Recensie

Recensie Theater

In ‘Niemand anders’ biedt Micha Wertheim troost in conceptuele verpakking

Cabaret 'Niemand anders' wordt vertoond als livestream vanuit een lege zaal, maar is verder in alle opzichten vintage Micha Wertheim: cabaret als een cerebrale kunstvorm, waarbij niets is wat het lijkt.

Micha Wertheim tijdens de première van zijn voorstelling ‘Niemand anders’ in het Oude Luxor in Rotterdam.
Micha Wertheim tijdens de première van zijn voorstelling ‘Niemand anders’ in het Oude Luxor in Rotterdam. Foto Micha Wertheim

De theaters zijn dicht en de kerken zijn open, maar als Micha Wertheim – een van ’s lands belangrijkste voorgangers in dit religieus in cabaret gelovende land – weer een avond te horen is, dan is dat schrijnende onrecht voor even opgeheven. Tijdens een korte tournee, die woensdag begon, speelt Wertheim zijn voorstelling Niemand anders voor lege schouwburgen, via een livestream vanuit steeds een ander theater voor betalende bezoekers, met behulp van drie camera’s.

Zelf is hij groot in beeld, op een scherm dat verder is opgedeeld in kleinere vakken. Nog twee voor de andere twee cameraposities, waarmee onder andere de lege zaal wordt getoond (het Oude Luxor in Rotterdam in dit geval), een vak voor jou als toeschouwer (zoals de beeldbellende kijker inmiddels gewend is) en drie vakken waarin beelden van andere toeschouwers roteren.

Wertheim legt uit dat Niemand anders een soort vervolg is op zijn voorstelling Ergens anders (2016), het radicale, briljante waagstuk waarbij hij niet op het toneel verscheen, maar ‘ergens anders’ was, en hij een robotje en het publiek de voorstelling liet maken. Bij wijze van omdraaiing wil hij graag optreden voor ‘niemand’.

Die gedachte loopt uit op een verhaal waarin hij het woord ‘niemand’ als het ware tot zijn tegendeel smeedt, een persoon. Zes weken trad hij in deze fantasie op in Carré voor niemand, daarbij zenuwachtig over wat niemand ervan dacht, waarna hij de show op film vastlegde voor niemand. Die opname is kunst, maar kunst die niemand mocht zien. En dan denk je aan het Stedelijk Museum, stelt hij. Om ten slotte dit gedachte-experiment tot het uiterste, de dood, door te drijven.

Verhalen vertellen over corona is als klagen over de zwaartekracht

Dit virtuoze, lekker melige woordspel rond het woord ‘niemand’ is zowel de kern als het beste van deze voorstelling. Hoe beschrijf je deze coronatijd, waarin niets gewoon meer is en alles wat we normaal vinden is veranderd of omgeslagen in zijn tegendeel?

Door het gemis tot leven te wekken.

Dat doet Wertheim. Door de paradox te omarmen en te concluderen: „Niemand kan ons troosten.”

Lees ook: Onthulling: Micha Wertheim kwam zelf het podium op

Niels Holgersson

Daarom begint de voorstelling met het verhaal dat hij als vijfjarige verhuisde en zich ontheemd voelde. Op school zag hij een dia van Niels Holgersson die tot leven leek te komen, iets wat alleen hij zag. Niemand anders, en dat maakte dat hij zich even minder alleen voelde. Waarmee gezegd is dat elke bezoeker van deze voorstelling zich zal voelen als een vijfjarige die net is verhuisd. Eigenlijk zijn we door corona allemaal Niels Holgersson, op een ‘wonderbaarlijke reis’, maar met de belofte van troost in het verschiet.

Hoe langer je over deze voorstelling nadenkt, hoe beter hij wordt

Bij een bezoekje aan Deventer ziet hij dj’s draaien voor lege cafés („nul sfeer”), voor mensen die thuis dansen bij wijze van uitgaan. Via een boekje met aantekeningen schetst hij zijn gedachten over het afgelopen jaar. Maar verhalen vertellen over corona is „als klagen over de zwaartekracht”, het is voor iedereen hetzelfde. Een metafoor waar hij een grappige klaagzang op die dwarszittende natuurkracht uit peurt.

Wertheim praat over mime, over vallende bomen in het bos en over de lachband, het ingeblikte substituut voor waar de echte lach ontbreekt. Zelf heeft hij een soortgelijk substituut, een lachzak, met het gezicht van een smiley erop; een soort luchtkussentje dat een lachend geluid maakt als je erin knijpt.

Achteraf laten alle ogenschijnlijk losse anekdotes die hij vertelt zich verbinden, want ze gaan over afwezigheid, over wat er ontbreekt; sfeer, lach, geluid, gezelschap. Elke anekdote in deze voorstelling draait om het idee dat de wereld in zijn tegendeel is omgeslagen en betekenis is verhuisd.

Elk verhaal, dat van zichzelf niet steeds even enerverend is, krijgt zijn glans en betekenis als stukje in de briljante, conceptuele puzzel die Wertheim heeft ontworpen. Hoe langer je na afloop over deze voorstelling nadenkt, hoe beter hij wordt.

Zeker als je bedenkt dat Wertheim er met deze cerebrale exercitie opnieuw in slaagt een draai te geven aan wat de kunstvorm cabaret wordt geacht te zijn. Hij herdefinieert de cabaretier als „clown-filosoof” en laat de filosoof het deze keer ruimschoots winnen.

Lees ook: De reacties van het publiek op de afwezige Micha Wertheim in ‘Ergens anders’
Micha Wertheim tijdens ‘Niemand anders’ in Rotterdam. Foto Gijsbert van der Wal

Judith Herzberg

Dit alles – alles wat zich opdringt door er niet te zijn – leidt volgens Wertheim onstuitbaar tot krankzinnigheid. Iedereen is in deze tijd „knettergek” aan het worden, stelt hij. Dat lijntje tussen gemis en gekte illustreert hij door te fietsen op een vastgezette racefiets voor een green screen, waarop een weg wordt geprojecteerd. Dat hij vooruitkomt is slechts illusie. Hij fietst „om de depressie voor te blijven”. Nog niet makkelijk, want „de depressie traint ook”.

Volgens dichteres Eva Gerlach is poëzie het verhuizen van betekenis, en toepasselijk genoeg vond Wertheim een schitterend gedicht van Judith Herzberg om deze gemoedstoestand, het verloren gaan van mentale gezondheid, te beschrijven. Het heet Vormen van gekte en bevat zinnen als: „Hopen is een vorm van gekte. Wanhoop ook.”

Aan het slot trekt ex-goochelaar Wertheim met beeldtrucs nog een paar konijnen uit de hoge hoed. Waarbij hij ook een extra laag toevoegt aan het concept ‘niemand anders’. Dan blijk je bij hem toch weer naar jezelf, naar een gekkenhuis, te hebben zitten kijken. En zoals Herzberg zegt: „Gekkenhuizen zijn een gekke vorm van gekte.”

In die trant kun je ook stellen dat het gemis van fysiek contact met de ander, zoals in een voorstelling zonder publiek, een vorm van gekte is. Wertheim maakt dat als geen ander duidelijk. Halleluja.