd, dat universiteiten beoordelingen van studenten serieus moeten nemen, evenals klachten over docenten. Feit is ook dat vier gegronde klachten een patroon suggereren. Feit is ten slotte dat bij Kinneging, die gruwt van moderne weekheid, leven en leer consequent samengaan. Kortom, genoeg reden om deze zaak uit te zoeken – en op te schrijven.

Uiteraard is er veel meer over te zeggen. NRC heeft het voortouw genomen met dit soort verhalen; dat vraagt telkens een weging van relevantie en proportionaliteit; ik schreef er eerder over. Maar het zou ook mooi zijn als de krant voorbij de incidenten dieper blijft graven. Naar de nieuwe machtsverhoudingen aan de universiteit, of de symbiose van academisch werk en ideologisch activisme. Thema’s die allemaal doorklinken in dit artikel over de Leidse dwarsdenker – en ook dat maakt het lezenswaardig, of dat een decaan nu ‘helpt’ of niet.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.