Sneeuw en ijs vertroebelen de coronacijfers

Weekcijfers RIVM Juist nu meer duidelijk moest worden over hoe goed de avondklok werkt en hoe hard de Britse variant toeslaat, hindert het winterweer het testen.

Een teststraat in Hilversum.
Een teststraat in Hilversum. Foto Sander Koning/ANP

Uitgerekend in de week waarin moet blijken hoe ernstig de Britse variant van het coronavirus is, zijn de cijfers troebel. Zondag werd er niet getest, en dus is de daling in het aantal positieve tests, dat het RIVM dinsdag rapporteerde, niet verrassend.

Er waren afgelopen week 24.668 positieve tests, een afname van zo’n 14 procent ten opzichte van de week ervoor. Die afname is toch al wat minder spectaculair dan voorgaande weken, toen hij eerder richting de 20 procent ging, en wordt bovendien voor een deel veroorzaakt door de testloze zondag.

Het is bovendien goed mogelijk dat komende week de cijfers verder beïnvloed worden door het winterweer: de testbereidheid zou ervan naar beneden kunnen gaan – het kost wat meer moeite om naar de teststraat te gaan.

Dat is vervelend, want juist komende week zou er meer duidelijk moeten worden over hoe goed de avondklok werkt en hoe hard de Britse variant in Nederland toeslaat. Uit berekeningen van het RIVM bleek eerder dat meer dan de helft van de besmettingen van twee weken geleden door de Britse variant veroorzaakt moet zijn. Dat aandeel is sindsdien waarschijnlijk opgelopen. Als dat zo is, zouden de aantallen komende week weer moeten oplopen.

Lees ook: Nu komt de week van de waarheid voor de opmars van de Britse variant

Forse daling opnames

In de ziekenhuizen is de situatie wat verbeterd ten opzichte van vorige week. Het aantal ziekenhuisopnames daalde afgelopen week fors, terwijl daar tot voor kort juist een stagnatie van de daling te zien was. Op de verpleegafdeling werden afgelopen week gemiddeld zo’n 150 mensen per dag opgenomen, vorige week waren dat er nog ruim 180. Op de IC’s ging het gemiddeld aantal dagelijkse opnames naar beneden van zo’n 35 naar 25. Ook het percentage positieve tests daalde, van 11,4 procent naar 10,7 procent – het laagste percentage in maanden.

Die afname is belangrijk, omdat gevreesd wordt dat de Britse variant kan zorgen voor een flinke toename in het aantal ziekenhuisopnames. Voor die stijging moet de ziekenhuisbezetting zo laag mogelijk zijn, zodat in een nieuwe golf zo veel mogelijk patiënten opgenomen kunnen worden.

Daarnaast is de prognose voor de Britse variant iets minder somber dan ze vorige week waren. Neem het reproductiegetal R, dat aangeeft hoeveel mensen een besmettelijk persoon gemiddeld aansteekt. Als dat boven de 1 ligt, groeit de epidemie. De R van de Britse variant lag op 15 januari op 1,27, meldde het RIVM vorige week, op 22 januari was dat 1,13. Dat was twee dagen nadat de strengere bezoekregeling werd ingevoerd van maximaal één persoon per dag. De avondklok werd een dag later ingevoerd.

De daling van de R werd overigens al een week eerder ingezet, toen deze maatregelen nog niet waren ingevoerd maar er wel al volop werd gespeculeerd over verzwaring van de regels. Mogelijk heeft dat geleid tot een betere naleving van de regels. De R van de ‘oude’ variant daalde rond dezelfde tijd van 0,86 naar 0,8.

De Britse variant wordt nu ongeveer 40 procent besmettelijker geschat dan de oude variant. Dat ligt in lijn met eerdere berekeningen in Nederland, die tussen de 30 en 50 procent uitkwamen. De berekening schommelt wat, mede doordat niet van alle positieve tests kan worden vastgesteld of het gaat om de Britse variant. Dat gebeurt op basis van een steekproef.

Daarin wordt ook de Zuid-Afrikaanse variant gevonden – dat is in de afgelopen weken in totaal zes keer gebeurd. Ook de Braziliaanse mutatie is in deze steekproef teruggevonden.