Staatsgreep 2.0: zo hou je het internet onder de duim

Internetcensuur Wie een coup wil plegen, ontkomt er niet aan het internet aan banden te leggen. Maar hoe doe je dat eigenlijk ?

De Russische Philipp Kyznetsov plaatste de beelden van zijn arrestatie en die van mededemonstranten in een overvolle politiebus op Instagram.
De Russische Philipp Kyznetsov plaatste de beelden van zijn arrestatie en die van mededemonstranten in een overvolle politiebus op Instagram. Foto Philipp Kuznetsov via AP

Het eerste hoofdstuk uit het handboek voor coupplegers: bezet de omroep. Maar dat dat allang niet meer volstaat, wist de Myanmarese legerleiding ook. Dus was er op de ochtend van 1 februari – nadat regeringsleider Aung San Suu Kyi was afgezet – niet alleen nog maar één, door de militairen gecontroleerde zender in de lucht, maar konden Myanmarezen ook niet meer op internet. Netblocks, een organisatie die wereldwijd internetverkeer monitort, meldde dat de dataverbindingen in het land die nacht veelvuldig werden onderbroken. Toen de coup was voltooid, kroop het dataverkeer weer richting normale niveaus.

Waarom die ingreep nodig was, werd de dagen daarna duidelijk: door oproepen op Facebook en Twitter zwollen protesten tegen de machtsovername aan tot massademonstraties.

Ongeveer tegelijkertijd liepen in Moskou, Sint Petersburg en andere Russische steden de straten vol met demonstranten tegen de arrestatie en veroordeling van oppositieleider Aleksej Navalny en tegen de corruptie in het land. Videoplatform TikTok en chatapp Telegram waren de belangrijkste aanjagers, nadat Navalny en zijn medestanders eerder met gelikte campagnes op YouTube en TikTok tot verzet hadden opgeroepen, en de corruptie van het regime van president Vladimir Poetin hadden blootgelegd.

Lees ook Facebook, van revolutionaire kracht tot grootste boeman

Het was niet de eerste keer dat sociale media hun kracht bewezen als aanjager van protest. De Arabische Lente, de golf van opstanden die tien jaar geleden leidde tot de val van autocratische leiders als Ben Ali (Tunesië) en Mubarak (Egypte), heette niet voor niets ook de ‘Facebook-revolutie’. Sindsdien hebben de autocraten bijgeleerd. Ze maken het demonstranten moeilijker en lijken bij elkaar de kunst af te kijken hoe je internet onder controle krijgt.

Zorg dat je op de deur kunt kloppen

In januari kondigde de Russische regering, in navolging van onder meer Turkije en Vietnam, aan dat het buitenlandse techbedrijven wil verplichten een kantoor in Rusland te openen als ze daar hun diensten aanbieden. Als de politie aan de deur kan komen, wordt het voor internetplatforms moeilijker om Russische regelgeving te negeren dan wanneer je veilig in Californië zit.

En regelgeving, daarvan is er in Rusland steeds meer. Zeven sociale-mediabedrijven, waaronder TikTok, Facebook en YouTube, kregen eind januari een boete van de Russische telecomwaakhond Roskomnadzor omdat ze niet tijdig 170 video’s hadden verwijderd waarin minderjarigen werden opgeroepen deel te nemen aan ‘illegale protesten’. Eerder verspreidde de toezichthouder nog een persbericht waarin tevreden werd vastgesteld dat al 89 procent van de verwijderverzoeken was gehonoreerd.

De afgelopen jaren nam de Doema, het Russische parlement, onder meer wetgeving aan waardoor providers kan worden opgedragen websites te blokkeren, internetbedrijven verplicht zijn om gegevens van gebruikers in Rusland te bewaren en zonder gerechtelijk bevel aan de autoriteiten te overhandigen, en VPN-diensten – waarmee blokkades kunnen worden omzeild – aan banden worden gelegd.

De maatregelen moeten het moeilijker maken om op het Russische internet anoniem te blijven, protest te organiseren of informatie te verspreiden die kritisch is over het Kremlin, al blijken veel maatregelen in de praktijk slecht doordacht of moeilijk uitvoerbaar. Wetgeving die chatplatformen gebiedt om gebruikers te blokkeren die ‘verboden informatie’ verspreiden, stuit op het feit dat de berichten doorgaans versleuteld zijn, waardoor de inhoud niet is te lezen. Een tweede wet, die dezelfde verplichting oplegde aan e-mailproviders, sneuvelde daarom vorig jaar in de Doema.

De Russische autoriteiten krijgen dus niet altijd vat op techbedrijven. Oprichter Pavel Doerov van het sociale netwerk VKontakte verkocht zijn platform na ettelijke invallen van de geheime dienst aan Poetin-getrouwe oligarchen, maar lanceerde vervolgens de versleutelde chatapp Telegram. Een blokkade daarvan werd afgelopen zomer teruggedraaid, nadat de autoriteiten twee jaar lang vergeefs hadden geprobeerd die te implementeren. Daarbij blokkeerden ze miljoenen internetadressen, en troffen zo onbedoeld veel andere online diensten.

Of je trekt de stekker eruit

Als reguleren niet genoeg is, kun je ook zelf ingrijpen, bijvoorbeeld door telecombedrijven op te dragen sites te blokkeren. Dat deed het Myanmarese ministerie van Transport en Communicatie toen in de dagen na de coup protest-hashtags als #WhatIsHappeningInMyanmar, #HearTheVoiceOfMyanmar en #RespectOurVotes aan kracht wonnen: staatsbedrijf MPT en de lokale dochter van het Noorse Telenor sloten de toegang tot Facebook, Twitter en Instagram af. De platformen zijn sindsdien soms wel, soms niet bereikbaar vanuit Myanmar.

In China, waar westerse sociale media als Facebook en Twitter sowieso al niet welkom zijn, blokkeerden de autoriteiten deze week de toegang tot Clubhouse, een app voor audiogroepsgesprekken. Het platform was in korte tijd erg populair geworden, al was Clubhouse alleen verkrijgbaar voor Chinezen die een buitenlands account gebruikten om apps op hun iPhone te installeren. Chinese gebruikers bespraken er gevoelige kwesties als de relatie met Taiwan en de behandeling van de Oeigoeren – en Taiwanezen en Oeigoeren praatten mee.

Die gelegenheid doet zich op het Chinese internet niet vaak voor. Uitnodigingen voor accounts werden afgelopen weekend voor omgerekend tientallen euro’s aangeboden op Chinese veilingsites. Maar maandag gaf de app ineens een foutmelding: de chatserver was voor Chinese gebruikers alleen nog bereikbaar via een versleutelde verbinding, die de censuur omzeilt.

Soms is de botte bijl effectiever dan een scalpel

Speel het spel van de tegenstander

Wat demonstranten kunnen, kunnen autocraten ook: zelfs de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov zit inmiddels op TikTok. In een van zijn eerste video’s neemt hij Navalny op de hak. Hij toont een fragment waarin die zegt dat het Russische coronavaccin Spoetnik met veel scepsis wordt bekeken, gevolgd door beelden van de persconferentie waarin EU-buitenlandchef Josep Borrell de Russen feliciteert met de goede resultaten van de laatste testfase van het vaccin, waarover The Lancet publiceerde.

En in de aanloop naar de Oegandese verkiezingen in januari ontdekten onderzoekers van het Digital Forensic Research Lab van The Atlantic Council een netwerk van nepaccounts op Facebook en Twitter. De profielen, die zich in sommige gevallen voordeden als journalisten, deelden massaal steunbetuigingen aan de regering van president Yoweri Museveni. Een vervolgonderzoek van Facebook herleidde het netwerk tot het Oegandese ministerie van informatie, waarop Facebook de accounts verwijderde.

Ook het leger in Myanmar schroomde eerder niet om het platform voor zijn eigen doeleinden te gebruiken. In 2018 ontdekte The New York Times dat hoge militairen verantwoordelijk waren voor een grote desinformatiecampagne, bedoeld om haat tegen de moslimminderheid Rohingya aan te wakkeren. Facebook zei vrijdag dat het profielen van het Myanmarese leger vanwege de coup minder wijd zal verspreiden.

Hanteer de botte bijl

Soms is de botte bijl effectiever dan een scalpel. Na de aanvankelijke blokkade van sociale media, ontvingen Myanmarese telecombedrijven de opdracht dataverkeer helemaal af te sluiten. Alleen bellen en sms’en kon nog.

Voor de regering-Museveni was Facebooks optreden tegen het Oegandese trollennetwerk hét excuus om eerst de toegang tot sociale media, en korte tijd later tot het hele internet af te sluiten. Pas na Museveni’s omstreden herverkiezing werden de verbindingen hersteld.

Ook in Russische steden was het internet tijdens protesten in de voorbije weekenden meermaals tijdelijk vrijwel volledig uit de lucht.

Autoriteiten grijpen vaak naar dit middel bij acute crises of grote protesten. Het gebeurde in Ethiopië toen afgelopen zomer onrust uitbrak na de moord op een populaire zanger, en tijdens de oorlog in de provincie Tigray in november. Maar ook toen Indiërs vorig jaar demonstreerden tegen een omstreden burgerschapswet, en rond de verkiezingen in Wit-Rusland. Nieuwssite Axios becijferde op basis van gegevens van Netblocks dat zeker 35 landen sinds 2019 even de stekker uit het internet trokken.

De blackouts rond de staatsgreep in Myanmar waren ook niet de eerste die het land meemaakte. Al sinds juni 2019 was internet afgesloten in delen van de deelstaten Rakhine en Chin, waar etnisch geweld oplaaide. Ironisch genoeg maakte juist het nieuwe bewind daar afgelopen week een einde aan de langdurigste internetblokkade ter wereld.

Maar zo lang is zo’n blackout vaak niet vol te houden. Niet alleen demonstranten, ook de economie en de rest van de samenleving zijn sterk afhankelijk van internet. Kort na de coup vormden zich in Myanmar rijen voor geldautomaten, die door de sterk beperkte internetverbindingen niet meer goed functioneerden. De blokkade werd de volgende dag opgeheven. Een onderzoeker van het Brookings Institute schatte de totale economische schade van internetblokkades tussen juni 2015 en juni 2016 op minstens 2,4 miljard dollar.

Een politie-agent maakt een foto met zijn telefoon, bij een wegblokkade in Yangon, Myanmar EPA/NYEIN CHAN NAING

Bouw je eigen internet

Ultieme controle heb je natuurlijk over je eigen nationale netwerk, dat onafhankelijk functioneert van het globale internet. Noord-Korea kent zijn Kwangmyong, met e-mail, websites en nieuwsgroepen die alleen bereikbaar zijn binnen Noord-Korea. Over dat systeem is weinig bekend: het is niet toegankelijk buiten Noord-Korea en ook bezoekers krijgen het doorgaans niet te zien. Volgens Martyn Williams, een Amerikaanse journalist die een blog bijhoudt over tech in Noord-Korea, is het systeem beschikbaar in bibliotheken en universiteiten, en heeft het geen fysieke verbinding met het wereldwijde internet.

Ook Rusland beweerde eind januari bij monde van oud-president Medvedev – tegenwoordig vicevoorzitter van de Nationale Veiligheidsraad – in staat te zijn om zijn internet volledig af te sluiten. Het Russische ‘soevereine internet’ voorziet in een alternatief, eigen DNS. Dat systeem vertaalt een webadres naar een uniek numeriek adres waarmee een webserver kan worden benaderd. Met een eigen DNS zouden de autoriteiten internationale verbindingen geheel of gedeeltelijk kunnen blokkeren, terwijl Russische webdiensten beschikbaar blijven.

Volgens Medvedev is dat nodig om online infrastructuur overeind te houden als de Verenigde Staten zouden besluiten om het Russische internet af te sluiten. Het wereldwijde DNS wordt beheerd door de in Californië gevestigde non-profitorganisatie ICANN, die sinds 2016 niet meer onder toezicht staat van het Amerikaanse ministerie van handel, maar van vertegenwoordigers van allerlei landen, technologiebedrijven en belangenorganisaties.

Of Medvedevs bewering klopt, is twijfelachtig. Digitale burgerrechtenactivisten, zoals Stanislav Sjakirov van de aan de Piratenpartij gelieerde NGO Roskomsvoboda, waren bij de aankondiging van de plannen in 2019 sceptisch over de technische haalbaarheid. Het Russische internet is veel sterker dan dat van China verweven met de rest van de wereld.

Lees ook: Help, het internet breekt in tweeën

Het Chinese internet fungeert volgens een rapport van techbedrijf Oracle als een intern bedrijfsnetwerk. Zo blijft lokaal internetverkeer bijvoorbeeld altijd binnen China. Als een Groninger de homepage bekijkt van een Rotterdams bedrijf, is het heel goed mogelijk dat de route die de datapakketjes tussen de website en zijn browser aflegt, via Londen of Frankfurt loopt. In China is dat niet het geval. Zo kan internationaal dataverkeer worden stilgelegd, terwijl het nationale internet gewoon in de lucht blijft. Zeker in China, met veel eigen webdiensten, kan dat helpen de economische schade te beperken.