Topsporters over de nasleep van een hersenschudding: de artsen hadden geen idee hoe erg het was

Hersenschade Sportbonden weten dat hersenschuddingen gevaarlijk zijn. In de Eredivisie mogen clubs nu extra wisselen bij een hoofdblessure. Toch hebben artsen vaak geen idee wat ze ermee aan moeten, vertellen zeven topsporters die een hersenschudding kregen. „Mijn leven was uitzichtloos”.

Voetbalster Fenna Maarse botste tijdens een kopduel hard met haar tegenstander.
Voetbalster Fenna Maarse botste tijdens een kopduel hard met haar tegenstander. Foto Dieuwertje Bravenboer

Die bal móét ik hebben, denkt Jos Frederiks, basketballer van EiffelTowers. Met zijn 1,92 meter is hij relatief klein voor een topbasketballer, maar door zijn speelstijl – vol energie – staat hij altijd in de basis. Frederiks is meerdere keren kampioen van Nederland geworden en speelt in het Nederlands team. Tijdens een bekerwedstrijd tegen Almere, rent hij op een bal af die richting de zijlijn stuitert. Frederiks springt, krijgt zijn hand achter de bal, valt. Daarna wordt het zwart.

„Het eerstvolgende moment dat ik me herinner is een time-out. Ik zat op de reservebank en stootte een teamgenoot aan om te vragen wat er aan de hand was”, vertelt Frederiks (44) over het incident, dat begin 2004 gebeurde. Zijn teamgenoot legt hem uit dat hij knock-out is gegaan toen hij met zijn hoofd op de vloer klapte. Dat hij probeerde op te staan – één, twee, drie keer – maar steeds wankelend neerviel. Dat zijn ploeggenoten hem hebben opgetild en op de bank gezet, waar hij weer bijkwam. Frederiks: „Toen vroeg ik: had ik de bal wel? Daar moesten mijn teamgenoten later nog om lachen.” Die wedstrijd speelt Frederiks niet meer. Niemand maakt zich dan nog zorgen.

Hersenschuddingen kunnen gevaarlijk zijn voor sporters. Daarover zijn sportbonden en artsen het eens. Er zijn gedetailleerde protocollen voor sportartsen, waarin staat welke tests ze bij een hoofdblessure moeten doen om te controleren of een speler door kan gaan. Bij wedstrijden in de National Football League (NFL) zitten onafhankelijke hersenartsen op de tribune. In de Eredivisie is het sinds deze week mogelijk om een extra speler te wisselen bij een hoofdblessure. De Nederlandse voetbalbond KNVB heeft ook een behandelcentrum voor sporters met een hersenschudding.

Toch kunnen sporters die een hersenschudding krijgen diep vallen, vertellen zeven voormalig (top)sporters die het meemaakten aan NRC. Uit hun verhalen blijkt dat artsen soms geen idee hebben hoe ze ermee om moeten gaan. Bovendien hebben ze grote druk ervaren om zo snel mogelijk weer te gaan spelen. Van coaches, teamartsen en ook van henzelf: niet spelen voelt in de topsport als opgeven.

Jan Vertonghen speelde door maar had na het duel met Ajax nog negen maanden last

Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt die ervaringen. Uit een onderzoek in het voetbal waaraan onder anderen de medische baas van de UEFA, Tim Meyer, en de clubarts van PSV, Wart van Zoest, meewerkten bleek vorig jaar dat zeker de helft van de spelers te snel weer terugkeert na een hersenschudding.

De sporters die NRC sprak liepen hun hersenschuddingen soms al jaren geleden op. Veel van hen hebben er nog steeds last van – de mentale problemen die ze erdoor kregen waren zo ernstig dat sommigen suïcidale gedachten ontwikkelden. Nog altijd zien de zeven sporters met enige regelmaat op televisie dat topsporters na een harde botsing weer het veld in worden gestuurd, ook al zijn ze buiten bewustzijn geweest of zichtbaar gedesoriënteerd.

Joey Didulica (44), oud-doelman van onder meer Ajax en AZ, keek met afgrijzen naar beelden van Jan Vertonghen die anderhalf jaar geleden korte tijd bewusteloos was in de Champions League-wedstrijd van zijn toenmalige club Tottenham Hotspur tegen Ajax. Vertonghen speelde nog een tijdje verder voordat hij zich liet wisselen. Kortgeleden bekende Vertonghen dat hij daarna nog negen maanden last had van hoofdpijn en gebrekkige concentratie. Al die tijd speelde hij door, hevig bekritiseerd door fans en zijn coach José Mourinho, die niet begrepen waarom hij zo slecht presteerde.

Didulica, die een aantal ernstige hersenschuddingen had: „Dat is zo pijnlijk om te zien als je dit zelf hebt doorgemaakt. We moeten altijd doorspelen en doorgaan, maar coaches en artsen weten nog steeds niet hoe ernstig een hersenschudding kan zijn. Spelers worden genegeerd als ze klachten hebben. We lijken wel holbewoners.”

Daarna wordt het zwart

Didulica kreeg in 2006 een keihard schot tegen zijn hoofd toen hij bij AZ speelde, in een wedstrijd tegen PSV. Hij was meer dan een uur bewusteloos. Bij Rianne Schorel (36), voetbalster van ADO Den Haag, werd in 2008 een ijskoude bal van dichtbij tegen haar hoofd geschoten. De fysiotherapeut vroeg of ze 1 bij 1 kon optellen. Toen ze het goede antwoord gaf, mocht ze doorspelen, al was het veld een golvende zee geworden. Fenna Maarse (22), die tot haar vijftiende alle Nederlandse jeugdselecties doorliep en voor een Amerikaanse universiteit ging voetballen, botste tijdens een kopduel in 2019 hard met haar tegenstander. Ze merkte diezelfde dag al dat ze geen licht en geluid meer kon verdragen. Eric Hipple (63), een voormalig American football-ster uit de NFL, raakte tijdens zijn carrière regelmatig bewusteloos en moest altijd doorspelen. Jon Jessey, een professioneel motorcoureur uit Amerika, crashte in 2013 tijdens de training, waarna hij werd overreden door zijn eigen motor. In het ziekenhuis bleef hij één woord steeds maar herhalen, voordat ze hem met een verband om het hoofd naar huis stuurden: ‘dankjewel, dankjewel, dankjewel.’

Lees ook: een interview met KNVB-bondsarts Edwin Goedhart over hersenschade in het voetbal

„Ik herkende mijn vrouw niet en wist niet meer dat ik een kind had. Elke dag werd het slechter”, vertelt doelman Joey Didulica. Drie dagen nadat hij bewusteloos is geraakt, staat hij weer op het veld. Hij kan zich niet concentreren, wil liever niet dat mensen tegen hem praten, zonlicht doet hem pijn. Maar hij speelt door. „De druk in de voetbalwereld is groot. Louis van Gaal, de trainer, had me naar AZ gehaald om het kampioenschap binnen te halen. De mentaliteit was: we moeten winnen, koste wat kost. Toen ik bewusteloos was geweest zei Van Gaal ook: volgende week ben je er weer. Je weet dat de fans er ook zo over denken. Mijn eigen mentaliteit was ook: alles geven, niet zeuren”, zegt Didulica.

„Van Gaal was trainer, natuurlijk wilde hij zijn speler terug, hij is ook geen arts. Maar de medische staf had beter moeten weten. Ik werd naar huis gestuurd, maar ze hadden me meteen naar het ziekenhuis moeten brengen. Zo’n hersenschudding kan heel gevaarlijk zijn. Ik had die nacht kunnen overlijden. Je vertrouwt op je medische staf, maar ze bleken niet de juiste expertise te hebben. Uiteindelijk ben ik zelf naar een neuroloog gegaan. Die man was AZ-fan. Hij had de wedstrijd gezien en zei: ik had je hier meteen verwacht, waarom ben je niet gekomen? Ik moest daarna rust nemen, maar ben toch doorgegaan. Trainen, de gym in. De teamartsen zeiden ook steeds: probeer het weer, probeer te spelen. Van Gaal zei na een paar maanden: moet ik een nieuwe keeper halen? Daarom bleef ik doorgaan, ook al moest ik overgeven na driehonderd meter rennen. Ik heb in die periode mijn hele systeem geruïneerd.”

Didulica wilde zelf zó graag. Dat is topsport. In principe is het geen gezonde omgeving voor het menselijk lichaam

Louis van Gaal trainer

Van Gaal zegt in een reactie tegen NRC dat hij „uit belangstelling en betrokkenheid” informeerde naar Didulica, maar ook dat hij zich nooit met medische beslissingen heeft bemoeid. „Ik ben altijd op de dokter af gegaan, dat is de expert”, zegt Van Gaal. De trainer heeft destijds twee nieuwe keepers aangetrokken (eerst Ronald Waterreus, daarna Sergio Romero) om de druk op de revalidatie van Didulica te verlichten. Van Gaal: „Ik kan me voorstellen dat Joey dat juist heeft ervaren als een prikkel om te zorgen dat hij zo snel mogelijk terug moest komen, om voor zijn plek te vechten. Hij wilde zelf zó graag. Dat is topsport. In principe is het geen gezonde omgeving voor het menselijk lichaam.”

Rianne Schorel staat weer op het trainingsveld, een dag na de wedstrijd waarin ze knock-out ging. Het team gaat afwerken op goal. Schorel, een spits, hoort de ballen langs haar hoofd suizen. Ze krimpt ineen, „als een kind dat bang is voor de bal”, vertelt ze. Sarina Wiegman, de huidige bondscoach van de Oranjevrouwen, is haar trainer bij ADO Den Haag. Schorel wordt de volgende wedstrijd weer opgesteld. Wiegman zegt in een reactie tegen NRC dat toen nog niet duidelijk was dat het om een hersenschudding ging: „Iedereen die ooit met mij heeft gewerkt weet dat ik nooit een speelster zou opstellen waarvan bekend zou zijn dat ze een hersenschudding heeft.”

Protocol voor artsen

Rianne Schorel: „Tijdens die wedstrijd gingen alle geluiden en bewegingen om me heen te snel om bij te houden. Uiteindelijk heb ik tegen de trainer gezegd: het gaat niet goed. Toen mocht ik naar huis. Achteraf had ik in die periode geen stap meer op het veld moeten zetten. Het gekke is dat er toen ook al een protocol was voor artsen, waarin staat dat spelers rust moeten nemen na een hersenschudding. Maar ja, rustig aan doen bestaat niet in de topsport. Je bent zo goed als je laatste wedstrijd.”

Twee dagen nadat hij bewusteloos raakte, reist basketballer Jos Frederiks met zijn ploeg naar Madrid voor een Europese wedstrijd. Als hij zijn hoofd draait, komen de beelden voor zijn gevoel later binnen. Frederiks vraagt aan de teamdokter wat er met hem aan de hand is. Kan hij wel mee naar Madrid? De arts stelt hem gerust: niets aan de hand. Frederiks: „We zaten in de flow van spelen, spelen, spelen. Binnen een topploeg is er ook altijd concurrentie. Als een arts dan zegt dat het goed komt, dan wil je dat geloven.”

Basketballer Jos Frederiks: „Als een arts dan zegt dat het goed komt, dan wil je dat geloven.” Foto Dieuwertje Bravenboer

In Madrid, de ochtend voor de wedstrijd, is er een tactische training. Frederiks weet normaal gesproken alles over een tegenstander. Hij kent de looplijnen van alle spelers uit zijn hoofd. De trainer vraagt hem er ook naar. Ineens weet Frederiks niets meer. Het lijkt alsof hij zich niet goed heeft voorbereid. De trainer wordt boos: ‘Waar ben je met je hoofd? We moeten een belangrijke wedstrijd spelen!’ Opnieuw vraagt Frederiks aan de teamdokter of hij kan spelen – hij voelt zich écht niet goed. Neem maar een paracetamol, is het antwoord.

Hij speelt een paar minuten, dan is hij uitgeput. Terug in Nederland traint de ploeg nog drie dagen „kneiterhard”. Frederiks weet nauwelijks waar hij is, maar hij wil – móét – van zichzelf blijven doorgaan. Als hij niet meer op zijn benen kan staan, zegt hij tegen de medische begeleiding: „Ik kán niet meer. Het is alsof ik een heel krat bier heb leeggedronken.” Ze sturen hem naar huis. Daar, zegt Frederiks, „ging het licht uit.”

NRC doet al langere tijd onderzoek naar hersenschade in de sport en de rol van sportbonden. Lees hier ons dossier.

Rianne Schorel woont in een appartement in Zoetermeer, de zomer na haar hersenschudding. Ze is al maanden niet op haar werk, bij het clubtelevisiekanaal van ADO Den Haag, geweest. „Het was zomerstop, ik zat daar maar binnen en kon geen prikkels verdragen. Ik wist dat ik nooit meer zou moeten voetballen als ik ooit nog mezelf wilde worden.”

Ze belt met Sarina Wiegman, haar coach, en zegt dat ze ermee stopt. Wiegman wil weten of het echt niet gaat, of er niets meer mogelijk is. Schorel is onverbiddelijk. Schrijf maar een persbericht, zegt ze, dan is het definitief. „Ik was midden twintig. Op dat moment gaf ik alles op waar ik mijn hele leven naartoe had gewerkt. Maar het ging zo slecht dat ik niets anders kon besluiten”, zegt Schorel nu.

Ze verhuist naar een dorp in Gelderland. Vierhonderd inwoners, een kleine supermarkt en een bakker. Haar huisje grenst aan de weilanden. Rust, dat is het enige wat ze wil. De ene dag kan ze een wandelingetje maken in de buurt, de volgende dag alleen maar in bed liggen. Ze neemt haar telefoon niet meer op, beantwoordt geen berichtjes van vrienden en familie. Schorel: „Later heeft mijn moeder gezegd dat ze me niet meer herkende. Ik dacht dat ik gek was. Niemand kon me vertellen wat er met me aan de hand was. Ik had geen uitkering, financieel was het lastig en mijn wereld werd kleiner en kleiner.”

Voetbalster Rianne Schorel: „Ik wist: ik zou nooit meer moeten voetballen als ik nog mezelf wilde worden.” Foto Dieuwertje Bravenboer

„Ik verloor de controle over mijn brein. Mijn leven was uitzichtloos. Als Nanja, mijn tweelingzus, op bezoek kwam praatte ze tegen me, maar wat ze zei drong niet tot me door. Niemand kon me meer bereiken. Er is een moment geweest dat ik geen uitweg meer zag, dat ik niet meer wilde leven. Ik ben opgevoed met God. Toen heb ik tegen Hem gezegd: als u echt bestaat, dan is dit het moment om in te grijpen.”

Jon Jessey combineert zijn motorsportcarrière met een eigen ingenieursbureau. Het is een succesvol bedrijf, met wereldwijde klanten, zoals de Amerikaanse supermarktketen Walmart en het Scandinavische meubelbedrijf IKEA. In zijn vrije tijd rijdt hij avontuurlijke motorraces, zoals de Baja 1000 – een equivalent van de Dakar Rally in Mexico. Jessey wordt gesponsord door Honda. Racen heeft hij op relatief late leeftijd ontdekt, maar hij heeft veel talent en rijdt op topniveau. Hij verdient veel geld, gaat naar de beste restaurants, maakt extravagante reizen.

Gordijnen dicht

Zijn vrienden en collega’s begrijpen hem niet, na de crash. Hij kan ze nauwelijks uitleggen hoe hij zich voelt. De ene dag gaat het redelijk. Dan komt hij naar kantoor, geeft opdrachten en neemt beslissingen. Het kan zomaar gebeuren dat hij er daarna dagenlang niet is. Dan ligt Jessey in bed, neemt hij zijn telefoon niet op, houdt hij de gordijnen dicht. Als iemand bij hem op bezoek komt, is hij dat soms een dag later alweer vergeten.

„Ik vergat e-mails, telefoontjes, bijeenkomsten. Soms zat ik twintig minuten achter mijn bureau en staarde ik voor me uit, omdat ik niet meer wist wat ik wilde gaan doen. Ik begon een rotzooi te maken van de rekeningen die betaald moesten worden. Ik was altijd een individualistische leider geweest in het bedrijf, maar mijn beslissingen sloegen nergens meer op. Mensen die voor me werkten deden hun best, ze probeerden in te spelen op mijn buien en steeds wisselende wensen. Als klanten boos opbelden om te vragen waar ik was, wisten ze dat vaak niet. Mijn bedrijf is eraan ten onder gegaan. Ik heb het geruïneerd”, vertelt Jessey vanuit de Verenigde Staten.

Aan de buitenwereld liet hij het niet zien, maar de onzekerheid vrat aan hem. Geen arts die hem kon vertellen wat er precies gebeurde in zijn hoofd. Hij was altijd bang. Geluiden kwamen allemaal op hetzelfde volume binnen: of er nu een auto verderop in de straat stopte, een deur dichtsloeg of iemand tegen hem praatte. Jessey: „De wereld voelde heel bedreigend. Mijn vlucht- of vechtreflex stond altijd aan. Het was ontzettend eng.”

De wereld voelde heel bedreigend. Mijn vlucht- of vechtreflex stond altijd aan. Het was ontzettend eng

Jon Jessey motorcoureur

Van de ene op de andere dag verliest hij alles, zegt Jessey. „Ik moest rouwen om het verlies van het motorrijden – dat was wat ik het liefste deed. Ondertussen verloor ik mijn bedrijf en mijn sociale leven. Het begrip van vrienden duurt niet eeuwig. Mijn vrienden vonden me nog wel aardig, maar je verliest het contact als je niet dezelfde restaurants kunt betalen, nooit meer mee kan op reis.”

Fenna Maarse kan het niet aanzien dat haar teamgenoten – met wie ze een huis deelt – elke ochtend naar voetbaltraining gaan en dan lachend, sporttassen over de schouder, weer thuiskomen. Ze kan eigenlijk niets anders dan in bed blijven liggen, maar besluit om elke ochtend op te staan en mee naar de training te gaan. Daar zit ze dan, anderhalf jaar lang, op een bankje naast het veld. „Ik wilde niet afgezonderd worden. Ik wilde leven, maar dat kon bijna niet. Soms loog ik tegen mensen dat het wel weer oké ging, terwijl ik zelf wel beter wist. Van binnen was ik nog steeds die sportieve vrouw, maar elke activiteit was te veel voor me.”

Nadine van de Scheur, voormalig BMX’er die in de top-20 van Europa reed, neemt meteen nadat ze in 2016 een ernstige hersenschudding krijgt een drastisch besluit. Ze verkoopt al haar fietsspullen. Fietscross is een gevaarlijke sport. Coureurs vallen vaak – dat kan hard gaan – en hersenschuddingen komen veel voor. Van de Scheur was daar altijd op bedacht, als ze sprong. Het gebeurde uiteindelijk ook. Niet op de fiets, maar bij een auto-ongeluk. Als ze een dag daarna haar helm opzet voor een wedstrijd, voelt het alsof ze in een ander lichaam zit. Ze voelt ieder hobbeltje. De tenten langs het parcours lijken te zweven. Ze besluit niet te rijden en beseft al snel dat haar sportcarrière voorbij is.

BMX’ster Nadine van de Scheur: „Ik wilde er toen niet over praten en ik heb geprobeerd om alles weg te stoppen.” Foto Dieuwertje Bravenboer

Van de Scheur gaat nooit meer naar de fietsvereniging. „Ik ben altijd onzeker geweest, behalve in dat crosspak. Ik hield daar echt van, het gaf me het gevoel dat ik mezelf kon zijn. Maar ik dacht ook: ik moet hier niet in blijven hangen.”

Twee jaar lang komt ze bijna niet buiten. Ze heeft altijd hoofdpijn en nauwelijks energie. Als ze de tafel heeft gedekt, moet ze daarna op zolder zitten met haar vingers over haar oren – het geluid heeft te veel pijn gedaan. Artsen weten niet wat ze met haar aan moeten. Als ze besluit om een paar uur in de week te gaan werken, als activiteitenbegeleider, kan ze dat helemaal niet aan. „Ik wilde er toen niet over praten en ik heb geprobeerd om alles weg te stoppen. Pas veel later is het verdriet er uit gekomen.”

Boodschappen doen. Dat was het enige uitje voor basketballer Jos Frederiks na zijn hersenschudding. In de winkel was hij meestal meteen vergeten wat hij wilde kopen. Zijn moeder kwam regelmatig langs, maar Frederiks moest haar meestal na tien minuten alweer wegsturen. Te vermoeiend. „In het begin hoopte ik nog te herstellen. Voor de volgende wedstrijd, voor de playoffs. Maar toen het maanden voortsleepte kon basketbal me niets meer schelen. Ik hoopte alleen nog maar op een normaal leven. Veel vertrouwen had ik er niet in. Het plan van aanpak van de teamartsen was: rust maar uit en we horen het wel als je weer beter bent. Dat moment gaat nooit komen, dacht ik.”

Opluchting

Het moment kwam wel. Frederiks komt in contact met neuropsycholoog Erik Matser, die zich heeft gespecialiseerd in hersenletsel bij sporters. „Hij zei tegen me: doe wat ik zeg en dat komt het goed. Je hebt een verwaarloosde hersenschudding. Dit is te behandelen”, vertelt Frederiks. „Dat was zo’n ongelofelijke opluchting. Eindelijk, een uitweg.”

De revalidatie duurt lang. In het begin moet Frederiks tien minuutjes op een loopband wandelen – „als een oude man” – en vervolgens midden op de dag gaan slapen. Heel langzaam wordt dat opgebouwd. Soms heeft hij een terugslag. Dan ligt hij weer de hele dag in bed met knallende koppijn. Maar het gaat vooruit, beetje bij beetje. Twee jaar na zijn hersenschudding staat Jos Frederiks weer op het basketbalveld. Hij speelt de play-offs met EiffelTowers. Ze worden kampioen van Nederland. „Toen ik met die prijs in mijn handen stond overviel het me ineens. Ik had tranen in mijn ogen. Eindelijk. Ik ben er weer.”

Rianne Schorel komt bij een behandelkliniek in de Verenigde Staten terecht – ze heeft negen jaar gezocht naar antwoorden en begeleiding voor haar herstel. Ze herstelt en heeft een eigen trainingscentrum in Zeist voor mensen met een hersenschudding en andere vormen van problemen met het brein. Zorgverzekeraars vergoeden haar aanpak niet, maar voor veel mensen is haar kliniek de enige oplossing. Jon Jessey, Fenna Maarse en Nadine van de Scheur vinden er ook hun weg. Ze zijn nog niet volledig hersteld, maar durven weer voorzichtig plannen te maken voor de toekomst.

Jon Jessey wil een Phd-studie gaan doen naar het effect van hersenschuddingen. Nadine van de Scheur hoopt haar vrachtwagenrijbewijs te halen. Fenna Maarse wil een masterstudie in de psychologie gaan doen. Jos Frederiks heeft nu een eigen bedrijf. Het lukt hem weer om lange videogesprekken te voeren zonder afgeleid te raken. Soms komt „het monster” nog terug. Als hij te veel gewerkt heeft, te weinig gerust. „Ik ben blij dat ik toen ene arts heb gevonden die me kon helpen, maar het blijft een zwakke plek”, zegt hij.

Uiteindelijk ontdekken artsen bij Eric Hipple dat de tientallen hersenschuddingen zijn brein blijvend hebben aangetast

De auto rijdt 120 kilometer per uur. De vrouw van Eric Hipple, ex-speler van de Detroit Lions in de NFL, zit achter het stuur. Ze zijn onderweg naar het vliegveld. Hipple is 1,88 meter lang, breedgeschouderd, sterk. Hij zit ineengedoken op de passagiersstoel. Het gaat slecht met Hipple, al heel lang. Hij heeft een sterke aanleg voor depressiviteit. Artsen zouden later zijn hersenen onderzoeken en concluderen dat de vele hersenschuddingen tijdens zijn sportcarrière het probleem veel erger hebben gemaakt. Hipple denkt daar niet aan, als de auto over de snelweg raast. Hij is bang en wil dat het zware gevoel uit zijn hoofd en lijf verdwijnt.

In een impuls pakt hij een papiertje en schrijft er op het dashboard een woord op. Hij geeft het aan zijn vrouw. Ze kijkt met een schuin oog, leest ‘sorry’. Dan doet Eric Hipple zijn gordel los en de deur van de auto open. Hij springt.

Er zijn sporters die weer helemaal de oude worden, na hun hersenblessures. Of het blijft ‘gewoon’ een zwakke plek, zoals bij basketballer Jos Frederiks. Maar als de beschadiging ernstig is, kan het minder goed aflopen.

Drank en drugs

Eric Hipple overleeft de sprong uit de auto. Het is alweer achttien jaar geleden. Het leven heeft hem niet gespaard. Zijn zoon overlijdt drie jaar nadat hij uit de auto springt. Hipple gaat daarna drank en drugs gebruiken, komt in de gevangenis voor het rijden onder invloed. De depressies blijven komen.

Uiteindelijk, vertelt Hipple, ontdekken artsen dat de tientallen hersenschuddingen tijdens zijn carrière zijn brein blijvend hebben aangetast. Dat inzicht helpt hem – hij kan zijn depressieve gevoelens er gedeeltelijk door verklaren en kan gerichte hersenrevalidatie volgen. Dat geeft rust en een aangenamer leven, al zal hij er altijd last blijven houden. Hipple geeft nu lezingen over het risico van hersenschade in de sport.

Joey Didulica heeft na zijn hersenschudding in 2006 nog vijf seizoenen onder contract gestaan bij AZ. Toen hij weer een basisplek leek te veroveren kreeg hij, in 2009, een knietje op zijn hoofd in een wedstrijd tegen Ajax. Opnieuw een hersenschudding – hij kwam nooit meer op zijn oude niveau. Nu werkt hij voor de Australische spelersvakbond en is hij jeugdtrainer.

Didulica heeft nog elke dag hoofdpijn. Na acht uur ’s avonds moet hij uitgeput gaan slapen

Didulica heeft nog elke dag hoofdpijn. Na acht uur ’s avonds moet hij uitgeput gaan slapen. Hij is ook gedesillusioneerd door de vele verkeerde medische adviezen die hij kreeg. Een gerenommeerde Australische hersenexpert die adviseur is van meerdere sportbonden, waaronder de FIFA – Paul McCrory – stuurde hem weg met de mededeling dat hij gewoon wat nekpijn had. „Dat was echt bizar, want het is duidelijk dat ik cognitief niet functioneer zoals vroeger. Hij is één van de leidende hoogleraren in de wereld, sportbonden vragen hem om advies over hersenletsel. Dat geeft geen vertrouwen in de manier waarop de sport hiermee omgaat.” McCrory reageerde niet op een verzoek om een reactie.

Revalidatie, bij een andere arts, heeft Didulica geholpen. Hij werkt weer, maar naar buiten gaat hij alleen met zonnebril tegen het licht.

Dan zijn er nog de vragen die hem kwellen. Over zijn toekomst. Didulica weet dat in de hersenen van honderden overleden ex-sporters de progressieve hersenziekte CTE is gevonden. Een bekende oorzaak daarvan zijn herhaalde klappen tegen het hoofd. Mensen die het hebben kunnen ernstige persoonlijkheidsstoornissen krijgen, stemmingswisselingen en uiteindelijk op jonge leeftijd dementie.

Lees ook: een NRC-onderzoek naar de manier waarop sportbonden hersenziekte door sport negeren

„Ik ben heel bang om dement te worden”, vertelt Didulica. Hij laat een scan van zijn hersenen zien en wijst op zwarte plekken – „daar zijn mijn hersenen aangetast, die delen van mijn brein zijn dood”.

Toch kan Joey Didulica nog met plezier terugkijken op zijn voetballoopbaan. „Ik heb een fantastische carrière gehad, in de Champions League gespeeld. Je hebt zóveel geluk als je dat mag meemaken. Eigenlijk is het heel simpel: als ik de komende jaren niet nog ernstiger ziek word, dan is dit het allemaal waard geweest.”

Reacties: sport@nrc.nl