Gemeenten verzetten zich tegen invoering Omgevingswet per 2022

Gemeenten Bijna de helft van de wethouders wil uit- of afstel van de Omgevingswet. De Eerste Kamer vreest chaos in de uitvoering.

Minister Ollongren.
Minister Ollongren. Foto Bart Maat / ANP

De Omgevingswet, die tientallen wetten en honderden ministeriële regelingen over inrichting van de buitenruimte moet samenvoegen, van geluidsnormen tot horecaregels en milieuwetgeving, stuit op verzet in gemeenten. Wethouders die verantwoordelijk zijn voor de invoering van deze wet, die januari 2022 in werking moet treden, vrezen ict-drama’s en een financieel debacle.

Uit onderzoek van het vakblad Binnenlands Bestuur en de landelijke Wethoudersvereniging blijkt dat bijna de helft van de 177 ondervraagde wethouders zich verzet tegen de invoering. Van hen wil 37 procent uitstel en 11 procent zelfs afstel van de wet.

Gemeenten testen sinds begin dit jaar de software en de ict-systemen die de nieuwe wet in de praktijk moet laten werken. Maar veel gemeenten komen daar niet aan toe, zo blijkt uit het onderzoek. De testfase strandt op veel plaatsen in het land op niet-werkbare software. Vooral kleinere gemeenten kunnen de nieuwe wet in de praktijk ook al niet aan omdat maatregelen rond de coronacrisis nu hun aandacht vergen. Ambtelijke capaciteit is daardoor nauwelijks voorhanden. Bovendien slokt de coronacrisis in hoog tempo de financiële reserves van gemeenten op.

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) had de wet nog vóór de verkiezingen door beide Kamers willen loodsen. De Tweede Kamer ging eind vorig jaar akkoord en riep de minister op om de wet op tijd in te voeren. De Eerste Kamer houdt dat tegen, uit vrees voor chaos in de uitvoering bij gemeenten en provincies.

Ollongren zegt in reactie op het onderzoek dat verder uitstel de operatie alleen maar duurder maakt. Ze zegt begrip te hebben voor „gemeenten waar invoering een grote opgave is”, maar houdt vast aan de invoeringsdatum. Het is de vraag of ze de Eerste Kamer kan overtuigen.