Onderzoek na interne politieruzie: meer aandacht voor etnisch profileren

Etnisch profileren Na de arrestatie van een Amsterdamse politieagent in het bureau van Enschede volgde een lange juridische strijd. De politietop had dit kunnen voorkomen, stelt een onderzoekscommissie.

Foto Bart Maat/ANP

Etnisch profileren en discriminatoire bejegening door de politie moet meer aandacht krijgen bij de top van de politie en in de opleidingen. „Etnisch profileren gebeurt vaak subtiel en onbewust”, en dat zou bij de politie meer erkenning verdienen.

Dat is een van de conclusies van een onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van oud-burgemeester en voormalig korpschef Magda Berndsen. De commissie onderzocht de afhandeling van een langslepende interne politieruzie die in 2016 begon toen de Amsterdamse hoofdagent Anis Raiss in het politiebureau van Enschede werd gearresteerd door inspecteur Herbert Hoekerswever. Raiss wilde zijn broer helpen bij het doen van aangifte. De politie zei dat dit online moest gebeuren. Uiteindelijk werd politieman Raiss aangehouden toen hij protesteerde en zich niet kon identificeren. Volgens hem werd zijn aanhouding veroorzaakt door etnisch profileren.

In maart 2020 werd op verzoek van de politiechef van de Eenheid Amsterdam en die van Oost-Nederland aan de externe commissie Berndsen gevraagd een overzichtelijk beeld te schetsen van alle gebeurtenissen die volgden op de aanhouding van de Amsterdamse collega. Beide politie-eenheden hebben de commissie ook gevraagd na te gaan of er sprake was van etnisch profileren.

Lees een interview met Anis Raiss: De aangifte die totaal uit de hand liep

Kwetsende uitlatingen

In hoeverre hier sprake van is geweest kon niet worden vastgesteld, onder meer omdat dergelijke overwegingen zich vaak „in de hoofden en harten van mensen” afspelen, aldus de commissie. Wel heeft de inspecteur zich uitgelaten op een manier die volgens de commissie als zeer kwetsend, denigrerend en discriminerend ervaren kan worden. Zo blijkt uit de transcripten van de camerabeelden dat de Enschedese inspecteur zei „dat hij zijn stinkende best gaat doen zodat dit soort collega’s niet meer bij de politie werken”. Ook heeft de Enschedese agent de vader en de broer van de Amsterdamse hoofdagent gesommeerd het bureau te verlaten met het woord „wegwezen”, terwijl zij rustig bleven tijdens en na de aanhouding. „De commissie kan zich voorstellen dat de Amsterdamse hoofdagent deze manier van optreden en later de behandeling in het cellencomplex in Deventer als kwetsend en kleinerend heeft ervaren”.

Hoekerswever was niet bereid met de commissie Berndsen te praten. Raiss is wel gehoord. In oktober vorig jaar oordeelde de rechtbank Overijssel dat de aanhouding van Raiss niet onrechtmatig was. De commissie oordeelt, onder meer aan de hand van camerabeelden, dat „de bejegening door de politiefunctionarissen van Enschede allesbehalve professioneel is te noemen. Een dienstbare opstelling verbaal en non-verbaal in de richting van een burger die een hulpvraag heeft, ontbrak”.

Volgens Berndsen had „daadkrachtig leiderschap” binnen de politie kunnen voorkomen dat er een juridische loopgravenoorlog ontstond tussen de twee partijen die „de menselijke maat” vermorzelde. De politie had beter haar best moeten doen om bijvoorbeeld via mediation de partijen tot elkaar te brengen.