Oudste Nederlandse melk ontdekt: 6.100 jaar oud

Archeologie In de Alblasserwaard kookte iemand rond 4100 voor Christus melk in een pot, blijkt uit resten op scherven van aardewerk. Het is het oudste bewijs voor zuivelgebruik in Nederland.

Grote aardewerken pot uit de Swifterbantcultuur, van de vindplaats De Bruin bij Hardinxveld-Giessendam
Grote aardewerken pot uit de Swifterbantcultuur, van de vindplaats De Bruin bij Hardinxveld-Giessendam Rijksmuseum van Oudheden/Archol BV.

Op een rivierduin bij wat nu Brandwijk in Zuid-Holland heet, heeft iemand rond 4100 voor Christus in een potje melk gekookt. De resten ervan vormen de oudste melk van Nederland, zo concluderen onderzoekers van het Groninger Instituut voor Archeologie in het Journal of Archaeological Science: Reports.

De nu gevonden oudste melk van Nederland stamt uit een van de spannendste periodes in de prehistorie want precies dan vindt in dit Rijn-Maasgebied de overgang plaats van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt, zo tussen 5000 en 4000 voor Christus De gevonden melk is een symbool voor de grote veranderingen in het voedselpatroon die toen plaatsvonden. Archeologen noemen deze cultuur de Swifterbantcultuur.

Het onderzoeksteam, bestaande uit onderzoekers uit Groningen en van de University of York, onderzocht 49 aardewerkfragmenten afkomstig van vier in de vorige eeuw opgegraven vindplaatsen in de buurt van Hardinxveld-Giessendam op voedselresten. Hiervoor werden de in en op het aardewerk aanwezige lipiden (vetten en vetachtige stoffen) met methanol geëxtraheerd en daarna nader geanalyseerd. De Groningse onderzoekers wilden overigens niet met NRC over hun onderzoek praten, vanwege afspraken met een ander medium.

Potten met vis

Opvallend is dat terwijl aan vorm en versiering van het eenvoudige grove aardewerk geen grote veranderingen zijn af te lezen, er juist uit het lipide-onderzoek blijkt dat er wel degelijk grote veranderingen in levensstijl waren. Rond 5.000 voor Christus zijn de bewoners nog echte jagersverzamelaars en worden er in de potten alleen vissen bereid. Vier eeuwen later stonden ook herkauwers op het menu. Dat kunnen in principe zowel runderen als herten zijn geweest, schrijven de onderzoekers in hun gepubliceerde artikel. Maar het grote aantal runderbotten dat op de vier vindplaatsen is opgegraven wijst er op dat rond 4600 voor Christus de bewoners van de rivierduinen echt aan veeteelt gingen doen. Dat blijkt ook uit de (overigens geringe) aanwezigheid van botten van geiten. „Aangezien schapen en geiten niet inheems in Europa zijn, is het zeker dat deze dieren zijn ingevoerd uit regio’s ten zuiden of oosten waar het bestaan van veeteelt in die periode al is vastgesteld”, aldus de onderzoekers in hun artikel. Graanbouw volgde driehonderd jaar later en daarna belandden er geen herkauwers meer in de kookpotten. Hun plek op het menu werd ingenomen door gedomesticeerde varkens.

Scherf BR08 bevatte vermoedelijk sporen van zuivel. De hals is versierd met afdrukken van vogelbotten. Beeld Journal of Archeological Science: Reports

Zuivelsporen

Op een aardewerkfragment van de vindplaats Brandwijk ontdekten de onderzoekers nóg iets: de onmiskenbare sporen van zuivel. Bij een ander fragment, van de vindplaats De Bruin bij Hardinxveld-Giessendam, zijn er alleen vermoedelijke melkresten aangetroffen. Die zouden zelfs nog eens twee- tot vierhonderd jaar ouder zijn. Opvallend is dat de onderzoekers vorig jaar in een ander wetenschappelijk artikel in Archaeological and Anthropological Science concludeerden dat in en op het aardewerk van Swifterbant zelf, de vindplaats in de Flevopolder waaraan de cultuur zijn naam te danken heeft, juist geen zuivelresten zijn ontdekt. Tussen 4300 en 4100 voor Christus kookten ze daar nog steeds uitsluitend vissen en in allerlei soorten potten.

Ook op de vier Zuid-Hollandse vindplaatsen bleef vis het belangrijkste dierlijke eten. Maar bij Brandwijk en De Bruin is de melk wel in een pot gekookt die afwijkt van de potten waarin het andere eten was bereid. Het gaat om een kolfvormige pot met een relatief kleine diameter en de indrukken van vogelbotten als versiering. Zo’n versiering komt op geen enkel ander type Swifterbant-aardewerk voor, melden de onderzoekers in hun artikel. Maar het aardewerk dat in dezelfde tijd mensen van de Trechterbekercultuur bij de vindplaats Neustadt in Sleeswijk-Holstein voor zuivel gebruikten was ook kolfvormig. Het is daarom volgens de onderzoekers de moeite waard om elders ook kolfvormig Swifterbantaardewerk nog eens nader te onderzoeken.

„Dit soort onderzoek laat zien wat de mensen echt in hun mond stopten”, reageert Luc Amkreutz, conservator prehistorie van het Rijksmuseum van Oudheden, dat ook enkele scherven voor het onderzoek ter beschikking had gesteld. „Vroeger werden conclusies getrokken op basis van de aanwezige dierenbotten, maar wist je niet zeker of die dieren ook in een pot beland waren.”

Tegelijkertijd vraagt hij zich af in hoeverre het melkgebruik al duidelijkheid geeft over het begin van de neolithisering. „Ben je al boer als je een keer melk drinkt en twee koeien hebt? Mij valt vooral de duizendjarige continuïteit op in vis als belangrijkste voedselbron. De Nederlandse delta wijkt af van de rest van Europa doordat mensen hier minstens duizend jaar langer hebben vastgehouden aan een leven van hoofdzakelijk jagen en verzamelen.”

Lees over de komst van de landbouw naar Nederland en de bijzondere positie van de Swifterbantcultuur: Wie waren de eerste bewoners van Nederland?