Wie tegen wie in de debatten? Rutte mikt op Wilders, Klaver hoopt op Rutte

Tweede-kamerverkiezingen Campagne voeren nu is lastig. Partijen willen de coronaregels niet overtreden. Maar gedragen ze zich té voorbeeldig, dan riskeren ze het mislopen van aandacht. En de tijdspanne, die is maar een paar weken.

D66-lijsttrekker Sigrid Kaag beantwoordt via Zoom vragen van burgers, donderdag. Naast haar moderator Frank Evenblij.
D66-lijsttrekker Sigrid Kaag beantwoordt via Zoom vragen van burgers, donderdag. Naast haar moderator Frank Evenblij. Foto Bart Maat/ANP

Toen zondag bleek dat CDA-lijsttrekker en minister van Financiën Wopke Hoekstra bij de talkshow Op1 via een videoverbinding zou meepraten over de mogelijkheid van een Elfstedentocht, werd de redactie van dat televisieprogramma meteen benaderd door het campagneteam van een van de andere coalitiepartijen. Wisten de redacteuren wel dat een van hun vrouwelijke ministers een fervent schaatsfan is? En kon zij niet óók inbellen om mee te praten? Bij Op1 hadden ze de minister in kwestie al maandenlang aan tafel geprobeerd te krijgen over inhoudelijke onderwerpen uit haar portefeuille – en dát was nooit gelukt.

Tv-optredens zijn voor politieke partijen altijd al belangrijk. Maar een maand voor de verkiezingen en in een tijd waarin politici door coronamaatregelen niet de straat op kunnen voor de campagne, zijn ze belangrijker dan ooit. Vanaf komende week begint het verkiezingsreces in Den Haag. Maar waarvan het de start precies is? Politieke partijen kunnen niet de campagne voeren die ze gewend zijn. Die begint zo’n zes weken voor de verkiezingen, met vrijwilligers op zo veel mogelijk markten en buurten, en bouwt zich op tot dag dat de stembussen opengaan, met flyerende lijsttrekkers door het hele land. Een politicus in contact met de gewone man, voor campagneteams is dat een belangrijk beeld. Dat is wat kiezers willen zien.

Maar nu, is de gedachte, willen kiezers dat juist níét zien. Want de boodschap is al elf maanden lang om afstand te houden en om het aantal contactmomenten te beperken. En, nog belangrijker: geen enkele partijleider wil te boek komen te staan als de vrouw of man die de coronamaatregelen overtrad. Campagneleiders vrezen allemaal voor ‘een Grapperhausje’: een foto waarop te zien is hoe een politicus de coronamaatregelen overtreedt, zoals tijdens het huwelijk van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), in de zomer van 2020.

Roomser dan de paus

„Wij moeten roomser dan de paus zijn”, zegt PvdA-voorzitter en campagneleider Nelleke Vedelaar. „We willen op geen enkele manier het beeld creëren dat we het niet goed doen. We verspreiden flyers nog wel in brievenbussen, maar niet meer op markten.”

Zo pakken de meeste partijen het aan: in kleine groepjes of in tweetallen de brievenbussen langs. De meeste partijen plaatsen QR-codes op de flyers die ze door de bussen gooien, die leiden naar de onlinecampagnes.

„Het gaat er niet alleen om of iets kan”, zegt CDA-campagneleider en staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Raymond Knops, „maar ook over de vraag: zijn kiezers er ontvankelijk voor? Zitten ze wel te wachten op iemand die op ze afstapt?” CDA-vrijwilligers die de straat op gaan, krijgen vanuit de partij het verzoek zich aan de RIVM-maatregelen te houden.

De SP, zegt Kamerlid en campagneleider Maarten Hijink, belt nog wel aan in buurten waar potentiële kiezers wonen. „Het vergt meer organisatie, we gaan met kleinere groepen de wijken in. En de regel is om na het aanbellen nóg verder dan anderhalve meter van de deur te gaan staan.”

Voor de SP is zichtbaarheid op straat essentieel. Zo mocht een aantal afdelingen in 2018 niet meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen omdat ze, vond het partijbestuur, te weinig actief waren geweest in de wijken.

Sophie Hermans, campagneleider en Kamerlid voor de VVD, heeft besloten om de komende weken bijna alleen online campagne te voeren. „Normaal zouden we dat nu ook op straat doen. We rekenen er niet meer op dat het nog kan.”

Knops omschrijft de campagne als „een soort wielerwedstrijd: je hebt de kopgroep, het peloton en dan zijn er de achterblijvers”. Tot die laatste groep wil niemand behoren. En dus letten partijen goed op elkaar: wie durft het meest?

Dat geldt ook voor het aanschuiven bij televisieprogramma’s. Want de straten zijn leeg, maar de talkshowtafels zitten vol met politici. Ook daar loeren partijen naar elkaar. Officieel zijn talkshowgasten van de avondklok vrijgesteld. Het komt voor dat redacteuren een telefoontje krijgen van een partij waarvan de lijsttrekker bij een concurrerend programma is uitgenodigd, met de vraag: komen andere lijsttrekkers op dezelfde avond bij jullie langs?

De VVD heeft besloten dat bewindspersonen en Kamerleden niet fysiek mogen aanschuiven na negen uur ’s avonds, alleen per videoverbinding. Andere partijen denken: de VVD kan het zich ook veroorloven. Met 41 tot 45 zetels in de Peilingwijzer, een gewogen gemiddelde van I&O Research, Ipsos en Kantar, laat de VVD de rest ver achter zich. En de lijsttrekker is ook premier, hij trekt miljoenen kijkers met de persconferenties over coronamaatregelen.

In november, toen premier Rutte in een interview in De Telegraaf aankondigde zich nog een keer verkiesbaar te stellen, kondigde hij aan in de rest van 2020 geen campagne te voeren. Dat zou vanwege corona „niet goed voelen”. Andere partijen voelden zich daardoor bezwaard om wél al vol in de campagnestand te staan. Deze maand maakte Rutte, met een videoverbinding vanuit zijn woonkamer, in talkshow Op1 bekend dat de campagne nu ook voor hem was begonnen.

Campagneteams calculeren in dat de campagne laat op gang komt. Het zwaartepunt zal volgens hen liggen bij de grote televisie- en radiodebatten die vanaf eind februari beginnen. „Bij eerdere verkiezingen begon een campagne soms al in het najaar. Nu wordt het een korte klap, kiezers zijn er nog niet echt mee bezig”, zegt campagneleider voor GroenLinks Wijnand Duyvendak.

En dus is het belangrijk tegenover wie lijsttrekkers komen te staan in de debatten. Net zoals de rest van de partijen hopen ze bij GroenLinks dat hun fractievoorzitter, Jesse Klaver, tegenover VVD-lijsttrekker Mark Rutte komt te staan. Duyvendak noemt het „spijtig als hij hem niet kan uitdagen”.

Een tweestrijd die hoog oploopt kan op het laatste moment kiezers verleiden om ‘strategisch’ te stemmen op een van die twee partijen, om te voorkomen dat de andere partij de grootste wordt. De organisatoren van de debatten merken aan de VVD dat Rutte zelf het liefst maar tegenover één man staat: PVV-leider Geert Wilders, nu tweede in de peilingen.

Lees ook: Met één zinnetje trok Rutte het belangrijkste campagnepodium weg onder CDA en D66

De komende weken, tot de debatten beginnen, houden campagneteams elkaar goed in de gaten, om te bepalen of anderen iets dichter tegen de randjes aan durven te kleuren. Zo wordt de campagne, waarin beeldvorming altijd al belangrijk is, er een waarin meer dan ooit de nadruk zal komen te liggen op het voorkomen van fouten. Iedereen wil zich voorbeeldig gedragen, maar de meeste partijen kunnen het zich niet veroorloven om dat als enige te doen.