Het hoofdkantoor van Achmea in Zeist.

Foto Jeroem Jumelet/ANP

Interview

‘De meerwaarde van extra uren is niet altijd aantoonbaar’

Elly Ploumen, HR-directeur Achmea

Medewerkers van verzekeraar Achmea mogen twee uur per week korter werken, met behoud van salaris. „Wij willen vernieuwend zijn op het gebied van arbeidsvoorwaarden. Dan is dit een logische, grote stap.”

Achmea verkortte dit jaar de werkweek van drieduizend werknemers in één keer met twee uur per week. Van de 7.500 werknemers met een fulltime contract is op 1 januari 40 procent overgegaan op een 34-urige werkweek, mét behoud van salaris. Over twee jaar moet iedereen over zijn naar het nieuwe systeem.

Twee uur verschil, wat maakt dat uit, zou je zeggen. Maar dat komt neer op het aantal uren van 176 fulltime werknemers. Inderdaad worden wat extra mensen (tijdelijk) ingehuurd om dat op te vangen, vertelt HR-directeur Elly Ploumen, maar de verkorte werkweek is ook en vooral een aanleiding om anders te denken over prioriteiten in een vergrijzende, digitaliserende en overwerkte samenleving. „En wij willen vernieuwend zijn op het gebied van arbeidsvoorwaarden. Dan is dit een logische, grote stap”, zegt Ploumen.

Waarom doen jullie het eigenlijk?

„We hebben het hier bij Achmea al sinds 2015 over. Dat komt omdat veel van onze medewerkers de hele dag achter de computer zitten en dat is door corona nog meer geworden: van negen tot vijf zitten we in Teams-vergaderingen. Dat is heel intensief en de vraag is of dat effectief is. Daarnaast zien we dat we steeds later met pensioen gaan en dat mensen niet meer veertig jaar voor dezelfde werkgever blijven werken. Ook stappen mensen vaker over naar compleet andere sectoren. Dan is het belangrijk om na te denken over gezond werken en medewerkers in staat te stellen om zich te ontwikkelen.

„Dat kan op zakelijk vlak – veel mensen doen er iets naast als zzp’er – maar ook op persoonlijk vlak: als je een gezin hebt met jonge kinderen of mantelzorg doet voor je ouders, dan geven die twee uur wat extra ruimte.”

Waarom hebben jullie niet meteen voor een werkweek van 30 uur gekozen?

„Met een kortere werkweek zijn heel weinig experimenten gedaan, er was echt heel weinig om van te leren. Alleen wat kortere proeven, van soms maar een maand, terwijl je zoiets echt langere tijd moet doen. Dan kan je beter zien wat het effect is.

„Als je dan meteen een grotere stap zet, dan heb je te maken met acute tekorten. Bij de klantenservice moet de capaciteit op peil blijven natuurlijk, dus op die afdelingen hebben we al meer mensen aan moeten nemen. En daarnaast is het administratief ook een hele operatie. Daarom hebben we ook de optie aangeboden dat medewerkers pas één of twee jaar later over kunnen stappen.”

Lees ook dit interview met schrijver Anna Coote: ‘We moeten over naar een werkweek van 21 uur’

Hoe hebben jullie het capaciteitsprobleem opgevangen?

„Allereerst is het maar de vraag hoeveel effectiever een langere werkweek is. De hoeveelheid uren die aan een taak besteed wordt, zegt niet altijd iets over de kwaliteit van het resultaat. In de literatuur wordt dit beschreven als Parkinson’s law: die stelt dat het werk van een taak uitdijt naar de tijd die er beschikbaar voor is. Als je voor een taak vijf uur nodig hebt, maar je krijgt er zeven uur voor, dan doe je het in zeven uur. De meerwaarde van extra uren is niet altijd aantoonbaar.

„Het is niet zo dat ik teams van bovenaf opleg wat ze moeten doen, dat doen we in goed overleg met medewerkers. De beste oplossingen worden op de werkvloer bedacht. Teams kunnen kijken naar hoe ze hun werk slimmer kunnen doen. Door korter te vergaderen bijvoorbeeld. Daarnaast zijn er mensen die ontslagen zouden moeten worden door digitalisering, maar zo behouden kunnen blijven.

„Uiteindelijk is de hoop dat onze medewerkers zo gezonder en energieker zijn. Daar vloeit een verhoogde productiviteit wel uit voort, maar dat is een gevolg, niet het doel. En natuurlijk wordt alles uitgebreid geëvalueerd.”

Waarom is nog maar 40 procent van jullie fulltime werknemers teruggegaan naar 34 uur?

„Afgelopen jaar hebben we veel onderzoek gedaan onder onze medewerkers en daaruit bleek dat ongeveer 85 procent enthousiast is. Die overige 15 procent had vaak gevoelsmatige zorgen: die wilden niet dat voor hen bepaald werd hoeveel ze werken. Dat is natuurlijk niet het geval, wij gaan niet controleren wanneer en hoeveel mensen werken. En er is altijd ruimte om tijdelijk meer te werken.

„De medewerkers die nu nog niet meedoen, krijgen ook twee uur extra betaald. Dat zijn mensen die voor meer geld kiezen in plaats van meer tijd. Als je studerende kinderen hebt of net een huis wil kopen, kan ik me die keuze voorstellen.

„We hebben wel gezegd: áls je meer dan 34 uur wil werken, moet dat verspreid over vijf dagen. We zijn ervan overtuigd dat negen uur achter elkaar werken echt niet effectief en gezond is. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de gezondheid van onze medewerkers. Daar creëer ik als werkgever de randvoorwaarden voor. Maar als iemand zegt: ‘dat boeit me niet, ik blijf de hele dag achter m’n laptop zitten’, is dat ook de eigen verantwoordelijkheid.”

Achmea-medewerkers over hun 34- of 36-urige werkweek:

Alexander Bybau

Alexander Bybau (34), manager strategie & innovatie, leidt een team van 22 medewerkers. Hij werkt dit jaar nog 36 uur per week.

„Eén van de belangrijkste redenen dat ik nog 36 uur per week werk, is dat ik sinds juni een nieuw team heb. Ik wil de mensen en het werk eerst goed leren kennen. En ik ben persoonlijk ook wel iemand die sowieso meer dan 34 uur werkt. Ik vind het prettig dat ik daar vrij in wordt gelaten.”

 

Bas van Gerwen

Bas van Gerwen (31), bedrijfsanalist, is overgestapt op de verkorte werkweek.

„Ik ben onlangs vader geworden en doordat ik nu 34 uur per week werk, is mijn regelruimte groter. Als de opvang weer open is, heb ik de tijd om mijn kind weg te brengen en hem nog te zien voordat hij gaat slapen.”

 

Renate Scholl

Renate Scholl (50), scrummaster, geeft leiding aan een team van zes mensen. Werkt nu 34 uur per week.

„Ik ben nu 50, dan begin je na te denken over het leven richting het pensioen. Eigenlijk houd ik helemaal niet van parttime werken, maar dit klonk alsof het goed is voor mijn werk-privébalans. Ik kan nu overdag vaker zeggen: ik ga even een half uur iets anders doen, of neem eerder weekend als ik niet nodig ben. Het is gewoon wat flexibeler nu.”