Recensie

Recensie

De bloei en ondergang van de adel in Midden-Europa

Pauline Terreehorst Door toeval kwam dit verhaal over een verarmde gravin en haar kasteel tot stand. Sprookjesachtig en vernederend voor haar – zeker toen Göring haar hemelbed wilde hebben.

Het kasteel Finstergrün in Ramingstein waar de gravin Margarethe en haar Hongaarse echtgenoot Sándor Szapáry in 1904 kwamen wonen.
Het kasteel Finstergrün in Ramingstein waar de gravin Margarethe en haar Hongaarse echtgenoot Sándor Szapáry in 1904 kwamen wonen.

Er was eens. Honderd jaar geleden. Boedapest en Wenen. Koning, keizer en paleizen. Alle ingrediënten zijn er voor het sprookjesachtige deel van Het geheim van de Gucci-koffer van Pauline Terreehorst, waarin zij de bloei maar vooral ook de ondergang van de adel in Midden-Europa beschrijft. Want tegelijkertijd wordt deze pracht en praal vlijmscherp afgezet tegen de harde werkelijkheid van de ineenstorting van de dubbelmonarchie in 1918, de opkomst van de nazi’s en de impact van twee wereldoorlogen op de adel die haar bezit en invloed verloor.

Het is een indrukwekkend, rijk geschakeerd historisch verhaal, dat als leidraad een gravin heeft: de Silezische Margarethe Henckel von Donnersmarck (1871-1943). Terreehorst, onder andere oud-directeur van het Amsterdam Fashion Institute en jarenlang het gezicht van de modejournalistiek in de Volkskrant, kwam haar toevallig op het spoor als bijvangst van de Gucci-koffer waarop ze in 2004 bij Sotheby’s Amsterdam had geboden. Bij de koffer kreeg ze namelijk nog twee dozen met ruiterkleding, cocktailjurken, bontkragen, kant én albums met foto’s en ansichtkaarten.

Die ansichtkaarten leidden naar het hooggebergte van de Lungau, een streek ten zuiden van het Oostenrijkse Salzburg. Daar, in een klein dorpje, ligt op 1.000 meter hoogte het kasteel Finstergrün waarin Margarethe samen met haar Hongaarse echtgenoot Sándor Szapáry en twee kinderen in 1904 ging wonen. Een maand later overleed Szapáry en stond ‘Margit’, zoals zij op de ansichtkaarten wel werd genoemd, er alleen voor. Het geheim van de Gucci-koffer is hiermee een biografie van een gravin, haar kasteel, de inboedel en het oorlogsleed geworden.

Familiekapitaal

Margit, zoals ze ook in deze recensie enigszins oneerbiedig wordt genoemd, behoorde tot de door staal en kolen puissant rijk geworden adellijke familie Henckel von Donnersmarck. Met het familiekapitaal financierde ze niet alleen de verbouwing van het kasteel maar – zoals het een adellijke dame betaamt – ook de zorg voor anderen. Zo hielp ze in de oorlog kinderen en hun moeders, en regelde zij huizen en werk voor oorlogsslachtoffers. Zelf trok ze zich met haar dochter terug in een nabijgelegen boerderij, omdat Finstergrün met 127 ruimtes te groot was om te verwarmen. Daarbij waren de bedienden die ze daarvoor nodig had allemaal opgeroepen voor het leger. Bovendien was ze voor het Rode Kruis belast met de uitwisseling van gevangenen.

Finstergrün blijft ook na de oorlog een toonbeeld van smaak en eenvoud zowel door de architectuur als de stijlvolle inrichting. Maar het geld stroomt niet meer binnen en op haar familie hoeft ze niet te rekenen omdat de Silezische grond en paleizen nu bij Polen horen. Er zit niets anders op dan kamers te verhuren en een hypotheek op het kasteel te nemen. Kamers mochten alleen verhuurd worden aan keurige mensen en, anders dan bij andere pensions, waren Joden bij haar wél welkom. Potentiële gasten stuurde ze een brochure en in de adressenboeken van Finstergrün zijn later zelfs namen en adressen van Nederlandse geïnteresseerden teruggevonden, die wellicht op het kasteel wilden logeren bij een bezoek aan de Salzburger Festspiele, het muziekfestival waarvan afgelopen zomer nog uitgebreid het 100-jarig bestaan werd gevierd.

Terreehorst weet haar Margarethe goed te vangen als monarchistische aristocraat, weldoener, fanatiek katholiek en anti-nationaalsocialist, maar als moeder komt zij niet uit de verf. Ze zorgt voor alle kinderen uit de omgeving, maar stuurt haar eigen zoon op zesjarige leeftijd naar Hongarije om een echte Hongaar te worden. Het lijkt wel of ze hem niet mist. Of zou het contact door de loop van de geschiedenis verstoord zijn geraakt? Ook van echte liefde voor haar dochter Jolanta is nauwelijks sprake. Afstandelijk en te druk met haar eigen bezigheden?

Minnaar

Haar ware liefde betrof duidelijk Finstergrün. Zowel het interieur als het exterieur van het kasteel, dat door Terreehorst wel wordt vergeleken met het jachtslot Sint Hubertus op de Hoge Veluwe, werd door menigeen bewonderd. Dat ontging Margit niet. Er was eind jaren dertig slechts één bewonderaar die niet welkom was en dat was nazi-kopstuk Hermann Göring, de peetzoon van Hermann von Epenstein. Deze Duits-Oostenrijkse arts was de minnaar van Görings moeder en nodigde (daarom) de familie vroeger met regelmaat uit op kasteel Mauternburg in de buurt van Finstergrün.

Toen Hitler al aan de macht was, maakte Göring zijn opwachting in de Lungau waar hij als held werd binnengehaald. Op zijn strooptocht naar kunst en antiek liet hij zijn hebberige oog vallen op Finstergrün. Eerst werd Margit onder druk gezet afstand te doen van haar tropische hemelbed, maar Göring wilde meer.

Om zich niet langer door hem te laten vernederen en haar levenswerk buiten zijn bereik te houden, nam zij midden in de oorlog waarschijnlijk een van de moeilijkste beslissingen in haar leven: zij liet de hele kostbare inboedel van Finstergrün in 1941 veilen bij het omstreden maar dichtstbijzijnde veilinghuis Weinmüller in München. Alle spullen pakte ze zelf in, waarna ze is gevlucht naar Merano in Zuid-Tirol. Ze had niet kunnen voorkomen dat Göring ook Finstergrün zou onteigenen. Dat gebeurde met andere kastelen in de omgeving.

Dat we nog steeds niet weten hoe de vintage Gucci-koffer op de veiling kwam, is een beetje ondergesneeuwd geraakt in de geschiedenis van Midden-Europa. Wie denkt dat de koffer van Margarethe Szapáry was zit er naast. Van wie de koffer dan wél was, blijkt uit een bijkomend, even geheimzinnig als hilarisch verhaal wat zonde is hier te onthullen. Het is een naar elkaar wijzen van nabestaanden. Terreehorst laat er in eerste instantie onduidelijkheid over bestaan, waardoor het bijna een whodunnit wordt. Toch wijst ze op de laatste pagina’s duidelijk naar één dame. ‘De cocktailjurken zouden haar prachtig hebben gestaan.’