Klam van het zweet ontwaken

Huilend wakker worden, klam van het zweet, volledig in paniek. Hoe ontstaan nachtmerries? „Lang was de gedachte: je hebt een depressie en daarom slaap je slecht. Maar uit onderzoek blijkt: dat is niet altijd zo.”


In een donker bos wordt Dagmar van Heuvelen (25) uit Arnhem achternagezeten door een roedel wilde wolven. Als ze omkijkt ziet ze brute klauwen, tanden, kwijl. In haar nachtmerrie rent ze tot ze niet verder kan, een glazen wand houdt haar tegen. De wolven springen richting haar gezicht, eentje zet zijn tanden in haar onderbeen. Precies op dat moment wordt ze wakker. In paniek. Met haar hand grijpt ze naar haar been, de pijn lijkt echt.

Jarenlang had Dagmar van Heuvelen dezelfde nachtmerrie. Ze weet niet wat de aanleiding was, „er was niets in mijn leven waarvoor ik wilde vluchten”. De heftige dromen en onderbroken nachten hadden invloed op haar nachtrust en op hoe ze zich overdag voelde. „Ik ben een tijdje bang geweest om te gaan slapen, vooral vanwege het intense pijngevoel aan het einde.”

Een nachtmerrie hebben we allemaal wel eens, maar sommige mensen hebben er vaker last van: 7 tot 10 procent van de Nederlanders heeft meer dan één keer per maand een nare droom. En 2 tot 5 procent heeft één of meerdere nachtmerries per week, en heeft daar ook last van. Ze zijn overdag moe, hebben concentratieproblemen en zijn emotioneel bezig met de droom.

Nachtmerries komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het is alleen niet helemaal duidelijk of dit komt doordat vrouwen hun dromen vaker onthouden en erover vertellen, of doordat ze daadwerkelijk meer nachtmerries hebben.

Mensen met veel nachtmerries kunnen ook andere psychische klachten hebben, zoals somberheid, een angststoornis, depressie of slapeloosheid, zegt Jaap Lancee. Hij is psycholoog en slaaponderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, en gespecialiseerd in nachtmerries. Uit eigen onderzoek weet hij dat bij psychiatrische patiënten de cijfers flink hoger liggen: 30 procent heeft last van nachtmerries.

Actief brein

Wat Lancee vooral opvallend vindt: bij niemand staat het hebben van nachtmerries in het dossier. „Nachtmerries worden gezien als een secundair probleem”, zegt hij. „Vanuit de psychologie is het lang zo bekeken: je hebt een depressie en daarom slaap je slecht. Of: je hebt PTSS (Post Traumatisch Stress Syndroom) en daarom heb je nachtmerries over het trauma. De gedachte was: als we de echte stoornis behandelen, dan stoppen de nachtmerries ook. Maar uit onderzoek blijkt: dat is niet altijd zo.” Dan is de depressie voorbij, en gaan de nachtmerries gewoon door.

In het slaaplab zijn nachtmerries lastig te vangen, zegt Victor Spoormaker, slaaponderzoeker en groepsleider aan het Max Planck Instituut voor psychiatrie in München. „Als mensen voor onderzoek met elektroden (EEG) in het lab slapen, voelen ze zich op hun gemak en slapen ze vaak goed. Ze zijn omringd door professionals en dat geeft blijkbaar een vertrouwd gevoel.”

Het onderzoeken gaat dus wat lastiger, maar wat hij tot nu toe al wel ontdekte, is dat het brein van mensen die last hebben van nachtmerries ’s nachts actiever is dan het zou moeten zijn. „We meten hogere frequenties en meer veranderingen in het evenwicht tussen hoge en lage frequenties, in vergelijking met mensen die goed en rustig slapen. Onze hypothese is daarom dat de slaap van mensen met nachtmerries onrustiger is, met meer ‘arousals’ – momenten van waakzaamheid en activiteit in het brein.”

Hoe ontstaan dromen en nachtmerries, hoe werkt dat in de hersenen? Jaap Lancee: „Dromen komen voornamelijk voor tijdens de REM-slaap. Een bekende theorie gaat ervan uit dat bepaalde zenuwcellen in de hersenstam actief worden en dat die het ‘limbische systeem’ in het midden van de hersenen activeren. Het limbische systeem (belangrijk voor het omgaan met emoties) activeert het visuele systeem in het achterhoofd, waardoor beelden op je netvlies worden geprojecteerd. Je hersenen maken daar vervolgens een verhaal bij. Hoogleraar Spoormaker: „De beelden zijn niet echt, maar de gevoelens die je hebt als je wakker wordt zijn dat wel.”

‘De beelden zijn niet echt, maar de gevoelens die je hebt als je wakker wordt zijn dat wel.’

Soms is er een duidelijk verband met een trauma, maar soms ook totaal niet, zegt psycholoog Barbara Mulder van behandelpraktijk Slaapmakend. „Een vrouw die bijvoorbeeld droomt dat ze haar partner met een hamer in stukjes slaat, terwijl ze overdag een fijne relatie hebben.”

Dit soort gedachten kunnen ’s nachts ontstaan omdat de prefrontale cortex minder actief is tijdens de slaap, maar vanuit de sluimerstand toch logische verbanden probeert te leggen. „Je denkt bijvoorbeeld aan de relatie met je partner en hebt overdag hamertje-tik gespeeld met je kind. Dat combineer je in je droom en zo worden dingen heel anders gepresenteerd.”

Tijdens een droom kun je ook maar aan één ding tegelijk denken, zegt Jaap Lancee. „Als er een overleden oom in je droom voorbijkomt, ga je daarin mee, ook al droomde je dat je een boswandeling aan het maken was. Dan loopt die oom in je droom ineens springlevend naast je.”

Vluchten voor iets of iemand

Soms hebben mensen, zoals Dagmar van Heuvelen, herhalende dromen. Dat is te verklaren, zegt hoogleraar Spoormaker. „Als beeldassociaties eenmaal zijn gelegd, kunnen die makkelijk terugkeren.” Het is te vergelijken met de groeven van een grammofoonplaat: elke droom of associatie laat een spoor achter en hoe vaker dat thema wordt opgeroepen, hoe dieper het spoor. Lancee: „Dat pad wordt opgeslagen in je hersenen en als je de volgende dag iets vergelijkbaars droomt, volg je het pad weer. Dat is soms makkelijker dan een compleet nieuw verhaal verzinnen.”

Nachtmerries hebben waarschijnlijk een functie, zegt psycholoog Barbara Mulder. „Dromen kunnen helpen bij het verwerken van emoties. Vroeger werd gedacht: dromen zijn een bijproduct, een leuke bijkomstigheid. Maar recent onderzoek van de Britse hoogleraar neurowetenschappen Matthew Walker laat zien dat de inhoud van een droom meehelpt bij de verwerking van allerlei gebeurtenissen.”

De meeste patiënten van Barbara Mulder met nachtmerries hebben last van terugkerende thema’s: dat ze fysiek of seksueel iets wordt aangedaan, dat ze opgesloten zitten, verdrinken, vluchten voor iets of iemand. Nachtmerries zijn goed te behandelen, zegt Lancee. „Het is jammer dat andere problemen vaak worden gezien als belangrijker om aan te pakken. Want als een patiënt beter slaapt, kan dat vervolgens ook positief bijdragen aan andere stoornissen zoals een depressie of paniekaanvallen. Als je goed slaapt, begin je beter aan de dag.”

Met ‘imagery rehearsal therapy’ ga je nachtmerries ‘herschrijven’ met een betere uitkomst, zegt Lancee. „De beste methode die de wetenschap op dit moment te bieden heeft.”

In een afschuwelijke droom met een auto-ongeluk gooi je op het laatste moment het stuur toch de goede kant op. Tijdens de therapie – overdag – oefen je dat. „Je ervaart dan dat je controle hebt over die beelden. In principe kun je in een droom verzinnen en doen wat je wil. Als je dat met deze therapie overdag goed inbeeldt, kun je ervoor zorgen dat de nachtmerrie ’s nachts verdwijnt.” Door dit zogeheten ‘rescripting’, zegt Lancee, maak je ook de negatieve emotie van de nachtmerrie minder, omdat je actief naar een beter einde zoekt.

Barbara Mulder maakt gebruik van rescripting, maar volgt daarnaast nog een paar andere stappen. Ze kijkt naar slaaproutines (geen schermen voor het slapengaan, vaste tijden voor het naar bed gaan en opstaan), naar levensstijl (minderen met koffie en alcohol, meer bewegen), en stressreductie is belangrijk. „Maar ik begin met patiënten geruststellen. Veel mensen willen weten: is er iets mis met mij? Waarom doe ik zulke gruwelijke dingen in mijn droom? Een deel van de angst valt weg als mensen weten: we hebben allemáál bizarre dromen, ik ben niet gek.”

En Dagmar van Heuvelen? Zij is nu van de herhalende nachtmerrie af. Ze heeft vaak verklaringen gezocht voor de verbeelde elementen: „Waarom ben ik alleen? Wat betekent die koepel? Waarom kon ik nooit een andere kant op rennen dan ik de eerste keer had gedaan?” In therapie is ze nooit geweest, maar wat haar heeft geholpen, denkt ze, is praten. „Met mijn ouders heb ik veel gesproken over de droom en uitgelegd wat ik voelde. Zij stelden mij gerust ’s avonds en prentten me in dat het maar een droom is. Daardoor ben ik me in mijn nachtmerrie gaan beseffen dat het maar een nachtmerrie was. Ik ging de droom uitzitten.” Dat besef komt nu ook in andere dromen voorbij, zegt ze. „Ook bij mooie dromen, helaas. Dan komt er in de droom al snel een besef dat het niet echt is. Bij nachtmerries is dat fijn, maar bij mooie dromen wil je die schijn liever houden totdat je wakker wordt.”

‘Het is frustrerend dat je weet wat er gaat gebeuren, maar er niets aan kan veranderen’

Dagmar van Heuvelen (25) uit Arnhem, student, laatste jaar fotovakschool in Apeldoorn

„Jarenlang heb ik dezelfde nachtmerrie gehad. Ik stond in een bos en wist niet waar ik was. Ik keek om me heen, hoorde geluiden. Uit het niets kwamen wilde wolven op me af. Ik rende, maar op een gegeven moment kon ik niet verder. Dan ontdekte ik dat ik opgesloten zat in een koepel – in een grote, doorzichtige bal van glas. Daarachter zag ik niks, geen lucht of grond, het was alsof de wereld ophield bij die koepel.

„Het gevoel waarmee ik ontwaakte was zo naar, alsof een scherpe klauw zich in mijn huid boorde. Telkens werd ik wakker op hetzelfde moment, met hetzelfde akelige gevoel. Het is frustrerend dat je weet wat er gaat gebeuren, maar er niets aan kan veranderen. Waarom kon ik niet een andere kant op rennen dan ik de eerste keer had gedaan?

„Nog steeds heb ik dromen met hetzelfde thema: ik word achternagezeten en wil wegrennen, maar de laatste tijd zijn mijn benen van beton, ik kan ze niet bewegen. Films en series zijn van invloed merk ik: als ik een film over zombies heb gezien, zijn het zombies die achter me aan zitten. Als ik op tv een aardbeving heb gezien, moet ik ’s nachts rennen voor een aardbeving.

„Op de bank maak ik er soms een grapje over tegen mijn vriend: ‘Nou, fijn, dan weet ik ook weer wat ik ga dromen vannacht.’ Hij herinnert zich zijn dromen nooit, alleen als het gaat over vreemdgaan of een andere man in mijn leven.”

‘De beelden hielden me de hele dag nog bezig’

Roxanne van den Heuvel (29), uit Purmerend, werkt bij customer care van Shell

„In mijn nachtmerries steek ik mensen neer. Meestal vreemden. De rode draad is pijn doen of pijn gedaan worden. En vluchten of opgejaagd zijn. Vaak zit er in eerste instantie iemand achter mij aan en later word ík de jager. Eerst is er de machteloosheid en dan neem ik het heft in eigen handen. Ik droom dat ik op straat door een man word achtervolgd. Vervolgens draai ik me om en steek hem neer. Ik zie alles van dichtbij, dat ik hem raak, het mes in zijn lijf, het wijkende vel, al het bloed.

„Het allerergste dat ik in mijn droom heb gedaan, is de keel van mijn eigen hond doorsnijden. Mijn moeder was erbij en ik huilde terwijl ik het deed, maar in mijn droom móést het gebeuren. Zoiets voelt alsof je je geliefde wat aandoet.

‘De rode draad is altijd pijn doen of pijn gedaan worden.
En vluchten of opgejaagd zijn’

„Vier jaar geleden werd ik dagelijks huilend wakker, klam van het zweet, overstuur, midden in de nacht. Dat gevoel draag je de hele dag bij je. Het had geen nadelig effect op mijn werk, maar de beelden hielden me wel de hele dag bezig. Ik heb geen trauma’s of erge dingen meegemaakt die deze gedachten triggeren. Deze lugubere dromen heb ik al vanaf mijn zestiende, zeventiende. Ik heb eigenlijk nooit gezocht naar de oorzaak. Op een gegeven moment heb ik gewoon geaccepteerd dat ze er waren.

„Het is minder geworden sinds ik een relatie heb en we samen slapen en wonen. Door onze liefde heb ik meer rust gevonden, en voel ik minder angst.”

‘Ik zit gevangen in een woestijn, een betonnen labyrint of doolhof’

Alfred Birney (69) uit Den Haag, schrijver

„Ik heb een levensstijl gevonden om mijn nachtmerries te ontlopen. Normaal gaan mensen rond elf uur naar bed en staan ze om zeven uur op. Ik begin om elf uur met schrijven, dan ga ik door tot een uur of drie, vier, dan ga ik even ontspannen – de krant lezen, afwassen – en tegen de dageraad ga ik naar bed.

„De nachtmerries zijn te herleiden naar mijn jeugd. Mijn moeder werd mishandeld door mijn vader toen ze zwanger was van mij. En als ik ’s nachts huilde, schopte mijn vader net zo lang tegen de wieg totdat ik stil was. Die eerste levensjaren miste ik een gevoel van veiligheid. Ik ben nooit uit mijn wieg gehaald of getroost. Tot mijn dertiende heeft hij mij mishandeld. Daarna ben ik uit huis geplaatst door de politie en de kinderrechter.

„Tijdens mijn puberteit in het tehuis was ik opstandig, ik had een scherpe tong en overal kritiek op. Twee keer ben ik voor een paar weken naar een tuchthuis in Arnhem gestuurd. Daar zat ik opgesloten, voor de ramen zaten tralies. Mijn nachtmerries sluiten vaak aan bij dat thema: ik zit gevangen, in een woestijn, een betonnen labyrint, een doolhof met hoge heggen. Ik probeer te ontsnappen. De doodstraf hangt me boven het hoofd – ik moet hangen, gefusilleerd of levend begraven worden.

„In mijn jaren als dertiger en veertiger droomde ik vaak dat mijn vader mijn huis was binnengeslopen, ik zag hem op me afkomen om me te slaan. Dan schrok ik wakker en deed ik alle lichten aan om hem te gaan zoeken. Tegen mijn vriendin zei ik: ‘Als ik ’s nachts in een hoekje zit te zweten, kom dan niet op me af, maar zeg wie je bent.’ Als ze zomaar op me afkwam, raakte ik volslagen in paniek.

„Voor mij is het leven constant overleven, vechten tegen de herinneringen van vroeger, en de nachtmerries ontwijken. Daar kun je aan onderdoor gaan.

‘Overdag was ik al doodmoe, nu maakt dat eindeloze gedroom de moeheid alleen maar erger’

Elsbeth Koops (23) uit Veenendaal, studeert hbo verpleegkunde

„In januari vorig jaar ben ik mijn man verloren, hij had leukemie. Sinds 2015 werd hij behandeld, maar het kwam telkens weer terug. De vierde keer dat hij leukemie kreeg, is hij tweeënhalve week later overleden. Hij is 23 jaar geworden.

„Zijn sterfproces was traumatisch voor mij. In een paar weken tijd ging hij van een gezonde jongeman naar iemand die niet meer uit bed kon komen. Dat heeft zo veel traumatische beelden opgeleverd dat ik PTSS heb ontwikkeld. Sinds zijn dood heb ik nachtmerries, herbelevingen en paniekaanvallen. Psychisch ben ik afgelopen zomer totaal ingestort. Ik was dertien toen mijn moeder onverwachts overleed, de dood van Niels erbovenop beleef ik daardoor nóg heftiger.

„In mijn dromen gaan mensen altijd dood. Soms is dat Niels, ik sta erbij en kan niks doen. Ik heb ook gedroomd dat mijn zusje doodging, en mijn beste vriendin. En dat de eigenaar van ons vakantiehuis vrouwen vermoordt. Zwetend en in paniek word ik dan wakker. Soms ben ik in de war – waar ben ik en wat is er gebeurd? Uren erna voel ik me nog steeds beroerd en ellendig.

„Overdag was ik al doodmoe, nu maakt dat eindeloze gedroom de moeheid alleen maar erger. Soms zie ik ertegen op om te gaan slapen. Ik heb geen invloed op wat ik ga dromen, dat maakt het eng om mijn ogen dicht te doen.

‘Ik heb geen invloed op wat ik ga dromen, dat maakt het eng om mijn ogen dicht te doen’

„Afgelopen zomer kreeg ik van iemand bij de crisisdienst een tip: schrijf elke avond drie dingen op die goed zijn gegaan die dag. Ik keek zo met een positiever gevoel terug op de dag en ging slapen met een andere mindset, met minder angst. Ik had de crisisdienst zelf gebeld, omdat ik zulke heftige paniekaanvallen had dat ik mezelf pijn deed. Dat was niet meer veilig. Ik wilde niet dood, maar ik wist ook niet meer hoe ik het leven vol kon houden. Even niks wilde ik, adempauze. Maar telkens als ik ging slapen kreeg ik die nachtmerries en rustte ik alsnog niet uit.

„Nu gaat het wisselend. Een periode van therapie in het traumacentrum heeft een positief effect gehad, maar ik ben nog niet waar ik moet zijn. Therapie heeft me wat meer lucht gegeven, ik heb inzichten gekregen in hoe ik omga met mijn emoties. Maar er moet nog worden gewerkt aan de trauma’s. Mijn hoofd is onrustig, dat kost veel energie en maakt het leven zwaar. Wel zijn de nachtmerries beduidend minder, therapie heeft daar goed bij geholpen.

„Laatst droomde ik, gelukkig was het geen nachtmerrie, dat ik zwanger was van Niels nadat hij was overleden. Dat is een droom van ons die nooit werkelijkheid gaat worden.”

‘De droom lijkt heel echt, daarom raak ik er zo van in paniek’

Mahmod Alkharat (27) vluchtte uit Syrië en woont nu in Groningen

„Tijdens de reis van Syrië naar Nederland had ik geen nachtmerries. Daar was ook geen tijd voor, ik heb tijdens de vlucht nauwelijks geslapen. De vreselijke dromen begonnen pas in Nijmegen, in noodopvang Heumensoord.

„Ik ben in Syrië en rijd in de auto of zit in een bus. Bij een controlepost word ik aangehouden. Een man in legeruniform met een kalasjnikov op z’n borst vraagt om mijn identiteitskaart. De ene keer heb ik hem wel bij me, de andere keer niet. Hoe dan ook kom ik in de problemen. Als ze mijn leeftijd zien, pakken ze me op en dwingen ze me het leger in te gaan. Als ik me niet kan identificeren, ga ik de gevangenis in.

„De droom lijkt heel echt, daarom raak ik er zo van in paniek. Ik voel dat ik vastzit in Syrië, dat ik mijn vriendin en kind nooit meer zal zien. Soms weet je als je droomt dat iets niet echt is, maar bij deze nachtmerrie voel ik dat niet. Ik ben superbang, boos en verdrietig. Om precies deze reden ben ik gevlucht en nu achtervolgt de angst in mijn slaap. Van dromen over een brand of auto-ongeluk, raak ik niet in paniek, maar dit is zó echt voor mij.

„In Syrië heb je dienstplicht, vanaf je achttiende moet je het leger in. Als je studeert mag je eerst je studie afmaken en word je daarna pas opgeroepen. Ik ben niet bang om gedood te worden, ik ben bang om te doden. Het kan zomaar een vriend of een bekende zijn. Het is in deze oorlog totaal onduidelijk tegen wie je precies vecht. Ik heb mijn studie afgerond en ben meteen vertrokken. Mijn broertje ook, hij woont nu in Duitsland. Ik kan nooit meer terug, want zeker tot je veertig of vijftig bent stopt de Syrische overheid je in het leger.

„Ik bel mijn ouders elke dag. Ze zijn blij dat ik hier veilig ben, maar het is ook pijnlijk. Mijn zoon is net één jaar geworden en die hebben ze nog nooit gezien.”

‘In mijn nachtmerries is het vaak gevaarlijk in mijn slaapkamer’

Brenda van Zanden (41) uit Haule

„Eerste Kerstdag was het een jaar geleden dat mijn dochter overleed. Isabel werd geboren met een zeldzame hersenafwijking en kon zich niet goed ontwikkelen. Ze is zes jaar geworden.

„Ik droom vaak dat ik niet weet waar ik ben. Soms zit ik in een ruimte of een abstracte vorm waar ik niet uit kan. In mijn nachtmerries is het ook vaak gevaarlijk in mijn slaapkamer, er liggen dan wilde dieren naast mijn bed. Ik loop rond maar herken mijn kamer niet meer en kan de deur niet vinden. Ik word bezweet wakker met een hoge hartslag en buiten adem. Ik moet dan echt bijkomen van wat er zogenaamd is gebeurd.

‘Ik heb me verdiept in de invloed van voeding en bewegen en nu slaap ik beter’

„De nachtmerries zijn een van mijn vele klachten. Ik had, niet alleen ’s nachts, een waslijst: duizelig, hoge hartslag, snelle ademhaling, ik voelde me overprikkeld, kwam moeilijk in slaap en werd vaak middenin de nacht wakker. Ik zag een verband met voeding en levensstijl: als ik veel suikers had gegeten of wijn had gedronken, dan kwamen de enge dromen.

„Ik ben me gaan verdiepen in de invloed van voeding en bewegen op mijn mentale gezondheid 7en nu slaap ik beter. Lekker taart eten doe ik niet meer.

„Ondanks alles wat er in mijn leven speelt, heb ik de drang om te léven – en wil ik een leuke tijd hebben. Isabel heeft veel meegemaakt in die zes korte jaren, maar kon wel altijd het licht zien. Daarom wil ik niet wegzakken in het donkere. Ik wil dat licht ook blijven zien.”

Tekst Carlijn Vis Foto’s Annabel Oosteweeghel Illustraties Frann de Bruin Techniek Ruud Puylaert