‘Witwasaanpak bestaat te veel uit praten’

Fraude Fraudespecialist Bob Hoogenboom schetst een kritisch beeld van de aanpak van criminele geldstromen in de vastgoedwereld, in een rapport dat deze donderdag verschijnt. „Men is nu al ruim dertig jaar bezig en er is nauwelijks vooruitgang.”

De vastgoedsector is „heel risicovol” voor witwassen, zegt Hoogenboom.
De vastgoedsector is „heel risicovol” voor witwassen, zegt Hoogenboom. Foto Getty Images

Minister na minister hamert op de bestrijding van de georganiseerde misdaad. De jacht op crimineel geld speelt daarbij een belangrijke rol. Omdat die jacht moeizaam verloopt, pleitte minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) 2,5 jaar geleden voor „een verbeterd zicht en grip op criminele geldstromen”.

In opdracht van VNO-NCW, Justitie en de beroepsverenigingen van de notarissen en de makelaars onderzocht fraudespecialist en Nyenrode-hoogleraar Bob Hoogenboom hoe het hiermee in de vastgoedsector gesteld is. Vastgoed staat te boek als een van dé aantrekkelijkste bestemmingen voor crimineel geld. Hoogenboom bekeek hoe notarissen, makelaars, taxateurs en overheidsinstellingen in Nederland samenwerken om witwassen en fraude bij onroerendgoedtransacties te voorkomen.

De hoogleraar sprak bijna honderd experts van onder meer politie, justitie, de Belastingdienst, toezichthouders, gemeentes, notarissen en makelaars. Hij inventariseerde strafrechtelijke en tuchtrechtelijke uitspraken, dook in het toezicht dat notarissen op elkaar uitoefenen en betrok een waslijst aan relevante wetenschappelijke studies.

Het beeld dat hij op basis daarvan vormt is niet best. Makelaars en notarissen vervullen maar mondjesmaat hun plicht om verdachte transacties te melden. En de aanpak van de overheid faalt omdat overheidsorganisaties inhoudelijk slecht samenwerken, veelal gericht zijn op laaghangend fruit en nauwelijks strategische analyses maken. „Men is nu al ruim dertig jaar bezig en er is nauwelijks vooruitgang.”

In uw onderzoek spreekt u van ‘opstandige betrokkenheid’ van notarissen, makelaars en taxateurs. Is dat een eufemisme voor het niet voldoen aan de plicht om verdachte transacties te melden?

„De laatste vijf jaar wordt er wel degelijk meer gemeld. Zeker door notarissen. En beroepsverenigingen van notarissen en makelaars lopen de benen uit het lijf om die meldingsplicht onder de aandacht van hun achterban te brengen.

Maar zij lopen tegen die ‘opstandige betrokkenheid’ van hun achterban aan: een combinatie van desinteresse, angst om in een opsporingsdossier te belanden en frustratie dat men van opsporingsdiensten of de Financial Intelligence Unit (FIU) – waar verdachte transacties gemeld moeten worden – nooit terug hoort wat er met meldingen is gebeurd. Er speelt ook een commercieel belang. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral. Men is in het vastgoed niet de hele dag bezig met het naleven van de laatste jurisprudentie.”

U pleit ervoor van makelaar weer een beschermd beroep te maken. Helpt dat?

„De makelaarswereld is heel gefragmenteerd. Er zijn drie verschillende brancheverenigingen die verschillend bezig zijn met ondersteuning en voorlichting rond criminele geldstromen. Slechts één daarvan, de NVM (Nederlandse Vereniging van Makelaars), heeft een systeem van onderlinge toetsing. Tot de liberalisering in 1999 was het beroep van makelaar beschermd. Dat zou je weer moeten invoeren. Je zou de brancheverenigingen moeten integreren, lidmaatschap verplicht stellen, een opleidingssysteem optuigen en onderlinge controles moeten invoeren. Er wordt wel eens laatdunkend gedaan over zulke zelfregulering, maar het helpt wel degelijk. Een deel van de oplossing moet gewoon uit de markt komen, omdat de overheid niet alles kan controleren.”

Hoe groot is het witwasprobleem in de vastgoedwereld?

„Alle risicoanalyses en indicatoren en alles wat de afgelopen 25 jaar aan onderzoek en toezichtsrapportages is verschenen, wijst op het feit dat vastgoed een heel risicovolle markt voor witwassen is. Maar als je systematisch kijkt naar de bronnen, dan valt op dat publieke organisaties ‘navigeren in de mist’. Ze weten het gewoonweg niet.

„Witwassen wordt nu al twintig jaar onderzocht, maar je kan geen zinnig woord zeggen over hoeveel geld ermee gemoeid is en wat er op strategisch niveau aan de hand is. Van toezichthouders als De Nederlandsche Bank en de Belastingdienst tot het Bureau Financieel Toezicht (BFT) voor notarissen, de politie en FIU. Ze zijn bezig met zaken maar niet met structurele oplossingen.”

Waar bent u het meest van geschrokken?

„Er wordt al sinds 1985 door de overheid gesproken over samenwerking en multidisciplinair optreden om de criminaliteit aan te pakken. Er wordt veel geld in geïnvesteerd en beleid op gemaakt, maar de praktijk is weerbarstig. In beleidsplannen staat dat je moet samenwerken, maar de politie, FIOD en toezichthouders worden zelfstandig afgerekend en moeten individuele targets halen. Zij zetten hun eigen belangen centraal. Dat zie je nu ook weer bij de Nationale Politie die alarm slaat omdat het nieuwe Multidisciplinair Interventieteam (MIT) tegen zware misdaad personeel overneemt. Er wordt wel politiek correct gepraat over samenwerking, maar aan het eind van de dag overwint het egoïsme van de eigen organisatie.”

Waar leidt dat concreet toe?

„Tot ‘dumbing down’. Om aan targets te voldoen kiest men simpele zaken. De ene na de andere henneplocatie wordt opgerold. Er worden wel kleine notariskantoren aangepakt, maar niet die op de Zuidas. Voor de bühne worden mooie dingen gedaan, maar het maatschappelijke effect is beperkt: je tikt kleine spelers van het bord.”

De Nederlandse misdaadbestrijding staat vol met matroesjkas: onder de ene organisatie komt weer een andere tevoorschijn. Het onderzoek van Hoogenboom is gedaan op verzoek van het Team Locaties: een samenwerkingsverband van onder meer het Aanjaagteam Ondermijning en Taskforce-RIEC Brabant Zeeland, zelf óók samenwerkingsverbanden. „Ik was aangenaam verrast over het grote enthousiasme in zeer veel programma’s, projecten en samenwerkingsverbanden”, zegt Hoogenboom. „Landelijk, op gemeentelijk niveau, met toezichthouders onderling: noem maar op. Maar het zijn er zoveel dat ik gestopt ben met inventariseren.”

Welke conclusie trekt u hieruit?

„Er is overlap, herhaling van zetten en verkwisting van energie. De bureaucratisering is fnuikend. Er zijn meer mensen die praten, vergaderen, beleidsstukken schrijven en de Tweede Kamer bedienen, dan dat er daadwerkelijk met voeten in de klei aan witwaspreventie wordt gedaan.”

Lees ook: Sociaal huren, met een pied-à-terre in de grachtengordel

U pleit voor verdubbeling van de capaciteit van organisaties zoals het BFT en de FIU. Doet de overheid niet genoeg?

„Niet op operationeel vlak. Neem het BFT: dat houdt toezicht op het notariaat en vereert jaarlijks 1 tot 3 procent van de markt met een bezoek. Je moet wel geloofwaardig zijn als overheid en je toezichts-, handhavings- en analysecapaciteit een beetje op orde hebben. Mensen uit het bedrijfsleven zeggen terecht tegen mij: wij hebben honderden compliance-medewerkers aangenomen en melden ons suf. Dan is het terecht dat het bedrijfsleven naar de overheid kijkt en zegt: wat doen jullie er eigenlijk mee?”