Meer thuiswerken betekent nóg meer schermtijd – hoe houd je werk en privé uit elkaar?

Altijd aanstaan Thuiswerkers werken sinds corona meer over en zijn vaker bereikbaar voor het werk. Waarom eigenlijk? En wat zijn de gevolgen daarvan voor hun welzijn? ,,Ik wil gewoon mijn werk afkrijgen, anders voel ik me niet goed”

Illustratie Fokke Gerritsma

Een bellende collega te woord staan op haar vrije dag, tijdens de lunch een werkmailtje beantwoorden. Tussendoor haar zoontje van acht maanden verschonen, snel WhatsApp checken en daarna nog even die ene kandidaat bereiken via LinkedIn. En na het avondeten met haar gezin de laptop openklappen om nog een klus voor de deadline af te maken. Sinds corona ligt de werk-privébalans van recruiter Sandra de Volder (27) compleet overhoop.

Ze gebruikt vooral haar digitale apparaten vaker dan haar lief is. Waar De Volder gewoonlijk haar werkdag afsluit door van kantoor te vertrekken, is ze nu continu bereikbaar – ‘s avonds en ook op haar vrije doordeweekse dag. „Daardoor ben ik vaak de héle tijd bereikbaar. Het geeft me flexibiliteit, maar het zorgt ook voor veel prikkels. Dat maakt onrustig.”

Door de coronacrisis vinden werk en sociale contacten vaker dan voorheen plaats via het scherm. Veel thuiswerkers blijven bovendien langer actief. Het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferde al dat werknemers die door de coronacrisis thuis werken, gemiddeld vier uur per week overwerken: nóg meer schermtijd. Wat zijn de gevolgen daarvan?

Continu bereikbaar

Claartje ter Hoeven, hoogleraar organisatiedynamiek in Rotterdam, deed voor de coronacrisis onderzoek naar de digitale bereikbaarheid van 650 werknemers van twee grote, internationale bedrijven. Deze werknemers meldden, gemiddeld genomen, langer en vaker bereikbaar te zijn dan de jaren ervoor. Ook ontdekte Ter Hoeven dat werknemers door hun continue bereikbaarheid, bijvoorbeeld door een werktelefoon en werkmail, zich niet goed los konden maken van hun werk.

En hoe groter de bereikbaarheid, des te slechter het gesteld was met hun eigen welzijn, zag Ter Hoeven. „Hoe meer je bereikbaar bent, des te minder afstand je psychologisch kan nemen van je werk”, vertelt ze. Maar die afstand is wel nodig om tot rust te komen, spanningen op het werk te laten rusten en lichamelijk en mentaal bij te komen. „Daardoor slaap je meestal beter, en kun je opladen. Zodat je er de dag erna weer fris tegenaan kunt.”

Neem je die afstand niet, zegt Ter Hoeven, dan kan dat uiteindelijk je welzijn, en daardoor je werk beïnvloeden. „Het zorgt vaak voor vermoeidheid, één van de dimensies van een burn-out. Het vergroot ook de kans op minder ernstige effecten. Zoals minder scherp zijn, je minder goed kunnen concentreren en je minder fit voelen.”

Zichtbaarheid

Waarom nemen we eigenlijk moeilijk afstand van onze werkapparaten? Ter Hoeven ontdekte dat daarbij vooral iemands ontvankelijkheid voor sociale druk, en de werkcultuur binnen een bedrijf een belangrijke rol spelen. „Des te zichtbaarder de communicatie van collega’s is, des te meer werknemers zelf ook bereikbaar zijn. Die zichtbaarheid via apps, mail en sociale media is de laatste jaren natuurlijk alleen maar toegenomen.”

Overigens is die digitalisering van werkenden, en daarmee hun bereikbaarheid, niet altijd slecht, benadrukt Ter Hoeven. Het geeft hen ook flexibiliteit om het werk naar eigen believen in te delen. „Maar het is wel belangrijk je ervan bewust te zijn dat afstand nemen van werk een aanrader is. En dat je daar verstandig me omgaat.”

Lees ook: Als het straks weer mag, werken we maar de helft van de tijd op kantoor

Door de digitalisering lopen werk en privé al jaren in elkaar over, zegt gezondheidszorgpsycholoog Ulrika Léons. Maar sinds corona ziet ze dat de twee verder vervlochten raken. Léons is directeur van Skils, een landelijke organisatie met negentig psychologen die gericht is op welzijn en ‘werkgeluk’.

Ze ziet vaak dat het meer en vaker bereikbaar zijn van werknemers ingegeven wordt door angst en gemis aan verbinding. „Werknemers zijn bijvoorbeeld bang dat ze niet hard genoeg werken en willen profileren dat ze bereikbaar zijn”, aldus Léons. „Ze hebben het gevoel dat ze zich meer moeten bewijzen.”

Daarnaast leidt de weggevallen externe werkplek er ook toe dat werk en privé door elkaar lopen, zegt Léons. „Veel mensen gaan thuis automatisch langer door dan ze gedaan zouden hebben wanneer ze écht naar huis moesten”, zegt ze. Ook hoort ze soms van cliënten dat ze langer doorwerken omdat er tóch niks anders te doen is. „Dat geldt nog sterker sinds de avondklok is ingesteld.”

Druk verhelpen

Hoewel het meestal niet de werkgever is die deze bereikbaarheid oplegt, kan hij volgens Léons wel een rol spelen bij het verhelpen van die druk. „Maak over bereikbaarheid expliciete afspraken met medewerkers. En moedig mensen aan om na werktijd even hun apparaten los te laten.” Richting werknemers zou de boodschap moeten zijn: zet je werktelefoon wat vaker uit. „Daarmee legitimeer je als werkgever dat iemand 's avonds niet met werk bezig is.”

Recruiter De Volder voelt geen druk vanuit haar werkgever om de hele dag door te werken; die komt door de neveneffecten van de coronacrisis. „Met name het sluiten van de kinderdagverblijven. Ik wil gewoon mijn werk op een dag afkrijgen, anders voel ik me niet goed”, vertelt ze.

Maar ook los van haar eigen deadlines merkte ze dat ze vaak met haar apparaten – werk én privé – bezig was. Bij wijze van test besloot ze zich in het weekend een etmaal van telefoongebruik te onthouden. „In het begin was ik onrustig, nerveus zelfs. Ik wilde vaak uit automatisme even mijn telefoon pakken”, vertelt ze. Uiteindelijk beviel het experiment haar goed. „Het was natuurlijk maar van korte duur, dus grote conclusies kan ik er niet uit trekken. Maar ik voelde me rustiger, minder gehaast en ik sliep die nacht ook beter”, zegt De Volder.

Nu heeft ze zich voorgenomen: in het weekend en op haar vrije dag géén werktelefoon of mailtjes meer. „Ik hoop vooral dat we snel weer naar kantoor kunnen. Dan gaat mijn werktelefoon ’s avonds ook niet meer aan.”