Geef ons een breder perspectief op het slavernijverleden

Iconische beelden In de slavernijgeschiedenis lag het accent op hoe erg het was, zelden op het verzet. De beelden die onze blik bepaalden, zijn daardoor te eenzijdig.

Portretten van Cojo, Mentor en Present op een tekening uit 1833 van Gerrit Schouten.
Portretten van Cojo, Mentor en Present op een tekening uit 1833 van Gerrit Schouten. Manuscript Surinaams Museum

Op een verweerde stenen muur in Fort Zeelandia hangt een plakkaat met een kleurenschets, naast de beruchte cel met de bijnaam ‘het kakkerlakkengat’. De Surinaamse kunstenaar Gerrit Schouten tekende in 1832 de drie mannen Codjo, Mentor en Present, en gaf daarmee een gezicht aan de gevangenen die drie maanden vastzaten in deze cel.

Onder hun portretten vertelt het bijschrift over de ontsnapte en weer gevangengenomen slaafgemaakten die een gruwelijk lot wachtte, in afwachting van een vonnis voor brandstichting in Paramaribo. Een daad van verzet, staat er op het bijschrift. Zo staat het ook opgenomen in de hedendaagse Canon van Nederland.

In Fort Zeelandia liep ik langs het plakkaat, gebukt de bedompte cel in en kreeg het na een paar seconden al te benauwd. Terug op de binnenplaats van het fort stapte ik de felle middagzon van Paramaribo in, richting het terras voor een gekoeld flesje water met prik.

Een tastbaar bezoek aan het verleden is zeldzaam. Het was in 2014, de laatste keer dat ik het fort bezocht in het geboorteland van mijn ouders, twee jaar na het overlijden van mijn moeder. Ik merkte een verschuiving op in de beelden en teksten die de slavernijgeschiedenis duiden.

Kinderliedjes

Eerder bezocht ik met mijn moeder verschillende plantages in Suriname tijdens een vakantie, vaak niet meer herkenbaar als zodanig doordat ze overwoekerd zijn door de dichte begroeiing die in de Surinaamse warmte omhoogschiet.

Op de plantage Vier Kinderen liet mijn moeder zien wat er in het broeierige klimaat was overgebleven van het gammele huis van onze voorouders. Ze vertelde hoe de vrouwen die op de plantage werkten zichzelf met dikmakende kotomisi’s onaantrekkelijk moesten maken en over de bijbehorende uitbundige Angisa’s, ingenieus gevouwen hoofddoeken waarmee onderlinge boodschappen werden overgebracht. Ze zong de dubieuze Surinaamse kinderliedjes met een vrolijke melodie, zoals Faja siton no bron mis so, waarvan de tekst refereert aan het brandmerken van slaafgemaakten, vrij vertaald Vuursteen brand mij niet zo, alweer vermoordt meester Jan een kindje.

De objecten, zoals de staaf met een familiewapen waarmee de slaafgemaakten gebrandmerkt werden, zag ik voornamelijk in Nederlandse musea, net zoals de tekening van een volgepakte kajuit van een slavenschip, een inventaris, en de ketenen.

John Steadman

Een van de meest toonaangevende verhalende bronnen uit de Nederlands-Surinaamse slavernijgeschiedenis is het dagboek van de Schots-Nederlandse militair John Stedman. In Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana schreef hij over de wreedheden, maar hij pleitte niet direct voor de afschaffing van slavernij. De illustraties uit zijn boek belichaamden voor mij vooral de extreme exotisering van zwarte vrouwen. Dat in het verhaal over slavernij, zoals bij zoveel historische vertellingen, de objecten en de blik van de machthebbers bepalend zijn voor de manier waarop een geschiedenis wordt verteld is niet gek.

Na het bezoek aan Paramaribo in 2014 nam ik een gammel vliegtuig met jaren-70-interieur naar Willemstad en bezocht het museum Kura Hulanda. Ik las er meer over slavernij op de Caribische eilanden en vond een Surinaamse kaart met de plantage Retiro, verbonden aan de voorouders van mijn vaders kant van de familie. Er werd meer verteld over de bekende slavernijgeschiedenis van de Afro-Amerikanen en de emancipatiestrijd in de jaren zestig. Later leerde ik meer over Tula, het succesvolle verzet en de opstand op Curaçao en over Toussaint L’Ouverture, die een succesvolle opstand leidde op Haïti.

Dat de tentoonstelling in het Rijksmuseum vanuit persoonlijke geschiedenissen de slavernij belicht en bij veel objecten de bijschriften zijn uitgebreid is een welkome stap in de goede richting. Er is meer aandacht voor de mondelinge overlevering, de zoektocht van nazaten van slaafgemaakten zoals te horen in de podcast van Maartje Duin, De plantage van onze voorouders. De verbreding van het perspectief is mede in gang gezet door het werk van The Black Archives.

Ze geven de broodnodige aanvulling op John Stedmans verhalen. Natuurlijk zijn ook die een belangrijke historische bron, maar het is van wezenlijk belang om daar iets tegenover te stellen. Daar wordt nu een begin mee gemaakt, en het is dan ook een verademing om nu in mijn geboorteland ook deze geschiedenissen te kunnen vinden.