Recensie

Recensie Boeken

‘Welke galante man wil 4 maal per week mijn groote bloemtuin begieten?’

Interbellum In deze soms wilde periode brak ook pornografie door. Handelaren in die ‘pikanterietjes’, ontkwamen niet aan arrestatie.

Als onder geschiedenisboeken zoiets als clickbait zou bestaan, zou De zedeloze jaren dertig van Bert Sliggers, over de handel in pornografie in het Interbellum, hoge punten scoren. ‘Sex sells’, maar ook uit pure historische interesse is het onderwerp fascinerend genoeg: de beleving van seksualiteit in het Interbellum biedt talloze interessante invalshoeken. Want terwijl in die periode van verzuiling de kerkelijke (en trouwens ook socialistische en communistische) zedenpredikers uit alle macht hun invloed probeerden vast te houden, brak de vrijgevochten moderne cultuur voorzichtig in Nederland door; niet alleen in pornografie, maar ook in film, jazz- en andere dansmuziek, avantgardistische kunst en literatuur. Genoeg stof voor een fascinerende inkijk in het dagelijks leven van die tijd.

Toch is De zedeloze jaren dertig een van de saaiste boeken die ik in tijden heb gelezen. En dat terwijl de schrijver ook nog twee hoofdpersonages gebruikt om een wat persoonlijker verhaallijn in het geheel aan te brengen: twee broers, André en Henri Taurel, beide boekhandelaren die telkens opnieuw werden gearresteerd vanwege grote hoeveelheden pornografische foto’s en lectuur die in hun winkels werden aangetroffen.

Het boek begint met hun familiegeschiedenis, maar Sliggers raakt al snel de draad kwijt in oeverloze opsommingen van namen, titels, uitgeverijen en tijdschriften, om pas in de laatste hoofdstukken de draad van de Taurels weer op te pakken.

Lief marmotje

Nu is er zelfs in een boek waarin meer boektitels dan mensen voorkomen altijd nog wel iets amusants te vinden: titels als De verliefde Winkeljuffers, Het lila hemdje van Linette, Wellustige intriganten, Die Strenge Gouvernante en Onder den ban van den roede. Of tijdschrift-advertenties vol oubollige eufemismen, alsof je naar Max Tailleurs pikanterietjes zit te luisteren: ‘welke galante man wil 4 maal per week mijn groote bloemtuin begieten?’ of: ‘wie wil een lief marmotje zien?’

Maar doordat het allemaal zonder onderscheid wordt opgesomd, voelt het lezen van De zedeloze jaren dertig aan als het doorwerken van een ongeordende archiefkast: moeilijk om doorheen komen, met af en toe een aardige anekdote: zo profileerde literair criticus Henri Borel zich in het openbaar als fatsoensridder. Hij beklaagde zich bijvoorbeeld over jazzmuziek die volgens hem afstamde van ‘tot erotische waanzin opwindende barbaarsche negerstammen’. Maar ondertussen schreef hij zelf onder pseudoniem erotische boekjes en korte verhalen en verlustigde hij zich in zijn dagboek op jonge, maagdelijke meisjes: ‘Tenger, fijn weinig haar op onderbuik en onder de oksels’.

Het gebrek aan onderscheid en duiding in dit boek leidt soms ook tot ronduit pijnlijke passages: na weer een waslijst pikanterietjes noemt Sliggers ineens, haast tussen neus en lippen door, dat er kinderporno in de boekhandel van Henri Taurel was aangetroffen: ‘248 aanstootgevende foto’s vol mannen, vrouwen en kinderen in pikante poses.’ Om vervolgens verder te gaan met deze niets-aan-de-hand-zin: ‘Ook lag er een stereokijker waarmee naaktstudies en “Parijse kaarten” konden worden bekeken.’

Dat Sliggers niet boven zijn bronmateriaal staat, wekt zodoende allerlei vragen op: maakten de overheid en de zedencommissies van die tijd ook zo weinig onderscheid tussen kinderporno en onschuldige erotische toespelingen? Werkte het algehele taboe op seksualiteit misschien dit soort vertroebeling in de hand? Zorgde die besmuikte omgang met seksualiteit niet eerder voor méér perversiteiten in plaats van minder?

Sliggers heeft meer dan genoeg interessant bronmateriaal gevonden, maar het verdient meer duiding dan het in dit boek krijgt.