Militairen zetten de klok steeds weer terug

Legerpolitiek Myanmar maar ook andere landen zitten vast in een weinig productieve cyclus van militair en civiel bestuur. Maar de greep van het leger op de politiek hoeft niet eeuwig te duren.

Iemand stapt op een afbeelding van de Myanmarese militair leider Min Aung Hlaing.
Iemand stapt op een afbeelding van de Myanmarese militair leider Min Aung Hlaing. Foto Jorge Silva/Reuters

Voor velen in Myanmar was het vorige week bij de coup alsof de klok tien jaar werd teruggezet. Wéér onder de plak van de generaals, zoals dat met korte onderbrekingen tussen 1962 en 2011 ook al het geval was. Weg hoop op een echte democratie. „Wij hebben al decennia in het donker geleefd, toen kregen we hoop, en nu leven we weer in het donker”, zei Khin Nay Lwe, een jonge vrouw, tegen de BBC.

Myanmar is een van de staten waar het leger nog altijd een beslissende invloed uitoefent op politiek en economie. Dat geldt ook voor buurland Thailand en wat verder weg Pakistan, Egypte, Algerije en Soedan. Al die landen kenden min of meer democratische intermezzo’s met verkiezingen en burgerpolitici die – althans op papier – de scepter zwaaiden. Maar op de achtergrond hielden de generaals de controle over cruciale terreinen, zoals de defensie-uitgaven en het buitenlandbeleid. Ook versterkten ze door de jaren heen in stilte hun greep op de economie.

En als zo’n krachteloze burgerregering vastloopt of hun belangen begint te ondermijnen – dat laatste gebeurde in Myanmar – pakken de generaals zelf de teugels. Onder het mom van het landsbelang dat dit eist. Hoewel er in Myanmar nu veel protesten zijn, komt het leger daar vaak mee weg: „Het is niet dat mensen per se de generaals vertrouwen”, vertelt Philippe Droz-Vincent, een Franse Midden-Oostenexpert die veel over militairen in de politiek, vooral in de Arabische wereld, heeft gepubliceerd. „De mensen zijn niet naïef. Maar ze zijn bang en voelen zich onzeker. En het leger gebruikt dat voor eigen doeleinden.”

‘Maar’ drie keer

In Thailand grepen de generaals sinds 1933 maar liefst twaalf keer de macht, voor het laatst in 2014. In Myanmar gebeurde dat sinds 1948 ‘maar’ drie keer. Pakistan zuchtte sinds 1958 in totaal 33 jaar onder militair gezag. In Egypte is er afgezien van Mohammed Morsi van de Moslimbroederschap in 2012 en 2013 sinds de staatsgreep van 1952 zelfs nooit een civiele president geweest.

De generaals opereren liefst van achter de schermen „Dan hoef je niet de gevolgen te dragen van politieke beslissingen en wordt je niet direct geassocieerd met repressie”, stelt Droz-Vincent. „Als de militairen zelf de politiek in worden getrokken, tonen ze al snel zwakheden en verdeeldheid. Ze zijn niet gewend te onderhandelen.”

Als militairen zelf besturen, tonen ze snel zwakheden

Philippe Droz-Vincent onderzoeker

Het is niet gemakkelijk te breken met de weinig productieve cyclus van door militairen gedoogde en door junta’s afgewisselde zwakke civiele regeringen. Maar de onaantastbaarheid van het leger hoeft niet eeuwig te duren. Weliswaar tot diep in de twintigste eeuw hoorden ook Turkije, Zuid-Korea, Bangladesh en veel Latijns-Amerikaanse landen in het rijtje thuis, maar daarna niet meer. In de jaren zeventig ook kwam er een eind aan door militairen geleide regimes in Spanje, Portugal en Griekenland. Wat al die landen bewezen is dat het mogelijk is om uit de greep van de generaals te komen.

Lees ook: In Myanmar staat het leger mijlenver van de bevolking

Bij Turkije speelde mee dat het lang de hoop koesterde zich bij de EU aan te sluiten, die zo’n grote rol van militairen niet zou tolereren bij een van haar lidstaten. Na de mislukte staatsgreep tegen president Erdogan in 2016, waarbij een deel van de strijdkrachten was betrokken, brokkelde de positie van de militairen verder af. In Latijns-Amerika, waar militairen decennialang zelf bestuurden, groeide in de jaren 80 de onvrede over falend beleid en harde repressie. Rond 1990 waren de junta’s, steeds meer als een anachronisme gezien, goeddeels verdwenen. Soms kan een volksopstand de machtsbalans meer richting burgerlijk bestuur duwen, zoals onlangs in Soedan, Afrika.

Ook het omgekeerde komt voor: als een democratisch bestuur tegenvalt, duikt het leger soms toch weer op. Juist in Latijns-Amerika presenteren militairen zich weer nadrukkelijker, al zij het niet via staatsgrepen. De Braziliaanse president Bolsonaro, een oud-legerkapitein, omringt zich met invloedrijke militaire adviseurs.