Opinie

Statiegeld op blik is logische stap naar minder zwerfvuil

Milieu

Commentaar

Een van de vele voordelen van het dikke pak sneeuw dat sinds dit weekend over Nederland heen ligt, is dat het al het zwerfvuil tijdelijk aan het zicht onttrekt. De eindeloze hoeveelheden snoepwikkels, plastic drinkflesjes, broodzakjes, mondkapjes en frisdrank- en bierblikjes die normaal gesproken straten, stoepen, stranden, grasvelden, bossen en bermen ontsieren, zijn ineens weg. Zo mooi kan het dus zijn in Nederland.

Als komende week de sneeuw weer verdwijnt, keert dit afvaltapijt weer in volle omvang terug. Hopelijk nog maar heel even. Want vanaf 31 december 2022 geldt er een wettelijk statiegeld van 15 eurocent op blikjes, ‘metalen drankverpakkingen’ in Haags beleidsproza, zo besloot het kabinet eind vorige week. Een jaar eerder al gaat eenzelfde regeling met eenzelfde bedrag aan statiegeld in voor de kleine plastic drinkflesjes van 0,5 liter.

Met het besluit tot invoering van statiegeld op blik komt een eind aan een debat van twintig jaar. Eindeloos is geprobeerd de hoeveelheid zwerfvuil terug te dringen, met het plaatsen van prullenbakken en de zogenoemde blikvangers bij stoplichten en met een beroep op de sector om zelf iets aan het probleem te doen. Tevergeefs: van de 2 miljard blikjes die jaarlijks worden verkocht, belanden er nu nog steeds 150 miljoen in het milieu. Een convenant om die hoeveelheid in de loop van dit jaar met 70 procent te verminderen, liep op niets uit. Vorig jaar nam het aantal zwervende blikjes voor het tweede jaar op rij zelfs toe, met 27 procent.

De trend is dus niet minder maar meer blikjes in het milieu. Het kabinetsbesluit van eind vorige week is dan ook een goed besluit. In plaats van direct vanuit de overheid met een straf te komen, heeft het kabinet de sector eerst ruimschoots de tijd gegeven het probleem zelf aan te pakken. Nu dat jaar op jaar mislukt, is het tijd voor steviger maatregelen, zegt verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66). De stok achter de deur is geen verrassing, de dreiging met statiegeld was al onderdeel van het convenant met de sector.

Zoals zo vaak komt het nu aan op daadkrachtige uitvoering. Een metalen blikje heeft niet de vormvastheid die de plastic flessen kenmerken, en eindeloze debatten met de verpakkingsindustrie over een haalbaar en betrekkelijk fout-ongevoelig systeem van inzameling liggen op de loer.

In die zin is het goed om naar het buitenland te kijken. In Duitsland geldt al sinds 2003 statiegeld op vrijwel alle soorten flessen en blikjes, de Dosenpfand. Na aanvankelijke aanloopproblemen (blikjes mochten alleen ingeleverd worden in de winkel waar ze gekocht waren) is inmiddels een goed functionerend landelijk inlevernetwerk ontstaan, vergelijkbaar met het Nederlandse systeem voor plastic en glazen statiegeldflessen. Ook blikjes kunnen daar gewoon in de machine. De Nederlandse industrie hoeft dus niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden. Hier geldt het adagium: beter goed gejat dan zelf dom bedacht.

Een bijkomend voordeel van statiegeld op alle drankverpakkingen is wat de Duitsers de komst van de Pfandsammler noemen: mensen die zwerfvuil ophalen om dat vervolgens in te leveren bij een winkel voor een extra zakcentje. Wat er dan nog op straat belandt, vindt dankzij de ‘statiegeldjutters’ alsnog zijn weg terug naar de producenten. Het mag cynisch klinken, maar zolang de mens vatbaar blijft voor dergelijke kleine financiële prikkels, is het verstandig die in te zetten voor het hogere doel: een schoner milieu, ook als het niet sneeuwt.