Opinie

Meteen verliefd

Super Crepe, mijn favoriete etablissement, gaat dicht. Waar moet ik nu heen voor mijn dumplings, noodles en jianbing (een Chinese crepe, de huisspecialiteit)? Het was liefde op het eerste gezicht na mijn eerste hap in zo’n knapperige, kruidige, perfecte pannenkoek. Een ander belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht van Super Crepe is eigenaresse Tingjun. Dat is het liefste, meest enthousiaste, aardigste meisje ter wereld. Ik vergelijk haar weleens met een levende Pokémon, omdat haar kreten van verrukking als ik binnenkom, me doen denken aan de kleine, gele Pikachu.

Het Nederlands van Tingjun is niet geweldig, dus gesprekken zijn een beetje behelpen. Dat hindert niks, behalve dat ik niet helemaal begrijp waarom ze dicht moet. De korte versie – als ik me niet vergis – is dat haar nieuwe huurbaas (die het pand heeft gekocht van de gemeente) wil dat ze een cadeauwinkel begint. Het is een vreemd en onbegrijpelijk verhaal en pogingen om meer te weten te komen, dan wel te helpen, leiden tot niets.

Het was liefde op het eerste gezicht na eerste hap in zo’n kruidige, perfecte pannenkoek

Ze mag dan klein en schattig zijn, Tingjun is een zelfstandige jongedame die tips dankbaar aanvaardt en stoïcijns negeert. Zo bleef de zaak na de eerste lockdown nagenoeg leeg, omdat haar veelal Chinese klandizie zeer voorzichtig van aard is en zich niet voor een frivoliteit als een jianbing de deur uit waagt. Mijn hart brak toen ik de anders tot de nok toe gevulde zaak dag in dag leeg zag. Dus bood ik aan het eten te bezorgen, want daar zat vast wel een leuk essay in en het houd je van de straat. Ze legde het aanbod lachend naast zich neer. Hetzelfde geldt voor voorzichtige suggesties om meer op te vallen.

Het piepkleine tentje op de West-Kruiskade is namelijk nagenoeg onvindbaar. Wie niet over de onopvallende zwarte banner boven de deur heen kijkt (Super Crepe, Rock your Roll), zou bij het zien van de gesloten deur en schaarse verlichting, kunnen concluderen dat de zaak dicht is. Ze doet niet aan sociale media, noch aan schreeuwerige neonreclame. Als ze een nieuwe zaak opent, is er een gerede kans dat ik hem nooit meer kan vinden.

Het is alles bij elkaar genomen geen succesverhaal. Tot overmaat van ramp heeft ze ook nog de gewoonte om bij goed nieuws („ik ben jarig”, „ik ben zwanger”) de rekening te verscheuren. Bij dat laatste nieuwtje begon ze op en neer te springen, onverstaanbare kreten slakend. Op de koop toe kreeg ik ook nog een knuffelgeit. Wie denkt dat ik me deze disproportionele uitingen van gulheid laat welbekomen, vergist zich. Ik protesteer hard, veelvuldig en tevergeefs. Ter illustratie: de enige manier om fooi te geven, is oftewel ongemerkt, of door het neer te smijten op de toonbank en daarna keihard weg te rennen. In dat laatste geval is de kans groot dat Tingjun achter je aan komt rennen, tot ver de West-Kruiskade op, haar zaak onbemand achterlatend.

U begrijpt mijn wanhoop, dat deze bron van troostrijk, zalig voedsel en dit warme bad van gastvrijheid en onvervalste liefde mij zeer zwaar valt. Ik zou een oproep kunnen doen voor hulp, in welke vorm dan ook, maar die accepteert Tingjun toch niet. Niettemin, een crepe eten kan natuurlijk altijd. Nu het nog kan.

Tara Lewis is journalist. Zij schrijft de komende periode een wisselcolumn met Mirjam de Winter.