Muziek is nog altijd een strijdmiddel tegen onderdrukking

Muziek en slavernij Tijdens slavernij was muziek het vehikel voor verzet. Nog steeds. Vaak waren trommels verboden. Maar de muziek klinkt nu over de hele wereld.

Een zaal in National Museum of African American Music.
Een zaal in National Museum of African American Music. Foto’s NMAAM/353 Media Group

Twee mannen bespelen de apinti-drum, een ander speelt fluit en een vierde roffelt met zijn stokken op de kwakwa-bangi, een houten bankje dat is vervaardigd als muziekinstrument. Het diorama van Gerrit Schouten uit 1830 laat een Du zien, een theatraal dansfeest dat af en toe werd toegestaan op Surinaamse plantages.

Het is een opmerkelijk tafereel, want de Nederlandse planters hadden doorgaans liever niet dat slaafgemaakten musiceerden, tenzij het voor het witte publiek was. Vooral de drum werd gevreesd. En niet zonder reden. Nog meer dan de Europeanen zich mogelijk realiseerden was muziek een vehikel voor kritiek, aanbidding van Afrikaanse goden en boodschappen van verzet.

Lees meer over het diorama: Libi, Yanga Suku Yu Gado – artistiek verzet en slavernij

Zo’n diorama is een soort kijkkast, een blik op het verleden in 3D. Alleen de muziek ontbreekt. Toch is het twee eeuwen later niet moeilijk om ook daar een indruk van te krijgen. De felle, snelle tikken van de kwakwa-bangi kun je immers horen in kaseko, de popmuziek van Suriname, en de apinti staat centraal in winti-rituelen. Of je zet het nummer ‘Winti’ op, uit 2018 van rapper Winne, waarin hij een winti-song samplet en de roffels overgaan in een elektronische beat.

Foto’s NMAAM/353 Media Group
Foto’s NMAAM/353 Media Group

Voor Afro-Surinaamse muziek geldt wat voor vrijwel alle andere muziekstijlen met Afrikaanse roots op de twee Amerikaanse continenten geldt: alleen al het spelen ervan was eeuwenlang een verzetsdaad. Die subversieve muziek zou uiteindelijk, ver na afschaffing van de slavernij, een basis vormen voor de populaire muziek. Van samba tot hiphop en van blues tot rumba, het werd aanvankelijk tegengewerkt, maar bleek uiteindelijk niet te bedwingen.

Luister naar 10 nummers bij dit artikel op Spotify: Atlantische Draaikolk

Vulgair

Tijdens de slavernij verspreidden muzikale ideeën en liederen zich via schepen even snel als het nieuws. Het strijdlied Eh eh, Bomba! Hen, hen! van de heroïsche Haïtiaanse revolutie, die werd uitgevochten tussen 1792 en 1804 en leidde tot de eerste onafhankelijke zwarte republiek, werd tot in New Orleans gezongen. In Cuba werden Afrikaanse ritmes gespeeld op meubelstukken, omdat drums verboden waren. Het woord clave, het afro- Cubaanse basisritme dat op twee stokjes wordt gespeeld, zou volgens onderzoeker Ned Sublette zelfs zijn afgeleid van clavijas, houten pennen uit slavenschepen die door havenarbeiders voor percussie werden gebruikt.

De Nederlandse machthebbers waren al even bang voor de muziek. Wie het in zijn hoofd haalde om op Curaçao tambú te spelen, kon rekenen op zware repercussies. De drums, de ritmes en de dans werden gezien als vulgair en als duivelsaanbidding omdat ze verbonden waren met Afrikaanse spirits. De instrumenten werden vernield en tambú-spelers waren veroordeeld tot een lage sociale klasse. Ze konden zelfs een plekje op het kerkhof wel vergeten.

Het tambúverbod op Curaçao werd na afschaffing van de slavernij zelfs een officiële Nederlandse wet. In 1952 werd het versoepeld, maar nog jarenlang gold een seizoensverbod. Pas sinds 2012 mag de tambú, de meest eigen muziek van het eiland, wettelijk het gehele jaar door gespeeld worden.

De muziekgeschiedenis leert dat je zoveel drums kunt vernielen als je wilt, de muziek vindt altijd een weg. Zo waren ook wintirituelen in Suriname verboden tot 1971, maar kwam er in 1928 al een Surinaamse jongeman als verstekeling aan in Rotterdam die diezelfde wintimelodieën door zijn saxofoon in de oren van jonge Nederlandse jazzliefhebbers zou blazen. Arthur Parisius, beter bekend als Kid Dynamite, was opgegroeid op plantage Hannover in Suriname en praktiseerde winti. Hij werd tussen de jaren dertig en vijftig een van de meest invloedrijke jazzpioniers in Nederland, datzelfde land dat zijn geloof had verboden.

Zo werden de muziekstijlen van ontwortelde Afrikanen door de eeuwen heen ook producten van de culturele draaikolk die de Atlantische Oceaan was geworden door de slavenhandel. Ritmes, melodieën, instrumenten en zangstijlen, ze vermengden met Europese en oorspronkelijk Amerikaanse muziek tot een nu haast onontwarbare kluwen.

De afro-Cubaanse muziek bijvoorbeeld kwam in de twintigste eeuw via radio en platen in de mode langs vrijwel de hele West-Afrikaanse kust vanwaar een eeuw eerder juist de mensen werden geroofd die in Cuba waren terechtgekomen. Als een culturele boemerang overheerste tussen ongeveer 1950 en 1990 de afro-Cubaanse muziek van Kinshasa tot Dakar. Ook nu nog tolt de Atlantische draaikolk door en strooit populaire liedjes, teksten en ritmes uit over de continenten.

Museum voor muziek

In Nashville werd vorige maand het National Museum of African-American Music geopend. Want dat was er nog niet in Amerika. Het vertelt het verhaal van de niet te overschatten invloed van zwarte Amerikanen op de muziekgeschiedenis. Afgaande op de videobeelden uit het museum begint de muzikale reis in 1619 toen een Nederlands schip de eerste Afrikanen in Virginia verkocht.

Net als elders werd ook in grote delen van de Verenigde Staten de drum verboden, maar vonden spirituals, jazz en blues uiteindelijk toch hun weg. De genres die er, ver na afschaffing van de slavernij, uit voortvloeiden wortelden in een nog altijd broodnodige emancipatiestrijd. De blues werd rock-’n-roll, soul en gospel vormden het songbook van de burgerrechtenbeweging, hiphop bood een uitlaatklep voor generatielange frustratie.

Inmiddels is de draaikolk een paar rondjes verder en is hiphop het dominante genre in de popindustrie. De laatste jaren zijn daarbij de ogen steeds meer gericht op Lagos, Accra en andere Afrikaanse steden. Producers, rappers en zangers als Wizkid, Tiwa Savage, Burna Boy en Mr. Eazy scoren met een mengeling van Amerikaanse en Engelse rap, Jamaicaanse dancehall en West-Afrikaanse stijlen.

Een goed voorbeeld is rapper Davido, opgegroeid in Amerika en Nigeria. Op zijn meest recente album A Better Time werkt hij samen met Amerikaanse popsterren als Nicky Minaj, Nas, Lil’ Baby, Young Thug en Chris Brown. Het album lijkt vol te staan met party songs, maar een daarvan, ‘FEM’, werd niet in de club, maar op de straten van Lagos een hit. Het werd een strijdlied voor de protesten tegen politiegeweld in Nigeria, geïnspireerd op de Black Lives Matter-protesten aan de andere kant van de oceaan. De muziek blijft een strijdmiddel tegen onderdrukking.

Luister naar de playlist bij dit artikel op Spotify: Atlantische Draaikolk