Recensie

Recensie

Het neoliberalisme heeft een lelijke en stuurloze samenleving opgeleverd

Eenzaamheid Waarom voelen zoveel mensen zich eenzaam? Zijn het de beeldschermen waarmee we ons omringen of is het de schuld van het neoliberalisme? Daarover gaan deze drie nieuwe boeken.

Illustratie: Astrid van Rooij

Als psycholoog heb je dagelijks te maken met eenzaamheid. Je ontmoet mensen die zijn moegestreden, niemand meer hebben, of ineens hun lief zijn verloren. ‘Er zit een slotgrachtje om mij heen’, zei een patiënte van mij eens. Sindsdien valt me op: de metaforen die we gebruiken om eenzaamheid mee te beschrijven draaien altijd om obstakels of afstand: een kloof of wand die tussen mij en de wereld in is gekomen.

Eenzaamheid is vreselijk, daar is iedereen die het gevoel kent het over eens. Diepe eenzaamheid wordt wel beschreven alsof je rakelings langs de psychische afgrond scheert: duizeling gevolgd door paniek. Die paniek gaat over het gevoel onbereikbaar te zijn: de kloof of wand, het slotgrachtje. Er is geen vertrouwen meer dat het contact met anderen ooit nog zal kunnen worden hersteld, geen hoop meer op verbinding. De taak van de therapeut is om die hoop weer te herstellen.

Ik heb een oude psychoanalyticus wel eens horen zeggen dat eenzaamheid gemakkelijker te behandelen is dan depressie, waarmee het nogal eens wordt verward. Zijn redenering was: in eenzaamheid zit nog een onbewuste behoefte aan verbinding, terwijl iemand in een depressie zich alleen maar meer afzondert van de wereld. Daar zit wat in, maar in de praktijk sluiten die dingen elkaar niet uit, lijkt me.

Verder is eenzaamheid vloeibaar: het deint mee op ieders beleving en ervaring. Uw eenzaamheid is de mijne niet. Dat maakt een gestandaardiseerde aanpak ook zo moeilijk, zo niet onmogelijk. En tegelijkertijd is het de schoonheid ervan: het maakt dat je erover kunt blijven praten en het steeds van andere kanten kunt blijven bekijken.

In een therapie is dat cruciaal, maar het is ook wat de literatuur over het onderwerp zo rijk maakt. Net als eenzame mensen bieden denkers over eenzaamheid steeds weer nieuwe perspectieven. Zoals eigenlijk alles in de menselijke geest beweegt onze ervaring van eenzaamheid mee met de beschrijvingen die we ervan geven.

In het recent verschenen Verkeerd Verbonden ziet filosoof Cees Zweistra dat we onze eenzaamheid tegenwoordig te danken hebben aan ons gebruik van technologie. De beeldschermen waarmee we ons dagelijks omringen – de telefoons, laptops, tablets – zijn een soort bemiddelaars tussen ons zelf en de buitenwereld. Met die bemiddelaars is niet per se iets mis, denkt hij, maar ze staan wel tussen ons en de wereld in. Kloof of wand? Wand dus.

Zweistra beschrijft heel mooi hoe we tegenwoordig verscholen gaan achter onze gadgets, en daardoor de confrontatie met anderen uit de weg gaan. Want daar schort het zo aan tegenwoordig: de schurende ontmoeting van twee of meer lichamen in een ruimte, waardoor allerlei misverstanden kunnen ontstaan, maar die wel de basis is van de vonk van menselijk contact.

Naald in je arm

Je zou Zweistra’s stelling zo kunnen samenvatten: achter onze beeldschermen voelen we ons beschermd. En in die bescherming schuilt een neiging tot afzondering. Achter de schermen zijn we beschut tegen de frictie die er soms ontstaat tussen ons en mensen die heel anders zijn dan wij. Zijn conclusie is simpel: ‘Technologie die ons belooft je in contact te brengen met de ander maar ons in plaats daarvan in onze eigen wereld houdt, moeten we op afstand houden. Technologie die ons helpt bij een naar buiten gerichte houding moeten we binnen handbereik houden.’

Een beetje te simpel, als je het mij vraagt. Het gevaar is dat je ermee over het hoofd ziet dat de makers van die technologie er alles aan doen om ons achter onze beelschermen te houden: ze maken ons verslaafd. Zweistra’s neiging om de verantwoordelijkheid bij de gebruikers van de vereenzamende technologie zelf te leggen voelt een beetje als ‘nou, nou’ zeggen terwijl je langs de meneer met een naald in zijn arm loopt. Bovendien weet ik niet of we nu moeten meegaan in het onderscheid tussen ‘goed’ en ‘verkeerd’ contact. Wie ben ik om te bepalen of iemand ‘verkeerd’ verbonden is? Maar ik deel wel Zweistra’s angst dat we door onze glasvezelkabels alleen nog maar meningen krijgen voorgeschoteld die ons bevestigen in ons wereldbeeld.

Wat je ook van zijn oplossingen denkt, Zweistra neemt onze eenzaamheid wel degelijk serieus. Andere intellectuelen hebben soms de neiging om haar te verheerlijken, en dat is kwalijker. Van Thoreau die in Walden opschept dat hij tijdens zijn tijd in de wildernis ‘nooit werd geplaagd door een gevoel van eenzaamheid’, tot Sartre die zijn lezers opscheept met de nogal onverbiddelijke boodschap: wie zich als hij alleen is niet goed voelt is in slecht gezelschap. Wat zulke denkers over het hoofd zien is dat er een groot verschil is tussen gekozen afzondering en eenzaamheid.

In haar boek De eenzame stad beschrijft Olivia Laing de eenzaamheid van het stadsleven en de rol die ze speelt in de kunst. Lees ook: Blijf weg bij eenzame mensen

Filosoof Marjan Slob heeft die neiging ook een beetje. In De lege hemel klinkt heel duidelijk de metafoor van de kloof: voor Slob is eenzaamheid een ruimte tussen jezelf en de wereld die je ook zelf kunt in- en opvullen. Het bijzondere aan haar prachtig geschreven essay is dat ze met name oog heeft voor de positieve aspecten van het alleen-zijn. In de kloof tussen mijzelf en de ander ligt ook de kiem van reflectie en introspectie. Daarmee staat ze in een lange traditie van denkers die afzondering als voorwaarde zien voor creativiteit en beschouwing. Het is het pad van verlichting van de Boeddha en Jezus die zich terugtrekt in de woestijn. Denkers zijn niet voor niets vaak loners: de weg naar de wijsheid bewandel je alleen, is het idee.

Waandenken

Maar Slob trapt daarmee ook in de eenzaamheid-verheerlijkende valkuil. De eenzaamheid die zij beschrijft schuurt bij vlagen aan tegen de gekozen afzondering, de solitude. Iemand die door omstandigheden gedwongen wordt om in die mooie, creatieve ruimte van haar te verblijven wordt namelijk als dat lang genoeg voortduurt hartstikke gestoord. Iedere therapeut weet: creativiteit en reflectie hebben zeer duistere schaduwzijden in de vorm van waandenken en obsessies. Misschien moet je zeggen: het kunnen genieten van je eenzaamheid is een voorrecht, een privilege. Slobs boek is een prachtige ode aan het alleen-zijn, maar het geeft ons niet het nodige gereedschap om na te denken over de vervreemding die hoort bij eenzaamheid.

Noreena Hertz geeft ons dat gereedschap wel. Zij is als hoogleraar economie verbonden aan University College London. In haar De eenzame eeuw wijst zij naar de structurele veranderingen die hebben geleid tot onze vereenzamende samenlevingen. Hertz benadert het onderwerp door een veelzijdige bril. Ik weet niet precies hoe je haar boek zou moeten classificeren: historisch-sociologisch-filosofisch? Interdisciplinair, in elk geval.

Dat kunnen schakelen tussen registers, het kunnen denken vanuit verschillende invalshoeken, geeft Hertz een flinke voorsprong op de eerder besproken auteurs. Het maakt van eenzaamheid minder een statisch fenomeen en meer iets dat zelf een ontwikkeling en een geschiedenis kent.

Ook Hertz maakt zich zorgen over ons gebruik van technologie, en ook zij heeft oog voor de positieve aspecten van individualisering – maar die overwegingen zijn ingebed in een veel breder verhaal over hoe we over onszelf zijn gaan nadenken. Want de vorm van onze eenzaamheid heeft alles te maken met de verhalen die we over onszelf aan elkaar vertellen, ziet Hertz.

Narcisme

Sinds we ons hebben overgegeven aan het neoliberalisme is het individualisme als houtrot in onze ziel gekropen. Dat dat altijd de bedoeling was is geen geheim. Margaret Thatcher zei zelf al: ‘Economics are the method, the object is to change the soul.’ Dat is gelukt, concludeert Hertz. Het heeft een lelijke en stuurloze samenleving opgeleverd, zonder hoop, waarin mensen zichzelf alleen nog kunnen zien als winnaars of verliezers. Een even narcistische als eenzame maatschappij.

Lees ook het interview met Noreena Hertz: ‘Stedelingen trekken zich steeds meer terug in privacybubbels’

Dat is geen nieuw verhaal. Psychologen weten allang dat het aangaan van betekenisvolle relaties een menselijke basisbehoefte is. Een wereldbeeld dat ons als fundamenteel afgesneden van anderen neerzet, ontkent die basisbehoefte. Ondertussen spinnen mallotige populisten garen bij het onbehagen dat dat heeft opgeleverd. Geert Wilders heeft zelfs een prominente bijrol in De eenzame eeuw. Hoewel het geen wereldschokkend nieuws is wat Hertz brengt, is de conclusie van haar boek inspirerend. Er moet weer ruimte worden gemaakt voor het nadenken over een samenleving waarin afzondering de uitzondering is, niet het uitgangspunt.

Na het lezen van haar boek kwam schijnbaar uit het niets de volgende vraag bij me op: wat is eigenlijk het tegenovergestelde van eenzaamheid? Er is geen antoniem, geloof ik. Je komt al snel uit bij dingen als: solidariteit, gemeenschapszin, saamhorigheid. Oude woorden die je niet veel meer hoort. We moeten vooral doorgaan met het geven van woorden aan onze eenzaamheid: dat is de enige manier waarop we in een vereenzaamde tijd overeind kunnen blijven. Maar zolang we niet weten wat het tegenovergestelde is van eenzaamheid, vrees ik dat we eraan zullen blijven lijden.